vrijdag 5 februari 2016

Dokkumer kentekenbewijzen en foto's oude auto's bij Tresoar

Via Andrys Stienstra van Tresoar werd ik geattendeerd op de toevoeging van diverse oude foto's bij de kentekenbewijzen van auto-eigenaren uit Dokkum in de kentekendatabase van Friese nummerbewijzen.
Het is een hele bijzondere database bij Tresoar, waarin de kentekenplaten van oude auto's, tezamen met de foto van de betreffende auto en de eigenaar worden bewaard. Het betreft de periode in Friesland tussen 1-1-1906 en 31-12-1950 met uitgereikte nummerbewijzen (kentekens) voor auto's en motorfietsen.
Naast de registratie zijn er ook diverse verhalen waarin oude auto's figureren.

Als u wilt zien of uw voorouder met zijn oude auto of motor ook in de database staat, kunt u hier zoeken.

Direct naar Dokkumer autobezitters kan eveneens. De nieuw toegevoegde foto's van Dokkumers nog op een aparte pagina. De laatste zijn mooie foto's van Foppe Roorda en Janke Roorda-Kooi.

En als u nog een oude foto van een Friese auto of motor heeft waarop een kenteken te zien is, dan kunt u uiteraard een digitale versie naar Tresoar sturen! Liefst voorzien van informatie over de eigenaar en andere bijzonderheden.

In het boekje Uit het album van Dongeradeel, in deel 1 en deel 2 staan ook diverse foto's van oude auto's uit de regio.

dinsdag 2 februari 2016

Friese avonturier legde basis voor museum aan Cote d'Azur

Kortgeleden werd ik benaderd door George Homs met de vraag of ik Tinco Lycklama à Nijeholt kende. En uiteraard of ik meer van hem wist.
Nou ken ik de familie Lycklama à Nijeholt wel een beetje maar van Tinco had ik eerlijk gezegd nog nooit gehoord (dacht ik). En toch had ik blijkbaar wel eens iets over hem geschreven, want hij komt voor in het boek Iran and the Netherlands, interwoven through the ages, waarover ik in 2009 berichtte na de boekpresentatie in het Rijksmuseum voor Oudheden te Leiden.
Tinco in Albanees kostuum

De Oostfriese baron Tido von Inn- und Kniphausen die bij de VOC werkte en het olie-eiland Kharg geschonken kreeg kon ik me nog wel herinneren. Hij staat ook in bovengenoemd boek. En wellicht had deze kleurrijke persoonlijkheid mij enigszins afgeleid van die andere, misschien nog wel kleurrijker, persoonlijkheid uit Beetsterzwaag: Tinco Martinus Lycklama à Nijeholt. Niet dat hij nu zelf zoveel verdiensten had, maar dankzij de door voorgaande generaties opgebouwde rijkdom (o.a. door de vervening in Friesland) kon hij zich een avontuurlijk leven veroorloven.
Hij reisde niet alleen veel, zoals in 1866/67 een reis die via Berlijn, Moskou en Georgië naar Perzië (het huidige Iran) was gegaan, ook kocht hij onderweg veel kunstwerken.
Nadat hij uiteindelijk neerstreek aan de toen nog slaperige Cote d'Azur, in het plaatsje Cannes, schonk hij zijn collectie in 1877 aan de stad. Daaronder bevonden zich vele kunstwerken uit de Perzische Qajar-dynastie. De Oosterse collectie vormde de basis voor het huidige Musée de la Castre.

Ook liet hij in Cannes een aantal villa's bouwen, met de toepasselijke namen Villa Lycklama, Villa Eritia en Villa Burmania. Die laatste naam kwam uit de familie van zijn echtgenote Juliana Agatha Jacoba thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg, dochter van Gemme Onuphrius Tjalling Burmania, baron thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg (1806-1862) en Hendrika de Hoogh (1803-1880). De katholieke Juliana steunde de in Leeuwarden gevestigde zusters van de heilige Franciscus. In 1972 vertelde zuster Gregoria nog in de Leeuwarder Courant hoe zij de barones in 1913 verpleegde. Zij poseerde toen voor het portretschilderij van de barones in het Sint Bonifatius Hospitaal. Navraag bij Beetsterzwaag-kenner Jelle Terluin gaf nog geen duidelijkheid over de huidige verblijfplaats van het schilderij. Zou het nu in het Medisch Centrum Leeuwarden (MCL) of het Fries Museum hangen? Wie het weet, mag het ons zeggen!
Wie weet waar het schilderij zich nu bevindt?

Overigens werden Tinco en zijn echtgenote wel in It Heitelân begraven. Op de katholieke begraafplaats van Wolvega werden ze bijgezet in de Lycklama kapel.
Alle details kunt u nalezen op de Wikipedia-pagina van Tinco Martinus Lycklama à Nijeholt die deze week door George Homs als een verlaat eerbetoon online gezet is. Aanvullingen zijn uiteraard welkom!

Update: Zoals u aan de reactie onder dit blogartikel en via Twitter hebt kunnen zien heeft Medisch Centrum Leeuwarden gemeld dat de barones bij hun in de vitrine hangt. En niet alleen zij, maar ook Tinco hangt daar met een tot nu toe onbekend portret! We gaan uitzoeken wie die geschilderd heeft.
Krantenberichten, bladzijden uit boeken en foto's van schilderijen kunt u zien in het online foto-album over Lycklama a Nijeholt.

vrijdag 29 januari 2016

Voorouders Lourens Alma Tadema kwamen uit Hallum/Holwerd

Vanaf oktober 2016 organiseert het Fries Museum een grote tentoonstelling van de kunstschilder Lourens Alma Tadema. Hij wordt wel de beroemdste Fries genoemd, maar daar is lang niet iedereen het mee eens. Hij emigreerde immers op jeugdige leeftijd naar Engeland en liet zich ook tot Engelsman naturaliseren. Als eerbetoon aan zijn werk kreeg hij de ridderlijke titel van Sir toegekend: Sir Lawrence Alma-Tadema en werd hij als lid van de Royal Academy of Arts begraven in de Londense St. Paul's Cathedral.

Waar kwamen dan zijn voorouders vandaan? 
Het spoor leidt in eerste instantie richting Dronrijp en Bolsward, waar het gezin waarin Lourens ter wereld kwam woonde. Lourens werd in 1836 in Dronrijp geboren als zoon van Pieter Tadema en Hinke Brouwer. In feite was Alma zijn tweede voornaam!

In een recent onderzoek dat ik deed voor een artikel over de Dokkumer familie Tadema, waar o.a. het VOC-opperhoofd in India Nicolaas Tadema deel van uit maakte, vond ik geen enkele connectie met de kunstzinnige Lourens.
Via AlleFriezen.nl kwam ik ook niet verder dan een Zacharias Jeltes. Bij zo'n bijzondere voornaam moet je toch even stilstaan. Het kwartje viel toen ik een oud nummer van Gens Nostra uit 1993 digitaal doorbladerde. Naast interessante artikelen over de genealogie Heeringa en diverse andere Friese families, kwam ik daarin een genealogie Tadema tegen met Lourens: De familie Tadema uit Holwerd!

Daar waar de Tadema families uit Dokkum en Kollum hun familienaam ontlenen aan de Tadema state in Oostrum of Kollum (Genealogysk Jierboekje 1981, pag. 87-108), en die naam ook al vanaf de 16e eeuw gebruikten, daar baseert de familie van de kunstschilder Lourens zijn familienaam op het patroniem van ene Taede.
De oudst gevonden voorvader was:
Taede Taedes, woonde te Hallum als meijer op plaats 58 (1640), aangenomen als lidmaat april 1629, maar behoorde in 1646 tot de leden die lange tijd niet aan het avondmaal hadden deelgenomen, overleden waarschijnlijk begin 1675.

De volgende generatie o.a. de gelijknamige zoon:
Taede Taedes de jonge (ook genoemd Taede Taedes Jongha/Jongma), geboren (Hallum?) ca. 1635, bierbrouwer te Holwerd (1663), trouwt (1) Hallum 2-1-1659 Jetske Wytses, van Hallum; trouwt(2) Holwerd 3-5-1663 Elisabeth Huber, geboren Dokkum 4-2-1643, overleden Franeker 1699, dochter van Zacharias Huber, notaris en secretaris van West Dongeradeel, en Sjoukje Jensma.

Zacharias Taedes uit Holwerd ging als eerste in deze familie de naam Tadema voeren, vandaar ook de titel van het artikel in Gens Nostra. De auteur, drs. K. Terpstra, wijst in dat artikel op de artistieke verbanden in de kwartierstaat van Lourens met zijn neven, de bekende schilders Taco en Hendrik Willem Mesdag en zilversmeden Brouwer (Genealogysk Jierboekje 1983, pag. 60-69).. En hoewel de eerste generaties allemaal Nederlands Hervormd waren komen in latere generaties ook diverse doopsgezinden voor.

Het moge duidelijk zijn: de voornaam Zacharias kwam uit de familie Huber, van de bekende Dokkumer jurist Ulrik Huber!

Recent werd door het Fries Museum het portret van Frederika Reijnders uit Leeuwarden gerestaureerd. Zijn werd in 1839 geboren als dochter van Izaak Reijnders en Catharina Anna van Wicheren

donderdag 28 januari 2016

Historisch Tijdschrift Fryslân en de mythe van Auke Wybesz

Aansluitend op het symposium van de Wurkgroep Maritime Skiednis van de Fryske Akademy bevat het eerste nummer van 2016 van Historisch Tijdschrift Fryslân de verhalen van de sprekers. De cover toont een detail van het schilderij 'De ree van Hindeloopen' door Gerard S. Huttinga, 18e eeuw.

De focus van het symposium was de Maritieme Geschiedenis van Zuidwest Friesland. Dan heb je het over plaatsen als Staveren, Molkwerum, Koudum, Workum en Hindeloopen. In deze laatste stad werd het symposium gehouden in een mudvol gebouw De Foeke (ca. 150 belangstellenden!).
De werkgroep, waar ik ook lid van ben, had een bont gezelschap sprekers weten te strikken.

Na een algemene inleiding van werkgroepvoorzitter Rob Leemans kreeg de directeur van Museum Hindeloopen, Ties Elzenga, het woord. Hij vertelde over de Hindelooper zeereis, een samenwerkingsverband tussen het museum en de maritieme werkgroep voor het herinrichten van het museum.

De eerste spreker, Karel Gildemacher, en kenner van de Friese wateren, schetste de historische ontwikkeling van de Zuiderzee.

Elisabeth Spits van het Scheepvaartmuseum Amsterdam liet de diverse type schepen de revue passeren, met de fluit en het smakschip als belangrijkste voor deze regio.

Rob Leemans, ook stuurman van het schip de Eendracht, leidde ons in vogelvlucht langs de diverse technieken van navigatie door de eeuwen heen. Met name het correct bepalen van de lengte heeft lang geduurd, totdat een betrouwbare chronometer op zee rond 1750 uitgevonden was.

Cor Trompetter vertelde over de schippersgemeenschappen in Zuidwest Friesland, waarin ook veel doopsgezinden met Amsterdamse connecties zich bevonden. Doopsgezinde families als Roos en Hinloopen werden zeer rijk.

De partenrederij als bedrijfsvorm bij de Friese koopvaardij in de 18e eeuw werd behandeld door Jelle Jan Koopmans. Zowel Friese reders als rijke Amsterdammers namen deel in een part van diverse schepen uit de regio, om hun risico te spreiden. Vaak hadden de schippers zelf ook een part.

Het klapstuk van de dag was de spreekbeurt van Jan de Vries uit Koudum. Nadat ik hem vorig jaar had getipt over een Molkwerumer schipper, Wiebe Siewerts, die voor tsaar Peter de Grote een door hem aangekochte collectie preparaten van de Amsterdamse apotheker Seba had vervoerd, wist hij een verband te leggen met de al lang bestaande legende van Auke Wybesz in Hindeloopen. Deze vermeende Hindelooper schipper zou de eerste Nederlandse schipper op de Russische rivier de Neva (bij Sint Petersburg) geweest zijn en daarvoor rijkelijk beloond met allerlei privileges. Jan legde haarfijn bloot hoe het echt zat, wat uiteraard tot de nodige consternatie leidde!

Hanno Brand van de Fryske Akademy sloot de dag af met een samenvatting van de sprekers, waarna het lokale zeemanskoor onder de naam, jawel Auke Wybesz, diverse liederen aanhief, waaronder het Batavialied. Een eenvoudige doch voedzame warme maaltijd was het sluitstuk van de genoeglijke dag.

Voor een korte foto-impressie kunt u het foto-album bekijken.

dinsdag 26 januari 2016

Nieuw boek: Dokkumer Muziekminnaars in het dramatische jaar 1787

Het nieuwe jaar is nog maar nauwelijks begonnen of Ihno Dragt, directeur van Museum Dokkum en Museum Moddergat, heeft al weer een nieuw boek op stapel staan.
Deze keer neemt hij een bijzondere bijeenkomst in het jaar 1787 onder de loep, waarbij een bont gezelschap interessante Dokkumers aanwezig was. Een bewaard gebleven namenlijst van aanwezigen was de start van een speurtocht naar persoonlijke details van deze mensen, uiteraard in de bredere context van de dramatische gebeurtenissen in het jaar 1787.

Cover boek Dokkumer muziekminnaars
Wat kan er zo interessant zijn aan een vel papier uit het jaar 1787 met namen van mensen die in Dokkum een concert bijwoonden, dat daar een heel boek aan gewijd wordt?

Eén van de belangrijkste redenen is dat dit bijna het enige tastbare overblijfsel is van een Dokkumer muziekgenootschap, dat bestaan heeft van omstreeks 1775-1800. Die Dokkumer sociëteit opereerde onder de fraaie naam (vertaald uit het Latijn) Muziek is de zoete verlichtster van de arbeid. Het fungeerde als een luxe avondschool, waar men ontspanning kon vinden maar ook iets kon leren. Enkelen van de vermogende leden kochten gezamenlijk een leegstaand pand van de voormalige Admiraliteit van Dokkum aan, om als concertzaal te dienen.

Een belangrijk doel van deze publicatie was een onderzoek naar de mensen achter de namen op de presentielijst van de 14de maart 1787. En dat leverde niet alleen 27 mini-levensbeschrijvingen op, maar ook verrassende inzichten in de samenstelling van het gezelschap. Want wat deed een achttal jongemannen uit notabele families in Dokkum en van elders uit Friesland in dit gezelschap?
Zij bleken leerlingen van de muzikale rector van het Dokkumer gymnasium Jan Willem de Crane te zijn. Zoals de 15-jarige Folkert Schellingwou (enig kind van een Dokkumer arts) die later dat jaar tijdens het schaatsen onder het ijs kwam en verdronk...

Behalve aan het lief en leed van de aanwezigen die avond wordt in het boek ook aandacht besteed aan de politieke situatie van toen. Later dat jaar 1787 werden namelijk de gewapende burgermacht en patriottische sociëteiten verboden. En dit beïnvloedde de levens van diversen van de aanwezigen in hoge mate.
Als bijlage wordt nog het enige bewaard gebleven vaandel in Dokkum besproken. Dat gold als een patriottenvaandel uit circa 1785, maar werd door de auteur geïdentificeerd als het Dokkumer stadsvaandel uit 1788. Dit werd beschilderd door de Dokkumer schilder Former van der Elst, aan wiens zeer beperkte oeuvre daardoor dit onbekende werk kon worden toegevoegd. Uit een eerder blogartikel was al wel bekend dat Van der Elst in 1758 een vlag had geschilderd voor de Jonge Columba van Bote Suiderbaan.

Over de auteur: drs. G.I.W. Dragt (Ihno) is sinds 1982 directeur en conservator van de musea in Dokkum en Moddergat. Hij studeerde kunstgeschiedenis en klassieke archeologie en publiceerde veelvuldig over de streekgeschiedenis van Noordoost-Friesland.
Achterzijde boek Dokkumer muziekminnaars

Titel: Dokkumer muziekminnaars in het dramatische jaar 1787. De inhoudsopgave en de volledige namenindex kunt u hier online bekijken. Wellicht zit er een familielid of bekende tussen!

Het boek telt 116 pagina’s, vele unieke illustraties (portretschilderijen!) in kleur en zal vanaf begin februari 2016 voor de prijs van 19,95 euro te koop zijn in Museum Dokkum,
of te bestellen via de website www.museumdokkum.nl, (plus € 4 verzend- en administratiekosten).

zondag 24 januari 2016

Sonttolregisters online uitgebreid tot voor 1634

De Sonttolregisters online zijn recent verder uitgebreid met een database met registraties van 1600 tot 1634, zo meldde mij coördinator Ubo Kooijinga van Tresoar.

Er zijn online scans beschikbaar terug tot 1557 maar die moeten allemaal nog getranscribeerd worden door vrijwilligers. Tresoar geeft gratis cursussen voor mensen die het oude schrift willen leren lezen.

Wat vind je zoal in de nieuwe database met registraties van voor 1634? Het blijkt dat momenteel vooral veel schippers uit De Rijp, Durgerdam en Delfshaven voorkomen. Ogenschijnlijk nauwelijks Friezen, maar dat vergt wat dieper graven. Zo vind je de meeste Harlingers onder Harling. En er is ook weer een behoorlijk aantal schippers van Ameland.
De enige vermelde Dokkumer in de periode 1600-1633 is volgens mij een niet correcte transcriptie van een Louys ... uit Rouan.
Opvallend is dat er blijkbaar ook schippers, vooral van Schiermonnikoog, waren die als vertrekhaven de Engelsmanplaat opgaven!
5-8-1827J. D. FlikVeendamEngelsmansplaat - Østersøen
20-4-1830Y. J. PostSchiermonikoogEngelsmansplaat - Østersøen
19-6-1849J. J. BlouwGroningenEngelsmansplaat - Memel
15-8-1849E. G. BackerZuitbroekEngelsmansplaat - Østersøen
8-9-1839G. J. LammersPappenburgEngelsmanseplaat - Østersøen

Het project kan nog een aantal vrijwilligers gebruiken, die gewoon vanuit huis in eigen tijd kunnen werken.

zaterdag 23 januari 2016

Vernieuwde website Fries Genootschap met digitale artikelen De Vrije Fries en Fryslân

Het Koninklijk Fries Genootschap voor Geschiedenis en Cultuur, opgericht in 1827, spant zich in om het onderzoek naar en de belangstelling voor de Friese geschiedenis en cultuur te bevorderen.

Om deze doelstelling te bereiken geeft het Genootschap twee periodieken uit: het wetenschappelijk jaarboek De Vrije Fries en het publiekstijdschrift Fryslân. Daarnaast ontplooit het Genootschap nog een aantal andere activiteiten zoals excursies, lezingen en een website (tweetalig: in het Fries en Nederlands).

Als oprichter van het inmiddels verzelfstandigde Fries Museum is het Fries Genootschap nog altijd de formele eigenaar van een belangrijk deel van de collectie van dit museum. In de collectie van het Fries Genootschap bevinden zich onder andere schilderijen van Wybrand de Geest en vele stukken Fries zilverwerk.

De website van de vereniging was al langere tijd toe aan een opfrisbeurt, wat begin januari 2016 dan ook zijn beslag kreeg. Dankzij de medewerking van Inge de Vries en Neeltje van der Weide van Tresoar is een volledig nieuw webplatform gebouwd met vele nieuwe mogelijkheden. Niet alleen kunnen de redacties van de twee uitgaven makkelijker zelf inhoud toevoegen en wijzigen, maar ook is veel van het tot nu toe gepubliceerde materiaal gratis digitaal beschikbaar gemaakt of zal dat binnenkort worden.
Ook zijn social media als Twitter geïntegreerd en zal er met enige regelmatig geblogd worden met korte artikelen of nieuws. Alles zowel op mobiele telefoons, tablets, laptops als op bureaucomputers duidelijk te lezen.

Voor De Vrije Fries, gepubliceerd sinds 1839, staan momenteel de artikelen van 1839 t/m 1929 online. Een reeks artikelen of volledige jaarboeken tot aan enkele jaren geleden zal binnenkort worden toegevoegd!
Voor het Historisch Tijdschrift Fryslân zijn en worden de nummers online beschikbaar gesteld die minimaal 8 maanden oud zijn.

Uiteraard ontvangen de leden van het Fries Genootschap zowel het jaarboek De Vrije Fries als Historisch Tijdschrift Fryslân, 6 keer per jaar, op papier in de brievenbus. Geïnteresseerden kunnen zich online aanmelden.

maandag 18 januari 2016

Schepen van de Friese Admiraliteit in zeeslagen

Bij het doorzoeken van de online databases van het Maritime Museum te Greenwich bij London en het Rijksmuseum vond ik recent toch weer een aantal nieuwe afbeeldingen van Friese schepen. Deze schepen waren in dienst van de Admiraliteit van Friesland, eerst in Dokkum en later (vanaf 1645) in Harlingen.
Een prachtige tekening van het eskader van de Friese Admiraliteit in 1665, voor anker bij de Schotse kust. In het midden de spiegel van het schip 'Steden', het schip van Luitenant-Admiraal Tjerk Hiddes de Vries. De 'Stad en Lande', onder Vice-Admiraal Coenders links op de achtergrond. Er is een galjoot in het midden, en een snauw- een vierkant-getuigd, twee-mast schip - is
aan de linkerzijde in beeld. Linksboven de tekst: ‘Woensdach smorgens de Wint N: N oost den 26 augustij 1665/ hoe de vloot haer verthoont esquadron vande vrieschen admirael’.

Op 18 augustus 1665 vond een confrontatie plaats waarbij de Sevenwolden betrokken was met Tjerk Hiddes de Vries, links op de achtergrond.

De in de slag verloren Sevenwolden werd onder de Engelsen Seven Oaks, maar al gauw weer teruggewonnen, wat op het schilderij van Willem van de Velde de jonge prachtig in beeld werd gebracht.
Het was kapitein Van der Zaen die de Sevenwolden terugveroverde, wat onder nummer 10 op deze prent te zien is (rechts van het midden, over bakboord).

Ook het schip Groningen, uit 1666 behoorde tot de Admiraliteit van Friesland.

Van de Vierdaagse Zeeslag van 1-4 juni 1666 is een prachtig schilderij waarop de spiegel van de 'Groot Frisia', 74 kanonnen sterk, onder commanda van Tjerck Hiddes van het Friese squadron is afgebeeld (linksachter het Engelse schip op rechtsmidden nog deels te zien).

Het Rijksmuseum heeft een tekening van de slag waarop duidelijk vooraan, met nummer 17, de Sevenwolden over stuurboord te zien is.

Over zeeschilders vader en zoon Willem van de Velde, werkend voor de Hollandse en later Engelse admiraliteit, is onlangs een boek verschenen van de hand van Remmelt Daalder.

dinsdag 12 januari 2016

Boek over Jaap Broersma uit Ee: Liefde tussen Kollum en Perak

Het boek over Jaap Broersma in Indië is bijna klaar en kan bij voorintekening worden besteld. Vele leden kennen Jaap Broersma als beheerder van het Vlasmuseum it Braakhok te Ee (video). Enige jaren geleden waren we tijdens een ledendag in Ee bij hem te gast en vertelde hij op humoristische wijze over het zware leven in de vlasverwerking in Noordoost Friesland.


Titel van het boek: Liefde tussen Kollum en Perak. Brieven van Minke en Jaap.
Auteur: Reinder H. Postma.
Omvang: 200 pagina's, waarvan ca. 25 in kleur / rest zwart-wit.
Hardcover gebonden.

Het boek bevat een autobiografie van Broersma waarin hij een schitterend tijdsbeeld schetst van het platteland, boerenbedrijf rond 1930.
Omdat hij 90 jaar is, heeft hij in de loop der jaren veel zien veranderen en schrijft ook daarover.

Verder komt de familie Broersma in en rond Ee aan bod, de familie Bosgraaf in de omgeving van Kollum en Oudwoude;
De emigratie in die jaren rond de oorlog komt aan bod. De oorlogsjaren worden beschreven
De godsdienstige context van Ee en omgeving waartegen dit verhaal zich afspeelt.
En natuurlijk komen de brieven die heen en weer gingen, uitvoerig aan bod.

Er is een selectie gemaakt uit de (meer dan 1000!) brieven; hoe gingen de jongens om met het gemis aan geborgenheid, hoe stond het met de godsdienst en de sexualiteit...
En bovendien heeft Jaap de reis erheen uitvoerig en beeldend beschreven. Aan boord van de Boissevain vaart hij op 26 april 1947 naar Indië in de veronderstelling dat hij daar twee jaar zal blijven. Het worden er uiteindelijk drie.
Er zijn uit die tijd ook opnames op 78-toerenplaten bewaard gebleven met ingesproken boodschappen, die we gedigitaliseerd hebben.
Door alles heen klinkt de hunkering naar de liefde van zijn meisje, Minke Bosgraaf, dat achterblijft, het gemis van zijn dierbaren en de blijdschap over de terugkeer...

Kortom: we krijgen een kijkje in het leven van een Indiëganger

Kosten zijn  32,50 exclusief verzenden.

Nu te bestellen bij Reinder H. Postma, Oudwoude

Inhoud
Inleiding ............................................................................................................................ 3
1. Biografie ....................................................................................................................... 6
2. Familie Broersma ........................................................................................................ 46
3. Familie Bosgraaf ......................................................................................................... 58
4. Naar Indië, en dan? ..................................................................................................... 65
5. Herkomst brieven ........................................................................................................ 77
6. De brieven ................................................................................................................... 86
7. Platen met gesproken boodschap ............................................................................... 162
8. Pietsje Zijlstra uit Anjum, koerierster ........................................................................ 171
9. Brieven van Weit Hamersma ..................................................................................... 176
10. De kerken en de scholen van ................................................................................... 186
Tot Slot .......................................................................................................................... 194
Fotobijlage .................................................................................................................... 196

zondag 10 januari 2016

Genealogische puzzel: Vragen rond de letterlap van Wytske Popes uit 1751

Museum Dokkum kocht in 2015 een letterlap die gemaakt is door een meisje uit Noordoost Friesland.
De lap werd gemaakt in 1751 door 'WITSKE POPES OUD 11 IAER'.
Dit is Wytske Popes of Poppes, geboren in Oudwoude/Westergeest.


Op de lap staan de initialen van haar ouders PI en AI;
voorts IP, VP, RP, TP, en EP.
Wie kunnen dat zijn (allemaal patroniem Po(p)pes waarschijnlijk)??

Directeur Ihno Dragt vond zelf een begin op Allefriezen.nl:

Doopboek Hervormde gemeente Oudwoude en Westergeest 22 april 1736
Dopeling: Wytske.
Vader Pope of Poppe Jans en moeder Antje Jans.

Maar waarschijnlijk overleed zij jong want op 4 augustus 1740 wordt weer een Wytske Poppes gedoopt in Oudwoude/Westergeest, met als vader Poppe Jans.
Dit moet de dame van de letterlap zijn! (De J en de I zijn als letter hetzelfde).

Zou dit het huwelijk van de ouders zijn? Trouwregister Hervormde gemeente Buitenpost Lutjepost, 30 november 1721, derde proclamatie. Bruidegom: Poope Jans wonende te Buitenpost. Bruid: Antie Jans wonende te Triemen.

Alleen een vader Poppe Jans wordt genoemd bij de andere dopen:
Op 28 mei 1724 wordt te Buitenpost gedoopt: Fookel (Vookel?).
Op 11 april 1727 wordt te Kollum gedoopt: Janke
Op 19 december 1728 wordt te Kollum gedoopt: Janke
Op 26 juni 1740 te Kollum: Nieske.
Omdat onze Wytske ook rond die tijd gedoopt wordt lijkt de Kollumer Poppe Jans met zijn kinderen af te vallen.

Hoewel Poppe als voornaam logischer lijkt is er wel degelijk in deze contreien sprake van een voornaam met 1 P: Pope. Deze komt voor in de familie die later de naam Hiemstra aanneemt. Zo heb ik in een zijtak van mijn stamboom ook een Reinou Popes Hiemstra, die getrouwd was met Harke Martinus van der Velde. In de praktijk zal Pope of Poppe wel door elkaar gebruikt zijn.

Verdere aanknopingspunten:
Genoemd op 19 februari 1757 als weeskind in de autorisatieboeken van Kollumerland.
Ouders: wijlen Poppe Jans en Aatje Jans. Hij: woonachtig op de Triemen onder Westergeest.
De curatoren zijn dan: Alle Jans en Rienck Wibes, beiden huisman te Oudwoude.
De weeskinderen uit het gezin:
Wijpkjen Poppes oud 23 jaar
Wijtske Poppes 16 jaar (de leeftijd klopt met een geboorte in augustus 1740).

Autorisatieboeken Kollumerland 4 oktober 1735 (Weesboeken):
Poppe Jans, woonachtig op de Triemen, curator
Alle Jans, woonachtig te Oudwoude curator
Wijlen Rommert Feddes, woonachtig te Optwijzel, vader
Wijlen Trijntje Jans, moeder
Focke Rommerts oud 17 jaar weeskind

Mogelijk zijn Trijntje en Alle Jans zuster/broer van vader Po(p)pe Jans.

Bij de Volkstelling van 1744 zien we een Poppe Jans onder Westergeest met 5 personen, maar ook een Pope Jans in Rottevalle en een Poppe Jans in Kollum. Drie (bijna-)naamgenoten dus, dicht bij elkaar in de buurt, waarvan de laatste al eerder lijkt te zijn afgevallen!

Uit de Quotisatiekohieren van 1749 blijkt dat er nog twee naamgenoten Poppe Jans zijn, van wie er eentje in Oudwoude (een sobere arbeider) woont en de andere in Westergeest (een gemene boer)! Dat is dus even opletten geblazen met de genealogie!

Ons lid Reinder Postma heeft in zijn genealogische gegevens het nodige over Poppe Jans en de mannelijke lijnen naar de familie Hiemstra. Daar zit ook een Jan Popes bij die deelnam aan het Kollumer Oproer van 1797 waarover momenteel in Museum Dokkum een interessante tentoonstelling is. De genealogische informatie is echter niet genoeg om alle initialen te ontcijferen, en onzeker is natuurlijk of het wel de gezochte Po(p)pe Jans betreft.

Wie kan ons meer vertellen over de initialen en dus de genealogische puzzel oplossen van de mensen in de familie van Wytske Po(p)pes?
Update: Het lijkt er op dat Wytske en haar zus Wypkjen de naam Dijkstra als familienaam hebben gekregen. Klaas Pera en Piet de Haan vulden nog aan dat Wytske vermoedelijk trouwde met chirurgijn Leendert Johannes Stelwagen, toen ze al 50 jaar was. Uit dat derde huwelijk van Leendert Stelwagen zijn dan ook geen kinderen voortgekomen. Dat Poope Jans en Antie (Aatje) Jans haar ouders zijn, lijkt bevestigd in de overlijdensakte van haar zus Wypkjen Popes Dijkstra, die ongehuwd overlijdt te Kollum op 28-3-1814. De ouders zijn dus wel getraceerd, maar helaas niet de andere initialen op de merklap. Zie verder de volgende link: https://www.genealogieonline.nl/stamboom-helmantel/I19271.php 
Verder is het vreemd dat op 14 december 1798 in Dokkum het overlijden van de vrouw van Stelwagen gemeld wordt met als leeftijd 50 jaar. Dat zou dan niet kloppen met haar geboortejaar 1740. In het origineel staat ook 50 jaar, dus dat is ofwel een verschrijving (i.p.v. 58) ofwel toch een andere Wytske Poppes. We zoeken nog even door! 

Het Victoria&Albert Museum in London heeft ook een Friese letterlap uit 1751 in de collectie. Zo te zien met de initialen van (een echtpaar?) RS en SI en ook een MT.

woensdag 6 januari 2016

Nederlandse teksten uit 17e eeuw in New Yorkse archieven

Het New Netherland Institute houdt zich bezig met de begintijd van Nieuw Nederland, met als middelpunt het huidige New York en Albany. In het begin van de 17e eeuw heetten deze steden nog Nieuw Amsterdam en Beverwijck.
Na de ontdekking van Manhatton in 1609 door Henry Hudson met zijn schip de Halve Maen in dienst van de Staten-Generaal, werd in 1621 de Westindische Compagnie (WIC) opgericht. Vanaf 1622 was er een kamer van de WIC in Groningen: Stad en Lande. De vestiging in de stad Groningen had via het Reitdiep aansluiting op de Lauwerszee. Toen de monding, net als bij Dokkum, verder verzandde, werd er meestentijds vanuit Delfzijl (met een Fries garnizoen) ingescheept.
De WIC had een monopolie op de handel en scheepvaart op Afrika en Amerika, het recht op die kusten forten te bouwen, en het recht Spaanse en Portugese schepen te kapen (zoals de Zilvervloot in 1628).

Charles Gehring, in samenwerking met o.a. Janny Venema, is al jarenlang bezig, vanuit de New York State Library in Albany, de oude documenten uit de archieven van Nieuw Nederland te transcriberen. Helaas wel van de originele Nederlandse tekst in het Engels, maar in ieder geval daardoor makkelijker te doorzoeken. Daarbij moet je nog wel even letten op de oude spellingen van bijvoorbeeld plaatsnamen. Zie ook de video met Gehring over een brief uit 1664 en het boek van Russell Shorto, Nieuw Amsterdam, Eiland in het hart van de wereld.
Dat er de nodige Friezen deelnamen aan de kolonisatie van Nieuw Nederland was wel bekend. In 2009 schreef ik er een blogartikel over, getiteld Friezen in het kielzog van Henry Hudson.
Uiteraard Pieter Stuyvesant die directeur-generaal was van 1645-1664. De pallisaden rond Nieuw Amsterdam werden gebouwd door de Friese timmerman uit Bolsward, Frederik Philips.
Ook de Friese familie Fonda, bekend van de filmsterren Peter en Jane, was al vroeg in de kolonie neergestreken.

Aangezien er op de website van het New Netherland Institute inmiddels weer meer bestanden digitaal beschikbaar zijn gesteld (periode 1638-1685) werd het weer eens tijd opnieuw poolshoogte te nemen. Je kunt tegenwoordig zelfs gratis scans van originelen in zwaar tiff-formaat downloaden.
Kwamen er nog meer nieuwe Nederlanders uit Noordoost Friesland? Jazeker!
Al snel vond ik dit: De eerste schoolmeester van Nieuw Nederland (New York) kwam uit Dokkum!
In 1638, Adam Roelantsen Groen, from Dockum, in Friesland, the first schoolmaster of New Netherland. As shown by this document, his first wife was a widow by the name of Elsje Martens, who died before June 10, 1638, when Cors Pietersen brought suit against Roelantsen for the recovery of his wife's share of her deceased mother's estate. His second wife was Lyntje Martens, who died in 1646. In diverse vermeldingen komt hij voor als getuige en zelfs wordt hij een keer uit een herberg gezet!

En wat te denken van: the 23rd of August 1659. 51a I [Jan Pietersen] 198 van [Dockum] skipper, next to God, of my ship named [Speramundij].
Ook deze man uit Noordoost Friesland in Nieuw Nederland: 'Eelke Jans/Elke Jansen uit Veenwolden'.
Bij Allefriezen.nl kan ik de New Yorkse schoolmeester niet direct vinden, hoewel deze het eventueel zou kunnen zijn;
Trouwregister Hervormde gemeente Harlingen. Bron: DTB Trouwen. Datum: 27-08-1626. Soort akte: bevestiging huwelijk. Bruidegom: Adam Roelefs wonende te Dokkum, Bruid: Eltsien Hendrickx wonende te Amsterdam.

U kunt makkelijk zoeken op naam of plaatsnaam door een deel van de bestanden (met scans) via de zoekbox rechtsboven met de tekst SEARCH DIGITAL COLLECTIONS.
Of door de meeste transcripties via deze zoekbox.
Voor de volledigheid zult u echter transcripties in pdf-formaat moeten openen en dan zoeken via Ctrl-F.
Ga ook eens in deze mooie bronnen sneupen!

zaterdag 2 januari 2016

Bonifatiusjaar 2016

Dokkumers zullen zich wellicht even achter de oren krabben: Bonifatiusjaren zijn toch altijd met een 4 in het jaartal? Zo was er in 1954 de nodige aandacht voor Bonifatius in Dokkum, waarbij diverse publicaties over Dokkum verschenen en bijvoorbeeld het schilderij van Hans Willem baron van Aylva terugkeerde naar Dokkum. Ook in 2004 waren er velerlei activiteiten en publicaties, zoals die van Hans Mol in De Vrije Fries.

Dus hoezo 2016? Nou dat zit zo: 1300 jaar geleden, in 716, zette de Britse zendeling Bonifatius, die eigenlijk Winfreth heette, voet aan wal in Dorestad (het huidige Wijk bij Duurstede). Sneuper Klaas Pera attendeerde mij op een artikel in het Algemeen Dagblad over de Bonifatius-herdenking in Wijk bij Duurstede. Ook is er een website met informatie over de herdenking.

Dorestad was in de tijd van de Vikingen (Wijkkoningen) de hoofdstad van het Friese rijk, dat zich uitstrekte van de Schelde (Scaldis) tot de Weser (grofweg van Antwerpen tot Bremen). In 719 veroverde Karel Martel, de koning der Franken, Dorestad op de Friezen.
Er komt een prachtig herdenkingsboek uit en er wordt een Bonifatius-monument onthuld op zaterdag 28 mei 2016.
Het boek Bonifatius in Dorestad staat onder redactie van Luit van der Tuuk en bevat bijdragen van professoren Paul Post en Anton Vernooij, dominee en auteur Pieter L. de Jong, bisschop Gerard de Korte en Kees Slijkerman.
Daarmee claimt Dorestad zijn connectie met Bonifatius, net als het Duitse Fulda, waar ik al eens over blogde.
Overigens was recent het jaarboek De Vrije Fries 2015 vrij kritisch over het boek De Friezen van Van der Tuuk.

Misschien een idee voor wethouder De Graaf om even contact op te nemen met de organisatie. Dan kan ook met het gloednieuwe, in Dokkum gebrouwen, Bonifatiusbier geproost worden op het Bonifatiusjaar!

zondag 27 december 2015

11en30 NGV Friesland januari 2016 themanummer Ommerschans en Veenhuizen

Het mededelingenblad van NGV Friesland, 11en30, nummer 81, jaargang 21, is een themanummer 'Ommerschans en Veenhuizen'.
In de reeks aangekondigde lezingen zien we o.a.:
Zaterdag 16 januari 2016, in Historisch Centrum
Leeuwarden, lezing door Anne Doedens en Jan Houter over De brand op Terschelling in 1666. De vloot van de Republiek die op de Vlierede voor anker lag met 170 schepen werd aangevallen en op tien tot vijftien schepen na vernietigd. Heel West-Terschelling ging in vlammen op. In 2014 verscheen hierover het boek 1666, Het Vlie brandt, met het schilderij van zeeschilder Willem van der Velde de jonge, in samenwerking met zijn gelijknamige vader.
Overigens werd er een jaar later wraak genomen tijdens de Tocht naar Chatham waaraan o.a. een Fries smaldeel onder leiding van Hans Willem baron van Aylva deelnam.

Zaterdag 12 maart 2016, lezing door Kees Mandemakers over Wetenschappelijke databases (HSN en LINKS) en onderzoek.

Verder de volgende artikelen:
- Jantje Kolf en haar zoon Jan Kouer in de bedelaarskolonie, Tineke Slof
- Minke de Wit, Mattie Bruining-Hoeksma. Ze werd op 21 april 1803 geboren in Tzummarum als dochter van Sierd Durks en Trijntje Jans.
- Sake Poppes Buitenhof, 8 oktober 1821 Gorredijk- 13 januari 1891 Veenhuizen, Janna Chun-Selie
- Willem en Pieter Veeningh, George Schepperle, Leeuwarden.
- Sara Groen in de herkansing, Tineke Slof. Met zoon Nicolaas Freni.
- Keimpe Ouwes Streekstra in de bedelaarskolonie van Ommerschans, Tineke Streekstra. Haar oudst bekende voorvader Keimpe is geboren in 1776 in Wierum als zoon van Ouwe Keimpes en Trijntje Jarigs. Op 3 juni 1796 in Wanswerd getrouwd met Trijntje Harmens Pallas. Hij was visser, schipper en koopman totdat hij waarschijnlijk failliet ging. Op 19 november 1828 wordt hij vermeld in het boek van de Armvoogdij van Aalsum. Een maand later wordt hij ingeschreven in Veenhuizen. Auteur van het artikel Tineke Streekstra doet een oproep voor meer informatie over haar voorouders. Ze heeft geen computer maar wel telefoon (netnummer Leeuwarden), 2131633.
- Sjoerd Wiebes Bakker (1867-1902), Martha Kist. Geboren in Hardegarijp en als 9-jarige wees. In het Drents Archief is zijn signalementskaart met foto's en vingerafdrukken bewaard. Toegang 0137.01, inv.nr. 339, nr. 162.

Sneuper Wil Schackmann, die ook diverse keren in ons ledenblad De Sneuper publiceerde, meldt recent:
Kortgeleden heeft het Drents Archief scans van een heleboel stamboeken van bewoners van de koloniën van de Maatschappij van Weldadigheid op internet gezet. Het gaat om bewoners van de vrije koloniën Frederiksoord, Willemsoord en Wilhelminaoord en de onvrije koloniën Veenhuizen en de Ommerschans. De bevolkingsgroepen waarvan de boeken online zijn gezet zijn bedelaars, weeskinderen, militaire veteranen, arbeidershuisgezinnen en vrije kolonisten en de bij hen ingedeelden.
Het gaat om enkele tienduizenden mensen. Via die scans is het mogelijk van die mensen te achterhalen wanneer ze aangekomen zijn, waar ze precies gewoond hebben, bij wie ze in huis woonden en waar het de bedelaars betreft zijn er in de meeste gevallen ook signalementen te krijgen.
Helaas zijn er geen moderne digitale indexen op deze stamboeken, er zijn alleen in die tijd (eerste helft 19e eeuw) gemaakte handgeschreven indexen, die ook als scans in te zien zijn.
Het vergt enige uitleg hoe bij die scans te komen en daarna hoe je er het best in kunt zoeken, maar ik heb getracht dat zo goed mogelijk uit te leggen in drie artikelen:
Deel 1: https://velehanden.n...re_cmw/id/33770
Deel 2: https://velehanden.n...re_cmw/id/34750
Deel 3: https://velehanden.n...re_cmw/id/35784

woensdag 23 december 2015

Criminele Sententies Hof van Friesland 1516-1800

Via Antonia Veldhuis werd ik getipt over een webpagina bij het Historisch Centrum Leeuwarden met daarop een Chronologische lijst van de merkwaardigste meest crimineele sententiën van het Hof van Friesland te Leeuwarden, ter Canselarij uitgesproken van 1516-1800.

Van de periode 1700-1811 hadden wel al diverse indexen van Tresoar en R.S. Roarda, maar bovengenoemde kende ik nog niet. Wel had ik ook indexen terug tot 1600 online gezet.

Het leuke is vooral dat er een kleine samenvatting gegeven wordt van de veroordelingen. En die logen er in vroegere tijden niet om. Sterker nog: ze waren veelal zeer wreed. Echt volgens het principe Oog om oog, tand om tand.
Vooral tussen 1516 en 1700 werd je voor relatief lichte overtredingen al met het zwaard bewerkt en veelal onthoofd in Friesland! De beul moet het er maar wat druk mee gehad hebben.
1574, d. 23 Oct zijn Tjerk Teykes en Frederik Tjeerds wegens dieverije by nagt gepleegd ten huize van Poppe van Bourmania onthooft.

Ook werd men te pas en te onpas uit Friesland verbannen, zoals bijvoorbeeld dit geval:
1652, D 1 Juny is Griet Jans van Dokkum wegens toverye en waarseggen gegeesselt en voor 10 jaaren gebannen.
Of deze: 1789, d. 18 juny is Sjoerd Jacobs Mook van Dokkum wegens het steelen van een stuk kant voor agt dagen te water en brood gezet, en voorts voor een jaar buiten het quartier van Oostergo gebannen.

Trijntje Hendriks is een soort draaideurcrimineel. Steeds weer begeeft zij zich op het slechte pad. Ze was getrouwd met een man uit het Waalse Luik, Leenerdt Leenardts en werkte enige tijd in het vlas.
Lees het uitgebreide vonnis over haar: 1668, 9mei. Sententie voor Tryn Hendriks wegens mishandeling Christiaan Wolters aangedaan.

Vrouwen die een pasgeboren kind afstootten werden vaak eerst te pronk gesteld met een pop en vervolgens vaak alsnog onthoofd of verdronken. Soms ook nog onder de galg begraven!
1541, d. 16 february is Thiet Remmolts dogter van Nykerk in Oostdongardeel, wegens het weder leggen van een naakt kind dat naderhand dood gevonden is by de galge verworcht en aan een rad gehangen.
1631, d. 1 October zyn Merk Sybrants en haar dogter Griet Sybrants wegens het ombrengen van een kind, waarvan de dogter in stilte bevallen was, beide by de galge en het water verdronken en versmoort.
1659, d. 15 octob is Auck Jouckes van Lippenhuisen wegens het moordadig ombrengen van haar eerstgeboren kind in een sak by de galge vermoord, voorts ’t lighaam in de sak op een rad gestelt hebbende in de eene hand een gemaakte doorgesneden pop, en in de andere een mes.

Voor de reformatie in 1580 stonden er zware straffen op 'blasfemie'. Zoals in 1525 voor Willem Taekes uit Anjum of in 1539, d 20 Mei is Gerrit Luitjes wegens blasphemie een uur lang te pronk gestelt voorts een yser door syn tong gestroken en daar mede een goede wijle tijds laten staan.

Ofke Haayes die in het Kollumer Oproer van 1634 een rol speelde werd onthoofd in 1636.

Jacob Sybes uit Ternaard voor het Reboelje yn de Dongeradielen ook onthoofd in 1750.

Brandstichters werden zelf verbrand: 1673, d. 15 maart is Zacheus Abbema van Collum wegens brandstigtinge te Collum gepleegd, toen de meeste ingezetenen uit vrees voor de munsterschen van daar gevlugt waren, op de Geregtsplaats buiten de stad geworgd voorts met den vuure gesengd en het lighaam in de volgende nagt begraaven.

Mensen uit Kollum (Collum), Wierum, Akkerwoude, Rinsumageest en Dokkum worden genoemd. Leest u het maar eens op uw gemak door die Chronologische lijst van de merkwaardigste meest crimineele sententiën van het Hof van Friesland te Leeuwarden, ter Canselarij uitgesproken van 1516-1800.

woensdag 16 december 2015

De Sneuper 120, december 2015, met Dokkumer carillon, beiaardiers, stereofoto's en Holwerders

Het winternummer van 2015 van ons verenigingsblad De Sneuper, nummer 120, heeft als coververhaal '400 jaar Carillon Dokkum'.
Niet alleen wordt de geschiedenis van het carillon behandeld door stadsbeiaardier Auke de Boer, ook wordt uitgebreid beschreven wie de organisten en beiaardiers door de eeuwen heen in Dokkum waren. Piet de Haan neemt dit doorwrochte artikel voor zijn rekening.

Jack Boersma vertelt het waar gebeurde verhaal van 85 jaar geleden (1929 ) aan de Dôlle bij De Trieme onder Westergeest. Hoofdrolspelers zijn veehouder Jacob Steringa en zijn buurmannen arbeider Auke van Assen en ‘gernierke’ Heine van Assen.

Dr. Arjen Dijkstra van de Rijksuniversiteit Groningen neemt ons mee naar de academische voorspoed van drie jongens die, net als hijzelf, hun roots hadden in Noordoost-Friesland, en gingen studeren aan de Universiteit van Franeker.
Balthasar Bekker
, bekend van zijn aanklacht tegen het bijgeloof in de Betooverde Werelt, Ulrik Huber, de later beroemd geworden rechtsgeleerde die nu nog steeds een standbeeld in Den Haag heeft en de professor in de wiskunde Abraham de Grau, die een komeet ontdekte.
Dijkstra promoveerde zelf, bij uitzondering, in Franeker op het proefschrift met de intrigerende titel Between Academics and Idiots, A cultural history of mathematics in the Dutch province of Friesland (1600-1700). Een hoofdrol in de publicatie is weggelegd voor Adriaan Metius.

Hilda Bouta put weer uit haar rijke privé-archief met prachtige foto's uit de Eerste Wereldoorlog van Friezen in het Brabantse Waalwijk.

Nico Douma laat zien hoe rond 1900 stereofoto's populair worden, met een paar prachtige voorbeelden van Dokkum.

En de Amelander genealoog Pieter Jan Borsch had een mooie aanvulling op ons eerdere artikel in De Sneuper 112, december 2013 over Boskma en Keegstra's met Holwerders op de kooiplaats op Ameland.

Zo is De Sneuper 120 weer gevuld met voor elk wat wils en gevarieerde artikelen, waar de volgende keer misschien ook uw onderzoek of tekst tussen kan staan. Want wij blijven afhankelijk van de kopij van onze leden. Stuur dus vooral uw bijdrage in!
Dat en nog veel meer in dit nummer van De Sneuper dat binnenkort bij de leden op de mat valt (en u kunt ook een digitale versie als gratis extra krijgen, laat het ons weten!):

Inhoudsopgave:
HISTORIE & STREEKGESCHIEDENIS
- 400 jaar carillon Dokkum, Auke de Boer
- Klokkenisten & beiaardiers van Dokkum, Piet de Haan
- De Trieme yn 't ferline, Jack Boersma
- Academische voorspoed (Balthasar Bekker, Ulrik Huber, de Grau), Dr. Arjen Dijkstra
- Twee stereofoto's van Dokkum, Nico Douma

GENEALOGIE & FAMILIEGESCHIEDENIS
- Dan maar weer verhuizen (Oebele Haakma en Idske Botma), Jaap van Klaarbergen
- Holwerders op de kooiplaats (Ameland) & De Blieke, Pieter Jan Borsch

 
RUBRIEKEN & COLUMNS
- COLUMN: Je mutte mar hoare...,Ihno Dragt
. Over de nieuwe tentoonstelling over het Kollumer Oproer in Museum Dokkum.
- HERALDIEK: wapen van Oostdongeradeel, Rudolf Broersma

- Veldpost WO I: Knoopnaaien in Waalwijk, Hilda Bouta
 
DIGITAAL, ACTUEEL & VARIA
- WEBSITE & -BLOG: Kronieken en reisverslagen, Hans Zijlstra
- Herdruk Geschiedenis van Dokkum. U kunt nog intekenen!

Op de Praatstoel 2: verhalen uit NOF. Bestel dit fantastische boek (leuk als kadootje voor de kerst)! Slechts 20 euro voor ruim 400 pagina's hardcover (plus verzendkosten 6,75 ivm dikte boek. Af te halen in Dokkum en Oosternijkerk zonder verzendkosten).
U kunt ook nog met korting intekenen op de herdruk van het unieke boek Geschiedenis van Dokkum!
 
Wilt u ook meegenieten van de interessante verhalen uit onze regio, dan kunt u zich eenvoudig aanmelden als lid (slechts 15 euro per jaar) via dit online formulier. 

dinsdag 15 december 2015

De Vrije Fries deel 95 met welkomstredes, beeldhouwer Hempel en Friese identiteit

Het jaarboek 2015 van het Koninklijk Fries Genootschap voor Geschiedenis en Cultuur, in samenwerking met de Fryske Akademy, De Vrije Fries is het vijfennegentigste deel sinds de start in 1839!
Alle leden van het genootschap ontvangen het kloeke boek als onderdeel van het lidmaatschap. Ook het Historisch Tijdschrift Fryslan hoort hierbij.
De inhoud van De Vrije Fries gaat in de meeste gevallen de diepte in van een onderwerp dat past binnen de context van Friesland, geschiedenis, cultuur en wetenschap.
Het komende jaar zal een nieuwe frisse website gelanceerd worden waarop, nog meer dan nu al het geval is, een groot deel van de oudere publicaties digitaal beschikbaar wordt gemaakt.

Om een goed beeld van de inhoud van dit nummer van De Vrije Fries te geven volgt hier het Redactioneel:
Dit 95ste jaarboek van De Vrije Fries bevat volgens traditie een breed scala aan artikelen over het lange en veelzijdige verleden van Fryslân. Er is aandacht voor alle hoeken van de provincie, inclusief de Stellingwerven en het Waddengebied. Een van de artikelen brengt ons bovendien in het Duitse Nordfriesland. De brede oriëntatie betreft verder mens en dier, het gewone volk en de elite, hun onderricht, kunst en archeologische nalatenschap. Ook wordt de discussie over de Friese identiteit in deze aflevering voortgezet.

Jorieke Savelkouls opent de editie met een nieuwe geschiedenis van it hynder yn Fryslân en it Fryske hynder. In haar Engelstalige artikel onderscheidt zij deze paarden met slechts één letter, dus wees op uw hoede: de Frisian horse naast de Friesian horse. Pas rond 1900 werden de kenmerken vastgesteld waaraan de Friesian horse – oftewel het stamboekpaard – moest voldoen. Een gepopulariseerde versie van dit artikel is te vinden in de vrijwel gelijktijdig verschijnende wintereditie van het tijdschrift Fryslân.

Kees Kuiken verdiept zich vervolgens in de identiteitspolitiek van de Stellingwerver beweging. Hij graaft eerst in het verdere verleden om daarna te kunnen analyseren hoe de Stellingwervers tamelijk recent een verbeelde gemeenschap hebben gevormd, door zich zowel te spiegelen aan als te verzetten tegen de verbeelde gemeenschappen van de buurregio’s. Zijn bijdrage past voortreffelijk in het huidige onderzoek naar transregionale geschiedenis en het veld van ‘border studies’.

Ineke Noordhoff benadert evenals Savelkouls de relatie tussen mens en dier, in dit geval in de bijzondere omgeving van het Terschellinger duingebied. Het gemeenschappelijke gebruik ervan voor de begrazing door vee heet hier oerol (overal). Sinds 1982 is deze term echter ook gekoppeld aan het intussen succesvolle toeristische festival op het eiland en staat deze voor de beleving van overal cultuur. Het is daarom goed dat Noordhoff de oorspronkelijke betekenis voor het voetlicht brengt en landschapsgeschiedenis verbindt met eerdere inkomstenbronnen van de eilanders.

Na de oprichting van de Franeker universiteit in 1585 door stadhouder Willem Lodewijk hield het Huis Nassau-Dietz een warme band met deze instelling, onder andere door er zijn jonge prinsen te laten studeren. Als eerstejaars werden deze verwelkomd met een academische oratie. Sybren Sybrandy bestudeert de Latijnse redes voor drie Nassause studenten, die ook alle drie stadhouder werden. Het betreft een genre dat overeenkomsten vertoont met de vroegmoderne ‘vorstenspiegels’.

De bijdrage van Sytse ten Hoeve brengt ons daarna bij het werk van de bijna vergeten achttiende-eeuwse Duitse beeldhouwer Johannes George Hempel. Diens grandioze erfenis is vooral te vinden in Sneek en het noordwesten van Fryslân. Ten Hoeve heeft daarover een schat aan gegevens bijeengebracht, die uitnodigen tot nader onderzoek. De meeste illustraties in de kleurenkaternen betreffen het fraaie werk van Hempel.

Otto Knottnerus is de auteur die het blikveld verlegt naar Nordfriesland, wat hij doet in een beschouwing over Friese identiteit rond 1800. Hij begint niettemin met het politieke drinkritueel van ‘de uitluider’ tijdens de patriottentijd in Franeker. Het glaswerk daarvoor kwam van de patriotse medicus Jan de Vicq Tholen, die in 1787 de restauratie niet afwachtte maar via Altona naar het Duitse Husum vertrok. De Vicq Tholens verdere levensloop is de opmaat naar bredere bespiegelingen over de ontwikkeling van het vrijheidsbesef in de gehele kustregio. Knottnerus’ conclusies bieden interessante gezichtspunten voor verder debat, bijvoorbeeld ten aanzien van de vraag of het emancipatieproces van de Friese taalbeweging al dan niet is voltooid.

Het laatste artikel is van Corien Rattink, die het leven van de wâldtsjer Rients Agema onderzoekt. In 1881 was deze het slachtoffer van klassenjustitie, na een schietincident bij zijn werkgever Johannes Bieruma Oosting in Oranjewoud. Hoewel Agema in hoger beroep wegens gebrek aan bewijs werd vrijgesproken, wist hij zijn leven niet meer goed op de rails te krijgen. Hij eindigde als landloper en werd een goede bekende van het Drentse Veenhuizen. Zowel Rattink als Knottnerus schenkt aandacht aan materiaal dat tegenwoordig door het Fries Museum wordt bewaard, een van de instellingen die ook voor dit nummer veel illustraties heeft verschaft.

Deze aflevering wordt afgesloten met enkele beschouwingen over recente publicaties op het terrein van de voorgeschiedenis en archeologie in de Friese en omringende landen. De eerste beoordeling komt van Egge Knol en de tweede van oud-redactielid Ernst Taayke. Daarna volgt de archeologische kroniek over 2013 en 2014, het eerste overzicht waarvoor Nelleke IJssennagger het materiaal vanuit het veld bijeenbracht. Hulde aan allen die deze kroniek mogelijk maakten.

Ook dit kalenderjaar veranderde de redactie van samenstelling. Begin 2015 namen wij, onder grote dankzegging voor al hun redactionele werkzaamheden, afscheid van Piet Bakker en Marjan Brouwer. Hun namen zijn verbonden aan de jaargangen vanaf achtereenvolgens 2004 (!) en 2013. We verwelkomden in januari Martha Kist en Hans Zijlstra. Met de komst van Suzanne Rus, halverwege het jaar, voelt het redactieteam zich op volle sterkte.

Dit jaarboek verschijnt onder auspiciën van zowel het Fries Genootschap / Frysk Genoatskip als de Fryske Akademy. Wij zijn beide organisaties zeer erkentelijk voor de mogelijkheden die zij ons bieden om dit jaarboek te realiseren en toekomstplannen te smeden. In het bijzonder zijn wij verheugd over de professionele redactionele ondersteuning die de Fryske Akademy ons recent heeft verleend door een van haar medewerkers permanent beschikbaar te stellen voor onder meer eindredactionele werkzaamheden. Als redactie kunnen wij ons hierdoor voortaan meer richten op de inhoud van de komende edities en de webpagina’s bij het jaarboek, die momenteel vernieuwd worden. Nieuwe kopij op het terrein van de Friese cultuur en geschiedenis is altijd van harte welkom.

zondag 13 december 2015

Symposium Het Maritieme verleden van de Friese Zuidwesthoek

Hindeloopen, de 11e stad van Friesland, lag op een soort schiereiland dat in de Zuiderzee uitstak. Hoewel de stad niet beschikte over havenfaciliteiten voor grote zeeschepen, en ook niet over goede verbindingen met een achterland, was de koopvaardij toch de belangrijkste bedrijfstak ten tijde van de Republiek.
De scheepvaartsector leverde het vervoer voor de handel en nijverheid in Holland. De cargadoors in Amsterdam waren de voornaamste opdrachtgevers en Noorwegen was een belangrijke bestemming. Toen in de Franse tijd Amsterdam zijn positie als wereldhaven verloor kwam er een eind aan de bedrijvigheid van de scheepvaart in Hindeloopen. Van het maritiem verleden is er betrekkelijk weinig bewaard gebleven. De meeste aandacht ging uit naar de folklore, de klederdrachten, het schilderwerk en de eigenaardige taal.
Het Museum Hindeloopen heeft de Wurkgroep Maritieme Skiednis verzocht mee te denken over hoe dit hoofdstuk uit de geschiedenis van de stad vorm zou moeten krijgen.
In de discussies noemen we dit project de Hindelooper Zeereis. Dit symposium zal een eerste aanzet vormen voor de uitwerking van de ideeën over deze zeereis. Een aantal inleiders zal de verschillende aspecten van het maritieme verleden van Hindeloopen belichten. We nodigen u uit om mee te gaan op deze boeiende en avontuurlijke reis.

Het bestuur van de Wurkgroep Maritieme Skiednis

Programma:
13.30 Ontvangst met koffie/thee
14.00 Opening van het symposium door de dagvoorzitter Rob Leemans
14.05 Toelichting op de plannen van het Museum Hindeloopen door Ties Elzenga, voorzitter van de Hidde Nijland Stichting
14.15 Ontwikkeling van de Zuiderzeesteden door Karel Gildemacher
14.45 De zeeschepen van de Gouden Eeuw door Elisabeth Spits
15.15 De kunst van het navigeren in de 17e en 18e eeuw door Rob Leemans
15.45 Pauze
16.15 De partenrederij als bedrijfsvorm bij de Friese koopvaardij in de 18e eeuw door Jelle Jan Koopmans
16.45 Schippersgemeenschappen in de Zuidwesthoek door Cor Trompetter
17.15 Lokale zeehelden door Jan de Vries (over o.a. Wiebe Siewerts)
17.45 Terugblik op het symposium door Hanno Brand, directeur – bestuurder Fryske Akademy
18.00 Borrel met aansluitend buffet

Zaterdag 23 januari 2016, 14.00 – 18.30 uur
In De Foeke - Hindeloopen
Nieuwstad 49, 8713 JN Hindeloopen,
0514 522017

Toegang en opgave
Dit symposium is voor iedereen toegankelijk.
Meedoen aan het symposium kost € 5.
De kosten voor het buffet zijn € 15. Het totaalbedrag kan aan de zaal betaald worden (graag gepast geld).
Opgave kan tot en met vrijdag 15 januari 2016 bij de Fryske Akademy: e-mail baly@fryske-akademy.nl of telefonisch 058 2131414.
Goed aangeven of u alleen voor het symposium komt of voor het symposium én het buffet. Dieetwensen graag doorgeven bij uw aanmelding. Wilt u gebruik maken van de vervoerservice van station Hindeloopen naar De Foeke? Geef het door bij uw aanmelding.

zaterdag 12 december 2015

Gen magazine CBG met Groninger covermodel

Het magazine van het CBG, Gen, heeft deze keer een prachtige cover met een portretschilderij in pastel van de Groningse Tjadduwe Jans (1745-1824), toegeschreven aan Theodorus Bohres, 1816. Deze Oostgroningse was getrouwd met Egbert Geerts Sterenborg (1738-1828).
De portretten deden me overigens direct denken aan de pastelportretten van Dokkumer jeneverbrander Oege Goslings en zijn vrouw Tietje Colerus.
Het zou niet vreemd zijn als de (toen) stad-Groninger Bohres ook deze portretten heeft vervaardigd!
Hij maakte namelijk de portretten van diverse echtparen uit De Waarden (gemeente Grijpskerk), bij Kommerzijl. Het Groninger Westerkwartier is altijd al een sterk met onze regio verbonden gebied geweest. Zo zien we herenboer Klaas de Waard (1787-1852) en echtgenote Menke Krijthe (1790-1844) en ook  Dirk Klaassen de Waard (1794-1825) met zijn echtgenote Lucina Thema (1795-1836).
Eveneens op De Waarden zien we Pieter Dirks Teenstra (1789-1862) en Janke Djurres Siccama (1792-1822).
Ook Rendert Willems van Holdinga (1792-1859) en Aafke Oeges de Waard (1799-1850) en Harke Jans van Holdinga (1780-1828) met Jantje van Leggelo ( -1862).
Bohres moest het waarschijnlijk hebben van mond-tot-mondreclame in familienetwerken. Toen hij later verhuisde naar het Zuiden portretteerde hij ook een Limburgs familienetwerk.

Nog mooier is wellicht het Portret van de familie van Douwe Martens Teenstra (1795-1864).

In deze stijl van pastelportretten werkten ook twee andere regionale kunstenaars: Wessel Lubbers en Berend Kunst.
In het Groninger Museum is in 1959 een tentoonstelling geweest die puur gericht was op portretten uit boerenfamilies uit de Ommelanden.
Ook de voorouders van Rijksmuseumdirecteur Wim Pijbes komen in de tentoonstellingscatalogus Reunie van het voorgeslacht voor: Portret van Pijbe Geerts Pijbes ( -1833) en echtgenote Hindriktje Halbes Potjewijd ( -1815).

Een mooie variëteit aan artikelen verder in het magazine:
Jacobus Lissone: de man die de wereld kleiner maakte
Lissone was de eerste Nederlander die groepsreizen organiseerde. Hierdoor werd het voor veel mensen opeens mogelijk om geheel nieuwe delen van de wereld te verkennen. Anke Stegehuis beschrijft de ontwikkeling van een grote reisorganisatie.

Het verborgen familieleven van BN’ers
Het programma Verborgen verleden is een begrip in televisieland. Zaterdagavond 9 januari begint een nieuwe serie. Lilian de Bruijn nam voor Gen. een kijkje achter de schermen.

Wie is wie in laatmiddeleeuws Brussel
Brussel groeide in de late middeleeuwen uit tot een van de grootste steden van de Nederlanden. Bram Vannieuwenhuyze vertelt over het databaseproject dat de inwoners én bezoekers in kaart brengt. U kunt zoeken via de website van Rijksarchief België en er is een handleiding Wie is Wie in laatmiddeleeuws Brussel beschikbaar.

Collectegiften in de Republiek
Familiehulp was in de zeventiende eeuw verre van vanzelfsprekend. Daarom vond in veel steden minstens één keer per week een huis-aan-huiscollecte plaats. Daniëlle Teeuwen onderzocht collectegiften en de financiering van armenzorg in de Republiek.

Armoede in een Aziatische stadskolonie
Henk Niemeijer verdiepte zich in de armoede in Batavia. Door bittere armoede gedwongen verkochten mensen zichzelf daar als slaaf, en wonderlijk genoeg konden veel armen zichzelf alleen in leven houden door gebruik te maken van de diensten van een slavin.

Bolle Dirck en de armen van Woubrugge
Veel genealogen denken dat over voorouders die arm waren, nauwelijks iets in de archieven is te vinden. Léon van der Hoeven legt uit dat dit zeker niet altijd zo is. Armenrekeningen kunnen een heel rijke bron zijn.

Van achterbuurt tot achterstand
Net als de grote steden in het westen kreeg Deventer in de negentiende eeuw te maken met overbevolking en verkrotting. Vincent Sleebe deed onderzoek naar een nieuwe achterbuurt, die ontstond na de invoering van de Woningwet in 1901.

Zingen over vrijheid in een kamp
Elisabeth Lugt werd geboren in Batavia. Haar grote droom was het, zangeres te worden. Door de oorlog en de terugkeer naar Nederland leek deze droom aanvankelijk niet uit te komen. Tommy van Es vertelt het verhaal van een gedreven vrouw.

Priester tussen twee werelden
Luuk Keunen brengt met oude foto’s en briefjes het tragische levensverhaal van de Brabantse priester en missionaris Willem van den Nieuwenhof over het voetlicht.

Groninger herenboeren in beeld
Oud-CBGmedewerker Jochem Kroes vond op de markt oude foto's van pasteltekeningen. Hij ging op zoek naar informatie over de afgebeelden en de vervaardiger van de portretten. De (ingekleurde) afbeeldingen zijn vermoedelijk uit een familie die boerde op De Waarden bij Grijpskerk.

En dan zijn er natuurlijk de vaste rubrieken:
NostalGen, met als thema dienstpersoneel, de tweede aflevering van de serie 'de zeven pijlers van de genealogie', de columns - waaronder de laatste bijdrage van Els Kloek, de boekenrubriek en de Verleden tijd.
Maarten van der Meer schrijft in zijn column Vernoeming over de voornaam Ommelandicus die opeens in België opduikt, waarschijnlijk een verre nazaat van jonkheer Mr Onno Reint Alberda van Ekenstein (1752-1821), de Groningse aristocraat die in 1787 werd benoemd tot president van de Ommelanden.