maandag 15 december 2014

Vrije Fries 2014, nummer 94, met Wybrand de Geest, Abraham Ferwerda, Wopke Eekhoff en Heringastate

Van de redactie Vrije Fries:
De snelle veranderingen in het Friese landschap tijdens de laatste decennia blijven de gemoederen bezig houden. In De Vrije Fries van 2010 verwoordde Goffe Jensma zijn visie op dit thema. Zijn boodschap was dat de Friese gemeenschap een eigentijdse visie op het ‘Frysk eigene’ dient te ontwikkelen. Jensma’s beschouwing, getiteld ‘Plat land, diepe geschiedenis: Friesland als trauma’, was voor het Fries Genootschap aanleiding tot het organiseren van een symposium op 23 november 2012. De toen gestelde vraag was of Fryslân het jaar 2034 zal halen. Een van de sprekers, Geert Mak, verkondigde daarna zijn opvattingen ook elders. In het Friesch Dagblad van 30 april 2013 verscheen bijvoorbeeld zijn tekst van een eerder in Wommels gehouden toespraak, met de intrigerende kop: ‘Het Friese landschap interesseert ons geen bal’, gevolgd door de lead: ‘Fryslân bevindt zich in een identiteitscrisis. De bouwsels op het platteland zijn daar een voorbeeld van.’
Wat is nu de stand van zaken en hoe hoog is de nood? Ook al verandert het Friese landschap snel, toch ook weer niet zo vlug dat het geen geschikt onderwerp is voor voortgaand debat in een jaarboek. Voor deze aflevering van De Vrije Fries vonden wij Geert Mak bereid om opnieuw aan te geven hoe hij denkt over de landschappelijke transformatie van Fryslân.
Maks openingsessay wordt in het eerste deel van dit jaarboek gevolgd door een vijftal, chronologisch gerangschikte artikelen over uiteenlopende onderwerpen. In hun artikel ‘All Change’ onderzoeken Marcus Roxburgh, Hans Huisman en Bertil van Os de mogelijkheden van materiaalanalyse met een XRF-scanner om meer te weten te komen over de mogelijke organisatie van broche-productie in vroegmiddeleeuws Fryslân. Zij analyseren de koperlegering van 600 broches en bekijken de veranderingen in de samenstelling van het metaal door de tijd heen. Hiermee komen zij tot een idee over de productie-organisatie en toekomstige onderzoeksmogelijkheden.
Suzanne Rus geeft vervolgens betekenis aan het album amicorum van Wybrand de Geest, Fryslâns bekendste schilder uit de Gouden Eeuw. Vanaf 1611 liet De Geest dit vriendenboek negen jaar lang invullen met allerlei persoonlijke teksten, heraldiek en tekeningen. Dit vond plaats tijdens zijn reis naar Utrecht en Rome, voordat hij zich weer in Leeuwarden vestigde. Alleen al door de verscheidenheid aan bijdragen betreft het een uniek document.
De uitgever Abraham Ferwerda is vooral bekend als founding father van de Leeuwarder Courant in 1752. Matthijs Droog onderzocht echter de andere uitgaven in het fonds van deze Leeuwarder ‘pommerant’. Hij toont onder meer aan dat er heel wat meer publicaties van Ferwerda’s persen rolden dan de eerst wekelijkse en later tweewekelijkse edities van Fryslâns oudste krant.
Volgens hem had er dan ook allang in Leeuwarden een straat naar Ferwerda vernoemd moeten zijn.
Ben Broos brengt ons daarna via Wopke Eekhoff bij de beroemdste Nederlandse schilder uit de Gouden Eeuw, Rembrandt van Rijn, of beter gezegd bij diens echtgenote Saskia Uylenburgh. Zij was een achternicht van Hendrickje Uylenburgh, de vrouw van de al genoemde Wybrand de Geest. Een kleine wereld dus, waarvan men zou denken dat de genealogische verhoudingen bekend bleven in het publieke domein. Toch raakte Saskia als echtgenote van Rembrandt in de vergetelheid, totdat Eekhoff haar in de negentiende eeuw weer op de juiste plek zette. Hiertoe was hij in staat doordat hij een identificerende notitie aantrof in het album amicorum van de Friese jurist Rombertus Ockema.
Aan het eind van het eerste deel in dit jaarboek vraagt Gunar Boon zich af of de verbouwing van Heringastate in Marsum, beter bekend als het Poptaslot, in het begin van de twintigste eeuw een restauratie of reconstructie was. Vanwege verzakking van de state werd destijds de architect Johan F.L. Frowein, een leerling van Pierre Cuypers, aangetrokken. Froweins beslissingen en activiteiten moeten volgens Boon getypeerd worden als ‘historiserende reconstructie’.
De tweede helft van deze aflevering staat in het teken van de Beneficiaalboeken uit 1543. Van deze uitzonderlijke bron met allerhande gegevens over inkomsten uit geestelijk bezit verscheen vorig jaar een nieuwe, ook digitaal doorzoekbare editie, bezorgd door Peter van der Meer en Hans Mol. Deze uitgave werd op 18 oktober 2013 gepresenteerd tijdens een studiedag van de Fryske Akademy. Acht sprekers bogen zich toen over de vraag hoe deze bron in historisch en taalkundig onderzoek benut kan worden. Zij werkten hun voordrachten om in artikelen, die wij in samenwerking met de bezorgers van de broneditie redigeerden. Voor nadere introductie verwijzen we hier naar de inleiding van Mol en Van der Meer die vooraf gaat aan de acht artikelen. Een aankondiging van deze bijdragen over de Benificaalboeken stond al in het afgelopen septembernummer van Fryslân, het andere blad dat onder auspiciën van het Frysk Genoatskip verschijnt. Met de redactie van dit tijdschrift spraken wij de wens uit de banden aan te halen en in de toekomst meer gezamenlijk te opereren waar dit mogelijk is.
Als redactie namen wij in het voorjaar afscheid van Ernst Taayke. We bedanken hem hartelijk voor al zijn inbreng sinds zijn aantreden in 2009, in het bijzonder voor de archeologische kronieken die hij steeds energiek samenstelde. Hoewel afwezig in deze aflevering betekent zijn vertrek niet het einde van de archeologische kroniek in De Vrije Fries. Het gemis van Ernst Taayke werd dit jaar gecompenseerd door de komst van Marijn Molema in de redactie, eerder dit jaar benoemd als historicus voor de negentiende en twintigste eeuw aan de Fryske Akademy.

Inhoud
Van de redactie, 7
ESSAY
  • Geert Mak, Het Friese landschap: geen trauma maar een open wond, 9
BIJDRAGEN
  • Marcus Roxburgh, Hans Huisman, Bertil van Os, All change: The end of a metalworking tradition in Dark Age Frisia, 19
  • Suzanne Rus, Het album amicorum van Wybrand de Geest, Een uniek reisdocument, 31
  • Matthijs Droog, Drukwerk voor iedereen. Het fonds van de Leeuwarder uitgever Abraham Ferwerda (1716-1783), 61
  • Ben Broos, Wopke Eekhoff en ‘de ontdekking’ van Saskia Uylenburgh als de vrouw van Rembrandt, 85
  • Gunar R. Boon, De verbouwing van Heringastate in Marsum, 1906-1912, Restauratie of reconstructie?, 107

THEMA: STUDIES OVER DE BENEFICIAALBOEKEN VAN 1543
  • J.A. (Hans) Mol en Peter van der Meer, Inleiding, 129
  • Paul Noomen, Enkele lijnen in de ontwikkeling van het parochiewezen in Oostergo, 133
  • Jan Kuys, Vrijgesteld maar vaak ook niet, Belasting op kerkelijke inkomens in het laatmiddeleeuwse bisdom Utrecht, 147
  • J.A. (Hans) Mol, Het inkomen van zielzorgers in Friesland, 1511-1543 . 165
  • Otto Roemeling, De geestelijken van 1543: cijfers over studie en afkomst . 175
  • Henk Bloemhoff, Nedersaksische elementen in de Stellingwerver Beneficiaalboekteksten 183
  • Karel. F. Gildemacher, Het Friese landschap volgens de toponiemen in de Beneficiaalboeken 201
  • Philippus H. Breuker, De hemrik lokalisatie, datering en betekenisontwikkeling 229
  • Merijn Knibbe, De kerk, de staat en het vredesdividend, De pachtopbrengsten van kerkelijke goederen in Friesland, 1511-1543, 251
  • Dennis Worst, Hooi halen stroomafwaarts. Het belang van hooiwinning voor de veenboeren in Zuidoost-Friesland, 279
  • Geraadpleegd materiaal bij de thematische bijdragen, 299
  • Jaarverslag Koninklijk Fries Genootschap over 2013, 313
  • Over de auteurs, 317
Ook lid worden van het Koninklijk Genootschap voor Geschiedenis en Cultuur, en daarmee de Vrije Fries en tijdschrift Fryslan ontvangen? Meldt u nu aan via het online Lidmaatschapsformulier.

zaterdag 13 december 2014

Gen.magazine CBG december 2014 met focus op België

Het Centraal Bureau voor Genealogie meldt een nieuw nummer van het kwartaalblad Gen.magazine
Het thematisch dossier is deze keer gewijd aan België, buurland met een rijke genealogische traditie. In twee bijdragen kunt u lezen over oudheidkundigen en wapenkoningen uit het ancien régime, die hun stambomen soms met hele verzinsels en halve waarheden opstelden. Het dossier bevat ook artikelen over het meer recente verleden. Bijvoorbeeld over de vele Belgen die tijdens WO I op de vlucht in Nederland terecht kwamen, en het verhaal over de Belgische emigranten naar de Nieuwe Wereld dat verteld wordt in het Red Star Line Museum.
Inhoudsopgave:

Helden en veteranen van Waterloo
In juni 2015 is het tweehonderd jaar geleden dat Napoleon bij Waterloo definitief werd verslagen.
Militair historicus Louis Sloos vertelt over de Nederlandse helden en veteranen van deze slag.

Lutske Wester
Friesland heeft een lange traditie als het gaat om schaatswedstrijden of hardrijderijen. Lutske Wester uit Eernewoude was met afstand de beste hardrijdster van haar tijd en won maar liefst 43 wedstrijden. Ron Couwenhoven vertelt het hele verhaal.

In het kielzog van Bestevaêr
Op 29 januari komt de film Michiel de Ruyter van regisseur Roel Reiné in de bioscoop. De film belooft een historisch epos te worden over de bekendste zeeheld van de Gouden Eeuw. Otto van der Meij sprak met nazaat en ondernemer Frits de Ruyter de Wildt, voorzitter van de stichting die de nagedachtenis van de admiraal wil bevorderen.

Verborgen in het DNA
Een grootschalig genetisch en genealogisch project in België toont aan dat veel genealogen er belang bij hebben om genetische gegevens te koppelen aan hun stamboomonderzoek. Evolutionair geneticus Maarten Larmuseau legt uit waarom.

Doodstraf voor een stamboomvervalser
In 1722 werd in Gent de stamboomvervalser Cornelis van Bourgoigne terechtgesteld. Deze talentvolle schrijfkunstenaar vervalste genealogische bewijzen om er zelf financieel beter van te worden. Maarten van Bourgondiën (géén familie) deed onderzoek naar zijn ‘schaedelycke misdaeden’.

Belgen in Amerika
Tussen 1820 en 1975 emigreerden ongeveer tweehonderdduizend Belgen naar Amerika. Veel landverhuizers reisden met de Red Star Line. In oktober vorig jaar ging in Antwerpen het Red Star Line Museum van start. Het museum toont de verhalen van de Belgische migranten. Marie-Charlotte Le Bailly en Lien Vloeberghs, medewerkers van het museum, zijn steeds op zoek naar verhalen van migranten die met Red Star Line de grote oversteek maakten.

Overige artikelen In het Dossier:
Nakomelingen van Belgische vluchtelingen. Een eeuw later, door Rob Wolf
De valstrikken van de oude Belgen, door Jan Caluwaerts
De Grote Oorlog in een Hollands dorp. De opvang van Belgische vluchtelingen in Lisse, door Laura Bemelman

Verder zoals gebruikelijk in Gen. ook de rubrieken Nieuws, Gesignaleerd, NostalGen., CBG weet raad, Portret & Verhaal (van het RKD), Armoriaal, Kijk op Bronnen en de vaste columns Memo, Digitaal, Vernoeming, Vrouwen en kinderen eerst en @EricHennekam.

vrijdag 12 december 2014

De Sneuper 116, december 2014, met Foudgum, schilderijen en mobilisatie 1914

Het winternummer van ons verenigingsblad De Sneuper, nummer 116, heeft een prachtige coverfoto van een groep soldaten uit Noordoost-Friesland die tijdens de Eerste Wereldoorlog in Brabant gemobiliseerd waren. Wederom schrijft Kees Bangma een meeslepend verhaal over dit onderwerp.
Jaap Heeringa neemt ons mee naar het kleine terpdorpje Foudgum en laat het boeiende historische centrum zien.
Over de verwer/schilder Ruwersma schreef Hans Zijlstra een inventariserend verhaal waarin enkele van diens schilderijen voor het voetlicht gebracht worden. O.a. een zeer bijzonder genealogisch waterverfschilderij en een schoorsteenstuk worden besproken en getoond. De vraag is of er nog meer werken bekend zijn bij onze leden of verzamelaars.
In het beeldrijke nummer ook een interessant maar treurig verhaal over dominee Pybo Talma, een rouwbrief uit 1774 en een verwantschapsreeks.
Onze vaste rubrieken staan weer vol met onderhoudende verhalen en verrassende foto's.

Zo is De Sneuper 116 weer gevuld met voor elk wat wils en gevarieerde artikelen, waar de volgende keer misschien ook uw onderzoek of tekst tussen kan staan. Want wij blijven afhankelijk van de kopij van onze leden. Stuur dus vooral uw bijdrage in!
Dat en nog veel meer in dit najaarsnummer van De Sneuper dat binnenkort bij de leden op de mat valt (en u kunt ook een digitale versie als gratis extra krijgen!):

Inhoudsopgave:
HISTORIE & STREEKGESCHIEDENIS
- Noordoostfriezen bij mobilisatie in 1914, Kees Bangma
- Historische centrum Foudgum, Jaap Heeringa
- Schilder Wessel Pieters Ruwersma, Hans Zijlstra

GENEALOGIE & FAMILIEGESCHIEDENIS
- Dit zijn rampvol leven, Pybo Talma, Sylvia Binch-Talma
- Een rouwbrief uit 1774, Hans Zijlstra
- Twee portretten en een diploma, Albert Stol/Hans Zijlstra

- Verwant aan Jan Ritskes Kloosterman, Mattie Bruining
RUBRIEKEN & COLUMNS
- COLUMN: Je mutte mar hoare...,Ale Hansma

- De koffer van Mathilde: Volkenkunde in Ludwigs foto-album, Hilda Bouta
- HERALDIEK: stadswapens van Dokkum 2, Rudolf Broersma

- Diaconierekeningen: Bosck sonder boomen, Piet de Haan
DIGITAAL, ACTUEEL & VARIA
- Digitaal verhaal: Scans en databases, Hans Zijlstra

- Ingeboekt: De oorlog een gezicht gegeven, deel 3 (Dokkum), Warner B. Banga

Op de Praatstoel 2: verhalen uit NOF. Bestel dit fantastische boek (leuk als kadootje)! Slechts 20 euro voor ruim 400 pagina's hardcover (plus verzendkosten 6,75 ivm dikte boek. Af te halen in Dokkum, Oosternijkerk en Amsterdam zonder verzendkosten).
 
Wilt u ook meegenieten van de interessante verhalen uit onze regio, dan kunt u zich eenvoudig aanmelden als lid (slechts 15 euro per jaar) via dit online formulier. 

donderdag 4 december 2014

Jan Jellema over vroege genealogie en geologie van Friesland, bij NGV

Zaterdag 13 december 2014. Lezing door Jan Jellema:
VROEGE GENEALOGIE EN GEOLOGIE VAN FRIESLAND

Helaas is het aantal geschreven teksten uit de Middeleeuwen minimaal. Elke stamboom bestaat uit enkele feiten en veel gissingen. De logische opeenvolging van woonplaatsen van families kan iets ondersteund worden door nieuwe inzichten van de GEO-logische ontwikkeling van Friesland in de Middeleeuwen. Van de meeste terpen is bekend hoe oud ze zijn en hoe de Friese migratie is verlopen. Mijn belangstelling gaat uit naar de landschappelijke en culturele ontwikkeling van Friesland in de eerste duizend jaar.
 
Jan Jellema, geboren in Harlingen, studeerde Waterbouwkunde in Delft. Eerste tien jaar in het buitenland, stedelijk en landelijk drinkwaterprojecten gebouwd en opgezet. Daarna als manager IT bij de Rijksoverheid gewerkt en voor zijn pensionering Europese IT-projecten gedaan voor de geologie bij TNO. - Hij vertelt: “Helaas ben ik een belabberde stamboomonderzoeker/genealoog. Ik ben ongeschikt voor archiefonderzoek. Maar ik ben vol bewondering voor de echte onderzoekers en verwerk elk advies en elke opmerking, met als doel een achtergrondbestand te krijgen voor query's en verdere studie.”

Enkele stellingen:
Het hart van Friesland ligt bij Wommels - Friese herenboeren zijn hoogstaande ondernemers – De familie-naam is méér dan identificatie - Migranten uit Friesland zijn terug te vinden van de Far Oer tot Zwitserland.

Na afloop van de lezing is tot 5 uur gelegenheid voor informatie-uitwisseling. Het zou leuk zijn als iedereen zijn eigen genealogie, kwartierstaat, foto’s en andere gegevens zou meenemen, in de computer of op papier, om er een gezellige middag van te maken.

Leden van de NGV Friesland en belangstellenden zijn van harte welkom op deze bijeenkomsten!

De lokatie is het HISTORISCH CENTRUM LEEUWARDEN, bij de Prinsentuin.
Aanvang 13.30 uur. Toegang is vrij. Parkeren kunt u in de parkeergarage Oldehove.

dinsdag 2 december 2014

Bloemlezing uit de brieven van rector Reinerus Neuhusius (1608-1679)

Reinerus Neuhusius (1608-1679) studeerde in Franeker en werd daarna rector van de Latijnse school in Harlingen. In 1638 werd hij rector in Alkmaar,waar hij zijn school tot grote bloei bracht. De eraan verbonden kostschool trok leerlingen van heinde en ver: veel Friese adellijke families stuurden hun zonen er naar toe. Reinerus beschikte over een groot netwerk, zowel in Friesland als in Holland, en hechtte daaraan kennelijk veel waarde. Hij zorgde zelf voor de uitgave van achthonderd eigen brieven, en daarbij 121 van anderen, alle in het Latijn.

Uit deze grote verzameling zijn voor deze bloemlezing 28 brieven met zorg gekozen, onderverdeeld in de volgende categorieën: landelijke coryfeeën, hoogleraren van de Franeker universiteit, Friese notabelen, familieleden en leden van de Friese adel, de ‘nomenclatura’, zoals Reinerus ze zelf noemde. Als bijlagen bij de brieven werden soms verzen verzonden, gelegenheidsgedichten bij het verschijnen van een nieuw boek, of rouwverzen. Hiervan zijn een aantal ook gepubliceerd, met zowel de Latijnse tekst als een vertaling.

De brieven worden voorafgegaan door een uitvoerige biografische inleiding, een studie over Reinerus’ werkwijze als correspondent, een alfabetische lijst van alle correspondenten, een bibliografie van het werk van Reinerus en een bibliografie van literatuur over hem. Tenslotte volgt een beschouwing over Reinerus’ bibliotheek, waarvan de auctiecatalogus bewaard is gebleven.

SYBREN SYBRANDY, eertijds verbonden aan de Universiteitsbibliotheek van de Rijksuniversiteit Groningen, is classicus en lid van de Fryske Akademy.
PITER VAN TUINEN, oud-rector van het Christelijk Gymnasium te Utrecht, is classicus en expert op het gebied van Latijnse scholen in Friesland.
 
Geldzucht en godsvrucht, Bloemlezing uit de brieven van rector Reinerus Neuhusius (1608-1679)
ingenaaid / ca. 200 pagina's / zwartwit
15,5 x 23 cm / € 19,50 / NUR 616 /
ISBN 978-90-6273-895-3 / Opmaak Jan Tiemersma
Verschijning begin december.
Te koop bij de Afûkwinkel, via www.afuk.nl en op het Fryske Filologekongres.

donderdag 27 november 2014

Nieuw boek Warner Banga over geschiedenis van molen Windlust te Burum

Deels overgenomen (met toestemming) van artikel Johanna Kommerie-Gercama in de Streekkrant Friesland

Het was niet de eerste keer dat Banga een boek samenstelde over molens. In 2010 publiceerde hij het boek “Jim mutte komme: ut waait!” over de bijna honderd molens die de gemeente Dongeradeel ooit rijk was. Aan dat boek werkte hij elf jaar. Voor het boek over molen Windlust had hij minder tijd nodig, ruim anderhalf jaar. 'Ik ben jarenlang bestuurslid geweest van de Stichting Monumentenbehoud Dongeradeel. Deze stichting heeft in Dongeradeel 26 kerktorens en 7 molens in haar beheer. Zo kwam ik aanraking met molens. Vanaf de eerste keer dat ik een molen instapte kreeg ik 'een klap van de molen'. Molens zijn levendige monumenten. Het kraakt, het piept, het ruikt, het draait, het leeft! Nadat ik het boek over de molens en molenaars in Dongeradeel klaar had, heb ik een jaar nagedacht over wat het volgende project ging worden. Ik heb toen het plan opgevat om een boek te maken over de molens op Ameland en was daar ook al mee begonnen. Maar toen brandde Windlust af. Dat zou de plannen flink gaan veranderen.' Banga had in een eerder stadium het molenarchief van Kollumer Willem Entrop overgenomen, waarin ook een hoop informatie over Windlust te vinden was. Met Franc Hylkema van de gemeente Kollumerland c.a. sprak ik over het idee om een klein boekje te maken voor wanneer Windlust heropend zou worden. Hij bracht me in contact met Jacqueline Brauwers van Stichting Erfgoed Kollumerland en Nieuwkruisland. Met haar besprak ik wat we zouden kunnen doen voor een boekje. Dat is uiteindelijk wat uit de hand gelopen. Inmiddels is het een hardcover boek van 200 pagina's geworden in fullcolour!' lacht Banga.

Voor het boek deed Banga samen met Piet de Haan van de Historische Vereniging Noordoost-Friesland, die goed is in genealogie, uitvoerig onderzoek naar de geschiedenis van de molen in Burum en zijn molenaars. Verschillende woensdagmiddagen zat het duo in het archief in het gemeentehuis in Kollum. Verder interviewde Banga betrokken Burumers over de molen. 'Het allereerste interview deed ik met Gerrit Bremer, oud-molenaar van Windlust. Hij is inmiddels 84 jaar, maar kon me van alles vertellen over hoe de molen was toen deze nog zijn originele functie had. Willem Kloppenburg, een rasechte Burumer, lijfde mij vervolgens in in de geschiedenis van zijn dorp. Hij nam mij mee naar mensen die in plakboeken uniek beeldmateriaal hadden. Veel Burumers gaven mij hun foto's zo in bruikleen mee om in te scannen, waardoor het boek een hoop uniek beeldmateriaal heeft.'

Ook met de vier huidige molenaars van Windlust, Meindert Broersma, Pieter Anko de Vries, Marco Hiemstra en Tjerk van der Veen, hield Banga interviews. 'Dat waren soms hele emotionele gesprekken. Alle vier zijn ze enorm blij met dat de molen in ere hersteld wordt, maar de molen zoals die was, krijgen ze nooit meer terug. In de oude molen waren bijvoorbeeld een hoop inscripties, wat echt een traditie is onder molenaars. Deze komen nooit terug. ‘Eén van de molenaars huilde tijdens ons gesprek, omdat dit stuk geschiedenis nooit weer terug kan komen. Dat was een waardevolle kijk in het privéleven van de molenaar en dat maakte het ook een bijzonder gesprek.' Naast emotionele verhalen kreeg Banga uit Burum ook een hoop andere bijzondere verhalen. 'De brand in 2012 was natuurlijk een regelrechte ramp, maar veel Burumers vertelden dat het een wonder was dat er niet al eerder brand was geweest in de molen. Veel mensen zeiden dat ze vroeger wel stiekem hadden gerookt op zolder. Het was eigenlijk dom geluk dat er nooit eerder iets gebeurd was.'

Tijdens het onderzoek van Banga naar de molen kwam hij achter veel leuke wetenswaardigheden. Zo ontdekte hij waar nou eigenlijk de naam 'Windlust' vandaan kwam. Deze naam bleek al veel eerder te zijn gebruikt dan tot voor kort werd aangenomen. Ook Reinder Dirks Hamming, een molenaar die een belangrijke rol had gespeeld in de kerkelijke Afscheiding in de 19e eeuw, is een naam die Banga niet snel zal vergeten. 'Ik heb heel lang gezocht naar wat er verder met hem was gebeurd. Op een gegeven moment was er niets meer over hem te vinden. Uiteindelijk kwam ik erachter dat hij naar Dokkum is verhuisd en daar ook is overleden. Hij blijkt tegenover mijn huis op de dwinger te zijn begraven!'

Wat Banga het meest bij zal blijven van de periode van herstel van Windlust is hoeveel waarde de Burumers hechten aan hun molen. 'Daar heb ik me echt over verbaasd. Men heeft zich zo massaal ingezet voor deze molen. Iedereen heeft zijn eigen herinneringen, maar er is niemand die vroeger niet in die molen heeft gespeeld. Het hele dorp wist bijvoorbeeld waar de sleutel lag. Iedereen voelt zich verbonden met de molen. Ik ben er dan ook van overtuigd dat iedere huishouding straks een boek in huis zal hebben.'

Het boek De geschiedenis van koren- en pelmolen Windlust, Burum is verdeeld in drie delen; deel één gaat over de standerdkorenmolen die in 1785 door brand verwoest werd, deel twee over de molen die in Burum stond van 1786 tot 2012 en het derde deel over de herstelwerkzaamheden. In het boek is ook een namenindex opgenomen met bijna vijfhonderd namen van mensen die met de koren- en pelmolen Windlust in Burum te maken hebben gehad en die Banga tijdens zijn historisch onderzoek tegenkwam.

dinsdag 25 november 2014

Historisch Tijdschrift Fryslan met Friese walvisvaart, prentkunst en zilversmeden

De cover van het jongste nummer van Historisch Tijdschrift Fryslan (november/december 2014) wordt gesierd door een winters walvisvaarderstafereel.
In het kielzog van het recent gepubliceerde boek van Louwrens Hacquebord over de Noordsche Compagnie (1614-1642) schrijft Ruud Spruit over de Friezen aan boord van de walvisvaarders. In 1624 traden de Friese kamers Harlingen en Staveren tot de compagnie toe. Vanuit deze plaatsen maar ook vanuit Workum, Hindeloopen, Molkwerum en Makkum werden schepen uitgereed ter walvisvaart. Ene Wybe Jansz was al in 1612 aan boord van een walvisvaarder en later volgden Amelanders als Rijk Cornelis IJs (die enkele eilandjes voor de kust van Spitsbergen ontdekte, o.a. Ryke Yseoyane) en Hidde Dirks Kat. Ook Vlielander Willem de Vlamingh ging eerst ter walvisvaart om later in dienst van de VOC de westkust van Australië te verkennen.

Overigens wordt de afbeelding van het bekende schilderij van Cornelis de Man uit 1639 (in bezit Rijksmuseum) met traankokerijen nog steeds vermeld als zijnde op Smeerenburg (Spitsbergen). Inmiddels heeft Louwrens Hacquebord al aangetoond dat dit op Jan Mayen gesitueerd moet zijn!

Hans Koppen verhaalt over de Zoutepoel, ofwel de zoutwinning in Friesland die tot het einde van de Middeleeuwen een belangrijke activiteit was. Het nadeel was echter wel dat het kon leiden tot dijkdoorbraken!
Politicus Dirk Okma wordt door Doeke Sijens in de schijnwerpers gezet. Hij was gedeputeerde en in 1951 advocaat van Fedde Schurer tijdens het proces dat uitliep op het Kneppelfreed. Zijn moeder was Catharina Oberman, van de bekende Dokkumer houthandel Oberman.

De beroemdste Fries die in London begraven is, is Lauren Alma Tadema, ofwel Sir Lawrence Alma Tadema, bekend geworden als kunstschilder in Engeland. In St. Paul's Cathedral ligt hij begraven tussen de groten der aarde.
In het artikel Copy, edit & paste gaat Harm Nijboer in op de prentcultuur en het zilverwerk in Friesland. Het waren in het begin van de 17e eeuw Jan Jansz Starter en Wybrand de Geest die prenten uitgaven. Starter (London 1594- Hongarije 1626) was de sleutelfiguur in het culturele leven van Leeuwarden tussen 1614 en 1620. Hij richtte de rederijkerskamer 'Och mocht het rijsen' op, die al snel zo'n 80 leden telde, onder wie de schilder en graveur Pieter Feddes van Harlingen.

Arjen Dijkstra uit Metslawier beschrijft het Fries onderzoek aan de RUG, dat samenkomt in de zogenaamde Sukerbole-akademy. O.a. Han Nijdam gaf er een lezing, op initiatief van Goffe Jensma en Nanna Hilton.

Als laatste grote artikel gaat Ron Couwenhoven in winterse sferen met het verhaal van de schaatskampioene van Veenwouden, Houkje Gerrits, ook wel de snelste vrouw in onderkleding genoemd! Op zaterdag 21 januari 1809 maakte zij zoveel indruk op de duizenden toeschouwers dat Johannes Rienks van Hallum er een lang gedicht in het 'boerenfries' aan wijdde en in druk liet uitgeven.

Rest nog te melden dat op vrijdag 12 december het Syperda-symposium van het Koninklijk Fries Genootschap wordt gehouden in Leeuwarden met als centrale vraag 'Hoe verder met de Friese media?'

zaterdag 22 november 2014

Foeke Sjoerds populair bij zilveren lepel-vervalsers

Enkele jaren geleden werden wij benaderd door een sneuper die via een online veiling-site een antieke zilveren lepel had gekocht met de inscriptie 'F Sjoerds' en het jaartal 1763. De koper dacht
daarmee een waardevol stuk antiek aangeschaft te hebben dat in het bezit van de Friese geschiedschrijver Foeke Sjoerds uit Oosternijkerk/Ee zou zijn geweest.

Na consultatie van Friese zilverkenner Jan Schipper bleek al gauw dat het een veel jongere lepel was, waarop een slimmerik blijkbaar middels de inscripties een oudheidsstempel probeerde te drukken.

Via Ebay is nu weer een dergelijke lepel opgedoken. Ook nu weer een quasi-oude zilveren lepel en wederom F Sjoerds en het jaartal 1763
Hij werd zelf in 1713 geboren, dus de indruk wordt gewekt dat hij het als geschenk voor zijn 50e verjaardag zou hebben gekregen. Van de nu aangeboden lepel is zelfs duidelijk dat er een laat-19e eeuwse jaarletter in het zilver is aangebracht. Laat u dus niet foppen en verspil geen geld aan dergelijke vervalsingen!

maandag 17 november 2014

Genealogysk jierboek 2014 met voorouders Jacob Benckes

Door Jan de Vries

Op zaterdag 29 november as. verschijnt het Genealogysk jierboek 2014 met daarin het artikel 'De parentelen van Bencke Abes en Otte Jacobs Hinnema van Koudum'. Genoemde mannen zijn de oudst bekende stamvaders van de zeeofficier Jacob Benckes (1637-1677). Bencke en Otte leefden in de 16e eeuw en hun families zijn in het artikel gevolgd tot ongeveer het jaar 1811, toen de Burgerlijke Stand werd ingesteld. Het artikel is Nederlandstalig en omvat 151 pagina's. U kunt het Genealogysk Jierboek bestellen via het bestelformulier.

Graag attendeer ik u op het heugelijke nieuws dat ook mijn manuscript Jacob Benckes en zijn wereld in boekvorm zal worden uitgegeven. Binnenkort hoop ik u u nadere informatie te sturen.

Het Jierboek 2014 zal worden gepresenteerd tijdens een bijeenkomst van het Genealogysk Wurkferbân fan de Fryske Akademy te Leeuwarden. Het programma vindt u in de bijlage, en tevens aanvullende informatie over het Jierboek 2014 en bestelgegevens. Mocht u deze bijeenkomst willen bijwonen dan bent u van harte welkom, ook als u niet bij het Genealogyk Wurkferbân bent aangesloten. In dat geval svp aanmelden via een reactie naar Jan de Vries.

GENEALOGYSK WURKFERBAN

Utnoeging foar de jierboekgearkomste op sneon 29 novimber 2014, de middeis om 13.30 oere yn it HSL, Grienewei 1 yn Ljouwert (njonken Tresoar / Afûk); seal iepen om ien oere.

Wurklist (via Ype Brouwers):
1.    Iepenjen
2.    Meidielings en ynkommen stikken
3.    Ferslach fan 8 novimber 2014
4.    Utrikking fan Genealogysk Jierboek 2014, taljochting troch de auteurs
-  Ron Postma:    Epke, the flying Dutchman fan De Lemmer
-  Petronella J.C. Elema:    Stamreeks Ringersma (Lippenhuizen)
-  Kees P. de Boer:   Rispens, de neiteam fan Ocke
-  Pieter Nieuwland:    Tresling
-  Jan de Vries:    De parentelen van Bencke Abes en Otte Jacobs Hinnema van Koudum
Fryske Rie foar Heraldyk:    Wapenregistraasje

Nei eltse ynlieding is koart gelegenheid ta neipetear

5.    Omfreegjen
6.    Sluten

Fierdere datums fan dit winterskoft:
10 jannewaris 2015
7 febrewaris 2015
14 maart 2015 (mei NGV Friesland)
11 april 2015

donderdag 13 november 2014

Lezing Erik Betten over Dokkumer Ee, zondag 23 november

Historicus-journalist Erik Betten vertelt over de Dokkumer Ee. Hij publiceerde in juni ‘Het boek van de Ee’, over het ontstaan en de ontwikkelingen van deze bijzondere waterweg tussen en Dokkum.
Plaats: Historisch Centrum Leeuwarden / HCL (Groeneweg 1).
Leeuwarden
Aanvang: 14.00 uur.
Organisatie: HCL.
Toegang: gratis.

En voor veel van onze leden dichterbij:
Op dinsdag 18 november 2014 om 20.00 uur in de
Doopsgezinde Kerk aan de
Legeweg 14 in Dokkum.

Tegenwoordig kent men de Dokkumer Ee als route tussen Leeuwarden en Dokkum voor de pleziervaart, als onderdeel van de Elfstedentocht of van de topografie wat vroeger op de basisschool geleerd moest worden. Voor mensen die bij de Dokkumer Ee opgroeiden, er op leerden schaatsen of werkten is deze waterweg veel meer dan dat.
Erik Betten schetst een beeld van de waterweg aan de hand van onderwerpen zoals het ontstaan van de Dokkumer Ee, de ontwikkeling en de rol als waterweg, aangevuld met illustraties en kaarten.

Erik Betten (Leeuwarden, 1976) is auteur, journalist en historicus. Na zijn afstuderen ging hij bij de NOS aan de slag. Geschiedenis bleef een belangrijke rol spelen in zijn werk. Zo werkte hij ook bij Noordhoff Uitgevers als schrijver van geschiedenisboeken. Tegenwoordig is Erik Betten werkzaam bij het Friesch Dagblad als verslaggever.

Eerder verschenen van zijn hand ‘De Fries. Op zoek naar de Friese identiteit’, ‘Kloosters in Friesland’ en ‘Reisgids Friese Elfsteden’.

dinsdag 11 november 2014

Tienminutenpraatjes NGV Friesland op zaterdag 15 november

Legitimatie voor gevluchte kinderen uit Hongarije
Antonia Veldhuis te Veenwouden over “Kindertransporten na de Eerste Wereldoorlog
Na de Eerste Wereldoorlog was de toestand in veel landen nijpend. Om enige verlichting hierin te brengen kwamen de zogenaamde kindertransporten op gang. Kinderen uit Oostenrijk, Polen, Tsjecho-Slowakije en Hongarije kregen enige weken onderdak bij mensen in landen die het beter hadden. In Noordoost-Friesland kwamen veel Hongaarse kinderen (we hebben er enkele artikelen over gepubliceerd in De Sneuper).
Nederland gaf tussen 1919 en 1927 aan ruim 150.000 kinderen onderdak.
Meestal bleven ze een korte periode (6 tot 10 weken), anderen maanden.
En enige honderden (of duizenden?) vestigden zich voorgoed in ons land. Antonia Veldhuis deed onderzoek hiernaar en vertelt ons hierover.

Bouwe van der Meulen te Leeuwarden over “De familie Wiegersma uit Dantumadeel” Dit is veruit de grootste familie Wiegersma in Friesland. Aan deze familie is de geschiedenis van de Doops-gezinde Gemeente en de Vermaning in Dantumawoude (herbouwd in 1767) onlosmakelijk verbonden.
Het lidmatenboek begint in 1728. Bekende namen in de 18de eeuw zijn Wyger Martens, Marten
Wiegers en Wyger Martens, en in de 19de eeuw Andries Wygers Wiegersma, die de familienaam aannam.
In de 19de eeuw is de familie sterk uitgebreid. Door huwelijken van de dochters komen veel andere families in het nageslacht voor.
Die waren niet allemaal doopsgezind.
Veel nakomelingen waren in de 19de eeuw hervormd, en na de doleantie gereformeerd.

Jarich Renema te Heerenveen over “De familie Wigmana” (bekend van de schilder Gerardus Wigmana die het schilderij Maaltijd te Dokkum in 1697 schilderde)
"Waarvan Pieter Sibles, schoon oudt, riviervis nog met schobben en alles konde verteeren".
Aan de tienminutenpraatjes gaat een korte afdelingsledenvergadering vooraf.

De tijd die overblijft is bestemd voor onderlinge informatie-uitwisseling. Het zou leuk zijn als iedereen zijn eigen genealogie, kwartierstaat, foto’s en andere gegevens
zou meenemen, in de computer of op papier, om er een gezellige middag van te maken.
Wie weet wat voor leuke verwantschappen er worden gevonden!
Leden van de NGV en belangstellenden zijn van harte welkom op onze bijeenkomsten!
De lokatie is het HISTORISCH CENTRUM LEEUWARDEN, bij de Prinsentuin.
Aanvang 13.30 uur. Toegang is vrij. Parkeren kunt u in de parkeergarage Oldehove.

zondag 9 november 2014

Amsterdamse School heeft roots in Dokkum

Door Ron Keizer (Achterkleinzoon van Franciscus Hubertus Edelman )

Onlangs is een boek verschenen over de architect Jo(h)an Melchior van der Meij.
Hij is een buitenechtelijke zoon van Franciscus Hubertus Edelman (geboren in Dokkum 29-10-1840, zoon van Jacob Hendrik Edelman en Marta Gerardus Raadsma) en Akke van der Meij (geboren in Workum 31-12-1848, dochter van Abraham Gerrits van der Mey en Elisabeth Beerends Schotanus).

Joan Melchior van der Meij (1878-1949) staat bekend als een van de grondleggers van de Amsterdamse School. Als winnaar van de Prix de Rome (1906) en de Damprijsvraag (1908) werd hij in zijn tijd gezien als veelbelovend, aanstormend talent.
Al vroeg in zijn carrière kreeg hij de opdracht voor wat zijn beroemdste schepping zou worden: Het Scheepvaarthuis (1911) een luxe kantoorgebouw voor zes rederijen.
Nog in datzelfde jaar trad hij in dienst als esthetisch adviseur bij de Dienst der Publieke Werken in Amsterdam. Hier realiseerde Van der Meij een groot aantal bruggen, utilitaire gebouwen en stedenbouwkundige plannen, waarbij hij dankbaar gebruikmaakte van de nieuwe bouwmaterialen en technieken (zoals fotografie) die de moderne tijd hem bood. In deze roerige periode, vol politieke en economische crises, groeide Amsterdam uit van provincieplaats tot een moderne stad. Van der Meij droeg hieraan bij met zijn ontwerpen voor vele woningbouwcomplexen in de twintigste-eeuwse uitbreidingswijken.

Architectuurhistoricus Michiel Kruidenier en vormgever Paul Smeets behandelen de rol van Van der Meij binnen de Amsterdamse School en de Nederlandse architectuurgeschiedenis aan de hand van talloze, nooit eerder gepubliceerde tekeningen, brieven en foto's. Het boek beschrijft het turbulente leven van Van der Meij, vol roem en succes, rampspoed en financiële sores, en bevat tevens een compleet overzicht van zijn werk.

Het boek is uitgegeven door NAI010 in Rotterdam, ISBN 978-94-6208-157-4 prijs € 39,50.
Het fotomateriaal is van Paul Smeets.

Update: Een reactie (van Reinder Postma) op Martha Raadsma, de grootmoeder van Joan : Haar broer was Hendrik Raadsma, gemeentearchitect van Oostdongeradeel en ontwerper van het kerkje van .. in ieder geval wordt hij genoemd in Herma v.d. Berg - Oostdongeradeel. Hendrik Raadsma was in tweede echt verbonden met Aafke Hiemstra, een zus van mijn overgrootvader Reinder Hiemstra naar wie ik ben genoemd.

woensdag 5 november 2014

Nieuwe boeken over het Nederlandse hofje

De Hollandse steden Haarlem en Leiden staan bekend als ‘hofjesstad’, en veel bezoekers gaan er op
hofjeswandeling, langs de verstilde en besloten groene stadsoases waar nog altijd woonruimte wordt geboden aan ouderen – en tegenwoordig ook jongeren – met een smalle beurs. Maar het hofje is niet alleen Leids en Haarlems verschijnsel, ook in bijvoorbeeld Amsterdam en Alkmaar zijn er veel, en buiten Holland zijn er ook nog heel wat van bewaard gebleven, zij het soms beter bekend onder een andere naam, zoals in Friesland en Groningen, waar men meestal spreekt van gasthuizen.

Met name in Leeuwarden en de stad Groningen zijn er nog her en der gasthuizen te vinden, en misschien wel een van de beroemdste en fraaist gelegen gasthuizen is het Poptagasthuis in Marssum, in 1711 gesticht door de Leeuwarder advocaat Henricus Popta(1635-1712) die zijn grootgrondbezit en state naliet aan zijn gasthuis. Mede daardoor is het Poptaslot als één van de weinige Friese states goed bewaard gebleven. Het mag wel gelden als een zeer bijzonder museum, niet alleen voor Friesland, maar voor Nederland in het geheel.

De nog bestaande Nederlandse hofjes, waaronder ook het Poptagasthuis, zijn sinds een vijftiental jaren verenigd in de Stichting Landelijk Hofjesberaad, die opdracht heeft gegeven voor een reeks van acht handzame, rijkelijk geïllustreerde en toegankelijk geschreven boeken over verleden, heden en toekomst van het Nederlandse hofje. De eerste twee delen van deze hofjesreeks (http://www.uitgeverijvanstockum.nl/hofjes.php) zijn net uitgekomen.

Hofjes als paleizen. Stichters, bouwers en bewoners in de 17de en 18de eeuw, geschreven door historicus Henk Looijesteijn (http://socialhistory.org/nl/staff/henk-looijesteijn), beschrijft de grote bloei van het hofje in de Gouden Eeuw, toen hofjes op een voorheen ongekend grote schaal en volgens de nieuwste architecturale modes werden gebouwd. Buitenlandse bezoekers aan Nederland schreven toen vaak over wat zij beschouwden als ware paleizen voor de armen. Aan de hand van het voorbeeld van het grootste hofje uit de Gouden Eeuw, het Hofje van Nieuwkoop in Den Haag, wordt achtereenvolgens ingegaan op de algemene vraag wat voor mensen zo’n hofje stichtte, waarom hij of zij dat deed, door wie en hoe ze werden gebouwd en wat voor mensen er woonden.

Open en besloten. Het hofje is terug van nooit weggeweest, geschreven door architectuurhistoricus Dorine van Hoogstraten (http://www.dorinevanhoogstraten.nl/) beschrijft de ontwikkeling van het hofje als bouw- en samenlevingsvorm in de loop van de twintigste eeuw: werd het hofje aanvankelijk nog beschouwd als reliek van een voorbij tijdperk, het hofje wordt nu weer, door beleidsmakers, woningbouwverenigingen en architecten, herontdekt als een woonvorm bij uitstek geschikt voor de eenentwintigste eeuw. Het hofje heeft kortom niet alleen een lang verleden, maar staat ook een gouden toekomst te wachten.

Zal er weer een Henricus Popta opstaan in Friesland? Misschien is dat dus slechts een kwestie van tijd.
Beide boeken zijn rechtstreeks bij de uitgever te bestellen (http://www.uitgeverijvanstockum.nl/), bij de boekhandel, of via Bol.com.

Henk Looijesteijn, Hofjes als paleizen. Stichters, bouwers en bewoners in de 17de en 18de eeuw (Den Haag, Uitgeverij van Stockum, 2014). ISBN: 978 90 7009 513 0, 112 blz., geb., geïll., € 19,50 (incl. 6% BTW)

Dorine van Hoogstraten, Open en besloten. Het hofje is terug van nooit weggeweest (Den Haag, Uitgeverij van Stockum, 2014) ISBN: 978 90 7009 511 6, 112 blz., geb., geïll., € 19,50 (incl. 6% BTW)

zondag 2 november 2014

Adrianus Bergsma en de Koning van Groningen

Het Groninger Museum heeft een speciale tentoonstelling gewijd aan Jan Albert Sichterman (1692-1764), ooit de rijkste man van Groningen. Op jonge leeftijd had hij in een duel een tegenstander gedood en moest zijn toevlucht zoeken bij de VOC. In de overzeese gebiedsdelen werd immers niet gevraagd naar iemands achtergrond. Hij werd uiteindelijk baas van de factorij in Bengalen (het huidige Bangladesh) en kon zich door de nodige privéhandel gigantisch verrijken. Hij was ook een groot verzamelaar en liet o.a. grote hoeveelheden familieporselein (Chine de commande), geschilderde portretten en tafelzilver maken met daarop prominent het familiewapen met een eekhoorn. Het museum heeft de inmiddels verspreide stukken voor een groot deel verenigd in de tentoonstelling De Koning van Groningen. Zelfs zijn bijzondere huisdier, de neushoorn Clara, kwam mee terug naar Groningen en baarde later door heel Europa opzien. En aangezien Sichterman de commandeur van de VOC-retourvloot was toen hij terug naar huis kwam, kreeg hij van de Heren Zeventien een gouden ketting met herinneringsmedaille. Hiermee staat hij ook prominent afgebeeld op een schilderij. Omdat zijn eigen ketting met medaille niet meer in een bekende collectie aanwezig is, is er op de tentoonstelling een gelijkend exemplaar tentoongesteld uit de Nationale Numismatisch collectie van DNB. Met dien verstande dat de medaille van Sichterman, via de Kamer Middelburg van de VOC, lichtelijk afwijkt van de medaille van de Kamer Amsterdam die in de vitrine ligt. Het is de VOC-medaille of penning van de in 1740 als commandeur van de VOC-retourvloot terugkerende Adrianus Bergsma, die als Advocaat-Fiscaal in Batavia werkte. In 1734 vertrok hij met neef Eyso de Wendt (uit een van oorsprong Deense familie) op de Kerkwijk en repatrieerde in 1740 met de Gunterstijn.
De inscriptie luidt: ALZO D’ HEER MR ADRIANUS/BERGSMA GEWESENE ADVOCAET/ FISCAAL VAN NEDERLANDS/ INDIEN ALS COMMANDEUR/ DE RETOURSCHEEPEN VAN DE/ NEDERLANDSCHE GEOCTROYEERDE/ OOSTINDISCHE COMP. ONDER/ ZYNE VLAGGE GEWEEST ZYNDE/ IN DEN JAARE 1740 IN GOEDE/ ORDRE BEHOUDEN IN DE HAVENE/ DEZER LANDEN HEEFT OVERGEBRAGT/ WORD HEM DEZE MEDAILJE EN/KETTINGH TOT EEN GEDAGTENISSE/ VEREERD/.

De familie Bergsma komt oorspronkelijk uit Engwierum van de boerderij Barwegen en heeft een familiewapen met een drietal varkentjes (bargjes, vandaar Bargsma, Bergsma) die o.a. op een rouwbord in de kerk van Jouswier te zien zijn. Adrianus was in 1702 geboren in Dokkum als zoon van Engwierumer Pieter Arriens en Trijntje de Wendt en keerde daar ook terug. Ook enkele van zijn neven traden in dienst van de VOC en zelfs een nichtje, Titia, die beroemd werd in Japan als eerste westerse vrouw.

Met de bij de VOC vergaande rijkdom kochten de Bergsma's veel stemmen op in Noordoost Friesland, wat ze grote politieke macht gaf en daardoor bij velen niet populair maakte.

dinsdag 28 oktober 2014

Inhoudsopgaven Genealogyske Jierboeken van de Fryske Akademy

Zoals vele van mijn medeleden van de Historische Vereniging Noordoost Friesland te Dokkum inmiddels wel weten ben ik verzot op namenlijsten en indexen. Niet voor niks is dat een van de rijkste bronnen voor sneupers op onze website. Deze rubriek Indexen bevat namen uit bronnen uit grofweg de afgelopen vijf eeuwen. Eigenlijk vind ik dat van elk nieuw boek uit onze regio een namenlijst/index op de site zou moeten komen. Voor vele onderzoekers zeer waardevol (staat er een familielid van mij tussen?) en voor de auteur een prachtige bron voor aanvullende informatie of bestellingen van het boek. Insturen dus mensen!

Voor vele genealogen is dan ook het Friese Genealogysk Jierboek van de Fryske Akademy een mooie bron die al tientallen jaren wordt uitgegeven. Een echt goed overzicht van de inhoud en namen in die jaarboeken is echter niet op 1 plaats te vinden. Wel zijn soms nog oude exemplaren te bestellen. Ooit heeft ene Rynja ze in verschillende delen online gezet waardoor we nu via het webarchief alvast iets hebben (zie de links hieronder).

Ons redactielid Piet de Haan was zo vriendelijk de aanvullende jaren qua inhoudsopgave over te typen. Hopelijk vindt u er ook iets van uw gading tussen! Vooral het Genealogysk Jierboek 2009 bevat veel artikelen die interessant zijn voor sneupers uit Noordoost-Friesland!
  • Inhoudsopgave Genealogysk Jierboekje 1951-1989 (site Rynja)
  • Inhoudsopgave Genealogysk Jierboek 1990-2000 (site Rynja)
  • Inhoudsopgave Genealogysk Jierboek 2001-2007 (site Rynja) 
  • Genealogyske Jierboeken 2008-2012 (jaar, auteur, titel, paginanummer)

    2008
    Andries Koornstra
    Tjebbinga
    7
    2008
    Rindertje Bouma
    Boelens/Boeles III
    It foargeslacht fan ds. Pieter Jitses Boeles (1795-1875)
    123
    2008
    Reitze Jonkman
    Genealogie Posthuma
    151
    2008
    Pieter Nieuwland
    Albert Hendriks Maneveld (1803-1861): het levensverhaal van een 'loser'
    223
    2008
    Fryske Rie foar Heraldyk
    Wapenregistraasje
    261
    2009
    Mr J.T.  Anema
    Het Friese geslacht Van Sinderen
    7
    2009
    Onno Hellinga
    Hanya fan Holwert
    37
    2009
    Nico L. van der Woude
    Boeren op Onser Lyewe Vrouwen Smelligeraconvent. Nazaten van Arent Saeckes [ca 1571- ca 1624)
    67
    2009
    Reid van der Leij en
    Menno de Lange
    Parenteel van Keimpe Feitses
    99
    2009
    Mr O. Schutte en
    drs Ype Brouwers
    Kwartierstaat Van der Mey in parentelen
    147
    2009
    Pieter Fokkes Visser
    De grafkelders op het kerkhof te Oudwoude
    309
    2009
    Fryske Rie foar Heraldyk
    Wapenregistraasje
    319
    2010
    Gerrit Boeijinga
    Fullenius
    7
    2010
    Leo van der Hoff
    Het nageslacht van Jurrien en Peter Albertsz
    101
    2010
    Joop Wouda
    De familie Doma van kloostermeiers tot kloosterbezitters
    177
    2010
    Mr J.T. Anema
    Lambsma parenteel van Symen Scheltes
    209
    2010
    Menno de Lange en
    Rob Boom
    Genealogie Jellema (Jellum, Leeuwarden)
    233
    2010
    Onno Hellinga
    Friese Meinsma har erf- en rjochtsopfolgers: Herbranda en Meynsma
    263
    2010
    Fryske Rie foar Heraldyk
    Wapenregistraasje
    353
    2011
    Jan de Vries
    Zeventiende-eeuwse Staversen, naar aanleiding van het inventariseren van de grafschriften in de Nicolaaskerk
    7
    2011
    Onno Hellinga en
    Paul N. Noomen
    Genealogie Ayttana
    125
    2011
    Fryske Rie foar Heraldyk
    Wapenregistraasje
    309
    2012
    Melle Koopmans en Jarich Renema
    Yn memoriam Reid van der Ley
    7
    2012
    Mr. O. Schutte
    Kwartierstaat van de kinderen van Jacob Simons Kuiper (overl. 1779) en Maria Esges (overl. 1782), Doopsgezinden te Harlingen, in parentelen
    19
    2012
    Jan T. Anema,
    Pieter Nieuwland en Simon Wierstra
    Rienks, Sipma, Blijstra en Koopmans, fjouwer stagen út itselde laach
    117
    2012
    Jarich Renema
    Parenteel Bocke Bockes
    229
    2012
    Fryske Rie foar Heraldyk
    Wapenregistraasje
    341

    2013
    Jan Th. M. Melssen, Een kroniekje van de familie Hachtingius, pagina 7
    Otto Schutte, Kwartierstaat Van der Veen (Harlingen), in parentelen, 81
    Kees P. de Boer, Rispens, de neiteam fan âlde Ulbet, 167
    Ype Brouwers, Parenteel Walpert, 211
    Fryske Rie foar Heraldyk, Wapenregistraasje, 287