Bij een recent bezoek aan Museum Admiraliteitshuis te Dokkum viel mij een boekje op die ik blijkbaar
eerder over het hoofd had gezien. Het was er een uit de recente stroom van publicaties van museumdirecteur Ihno Dragt, getiteld Friese vissersvrouwen hadden de broek aan.
Het boek staat vol met prachtige oude foto's en tekeningen van met name mensen en huizen uit de vissersdorpen aan de Waddenzee zoals Moddergat en Wierum.
Dit is wat Ihno Dragt in het Voorwoord schreef: In de loop van het jaar 2012 werd mij gevraagd een korte lezing te houden over de Friese vissersvrouwen die vroeger gekleed gingen in mansbroeken als ze op
het wad wormen gingen zoeken. Dit in het kader van een voorjaarsbijeenkomst van de Nederlandse Vereniging voor Kostuum, Kant, Mode en Streekdracht (NVKKMS). Deze vereniging organiseert jaarlijks een aantal ledendagen, die tijdens de winterdag van 26 januari 2013 in het kader stond van het thema Man of vrouw, rolwisseling en rol-bevestiging door kleding.
Het onderwerp van de lezing had ik al – in een breder kader – beschreven in het boekje dat achterin deze publicatie onder nummer 2 vermeld staat (Bijdehande, blauwoogige dolsters: Onmisbare schakels in de Friese beugvisserij van de 19de eeuw. G.I.W. Dragt, februari 2011). Voor een publiek dat waarschijnlijk minder geïnteresseerd is in de diverse visserijtechnieken heb ik de passages over de kleding en dan vooral de broek, eruit gehaald en hier met enige wijzigingen en aanvullingen opnieuw gepubliceerd. Voor een beter begrip van de noodzakelijkheid van deze werkkleding wordt kort ingegaan op de specifieke visserij waarvan die een onderdeel vormt. De vissersvrouwen moesten hun mannetje staan en hadden het bepaald niet minder makkelijk dan de mannen. Dat ze daarbij soms mannenkleding moesten dragen, deden ze uit noodzaak en traditie en ze voelden zich er dikwijls onplezierig bij.
Het boekje is te bestellen en te koop bij Museum Admiraliteitshuis.
donderdag 23 mei 2013
maandag 20 mei 2013
Dokkum niet geheel platgebrand bij Waalse Furie 1572
De stichting Historia Doccumensis werkt al enige tijd aan een publicatie over bouwstijlen en
bouwhistorie in de Dokkumer binnenstad. Daarvoor heeft men in de afgelopen maanden, vaak met enthousiaste medewerking van bewoners en eigenaren, dendrochronologisch of ook wel jaarringen-onderzoek gedaan in een twintigtal panden in de binnenstad van Dokkum. De resultaten van het laboratoriumonderzoek in Duitsland bevestigen dat bij de beruchte Waalse Furie in 1572 niet de gehele stad werd platgebrand.
Boren in het verleden
Bij plunderingen in 1572 door Waalse huurlingen onder leiding van de Spaanse Caspar de Robles, werd een groot deel van de Dokkumer binnenstad verwoest. Sommige stenen huizen zijn toen echter behouden gebleven en dus al gebouwd in de zestiende eeuw of zelfs daarvoor, al is dat aan de buitenkant vaak niet (meer) te zien. Veel panden zijn later van een nieuwe gevel voorzien, maar een oudere achterbouw of een kapconstructie kan zijn geheimen nog prijsgeven! Via een nieuwe methode kan door jaarringenonderzoek de precieze bouwdatum van een gebouw worden achterhaald. Door deze zogenaamde dendrochronologie kan van ouder eiken- en grenenhout de vel-datum van de bomen worden achterhaald.
In december is er met een deskundige van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed in twee panden een eerste onderzoek gedaan om te kijken of er dateerbaar hout aanwezig was en om de bestuursleden van de stichting te trainen in het boren van bruikbare monsters. De panden van de voormalige Friesland Bank aan De Dijk en het Gotische Huis aan de Boterstraat gaven daarmee de aftrap voor dit onderzoek.
In negen gevallen was er geen oude constructie meer aanwezig, of kon men er niet bij, omdat de kapconstructie netjes was weggetimmerd. Bij de overige elf panden was vaak een prachtige balkconstructie aanwezig en meestal konden daaruit de nodige boringen gedaan worden. In alle geselecteerde panden werden vier of vijf monsters geboord en deze zijn vervolgens naar het laboratorium van Pressler Gmbh in Gersten (Duitsland) gestuurd om onderzocht te worden.
Onderzoeksresultaten
De oudste balk werd gevonden in de kloostervleugel van De Abdij en is gekapt in 1534. Waarschijnlijk is deze balk hergebruikt bij de verbouw van de vleugel tot weeshuis in 1610. Het grootste deel van de panden (Boterstraat 8, Kerkstraat 3, Grote Breedstraat 16 en 35, Vlasstraat 4, Diepswal 21, De Dijk 4) dateert uit de periode 1550-1565. Blijkbaar bloeide Dokkum in die periode en werd er flink gebouwd. De volgende bouwperiode viel vlak na de aanleg van de bolwerken in 1582. Een aantal panden dateert van rond 1600 (De Dijk 2, Legeweg 23, Hoogstraat 29 en Markt 30a).
De onderzoekers kunnen daarmee de hypothese voor het onderzoek bevestigen: de brand en verwoesting bij de Waalse Furie in 1572 heeft lang niet alle panden in de binnenstad in de as gelegd. Mogelijk dat alleen de westzijde van de stad (waaronder Legeweg 23) in brand heeft gestaan, maar de kern van de stad is grotendeels ouder dan 1572. Ook panden die er op het eerste gezicht niet zo oud uit zien (Grote Breedstraat 16 en Vlasstraat 4) kunnen dus een rijke historie herbergen!
Uitgave over bouwhistorie
In januari is Omrop Fryslân radio en tv bij de boringen in de oude kloostervleugel van De Abdij aan de Markt aanwezig geweest, en is het onderzoek provinciaal in het nieuws geweest. Dat het een belangrijk en voor Friesland bijzonder onderzoek is, werd overigens onderstreept door de provinciale subsidie die we hiervoor hebben toegezegd gekregen. Mede door particuliere bijdragen is het voor een vrijwilligersclub haalbaar om zo'n grootschalig onderzoek te kunnen doen.
De stichting Historia Doccumensis, die zich bezig houdt met het uitgeven van publicaties over de geschiedenis van de stad Dokkum en omgeving is al enige tijd bezig met het voorbereiden van een publicatie over bouwstijlen en bouwgeschiedenis in de oude binnenstad. Hiervoor heeft het bestuur architect Siebe van Seijen als auteur benaderd. Van Seijen is werkzaam bij Adema Architecten en vaak betrokken bij restauraties en historische bouwprojecten. Hij heeft verschillende bouwstijlen in Dokkum beschreven aan de hand van panden die uit zo’n periode in de binnenstad te vinden zijn. Het boekwerk verschijnt eind 2013 in de reeks ‘Dockumer Granaetsjes’ van de stichting.
Voor inlichtingen:
Ihno Dragt – voorzitter Historia Doccumensis giwdragt@museumdokkum.nl 0519 – 29 31 34
Siebe van Seijen – Adema Architecten s.vanseijen@adema-architecten.nl 0519 – 29 56 65
![]() |
| Gotisch huis Dokkum |
Boren in het verleden
Bij plunderingen in 1572 door Waalse huurlingen onder leiding van de Spaanse Caspar de Robles, werd een groot deel van de Dokkumer binnenstad verwoest. Sommige stenen huizen zijn toen echter behouden gebleven en dus al gebouwd in de zestiende eeuw of zelfs daarvoor, al is dat aan de buitenkant vaak niet (meer) te zien. Veel panden zijn later van een nieuwe gevel voorzien, maar een oudere achterbouw of een kapconstructie kan zijn geheimen nog prijsgeven! Via een nieuwe methode kan door jaarringenonderzoek de precieze bouwdatum van een gebouw worden achterhaald. Door deze zogenaamde dendrochronologie kan van ouder eiken- en grenenhout de vel-datum van de bomen worden achterhaald.
In december is er met een deskundige van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed in twee panden een eerste onderzoek gedaan om te kijken of er dateerbaar hout aanwezig was en om de bestuursleden van de stichting te trainen in het boren van bruikbare monsters. De panden van de voormalige Friesland Bank aan De Dijk en het Gotische Huis aan de Boterstraat gaven daarmee de aftrap voor dit onderzoek.
In negen gevallen was er geen oude constructie meer aanwezig, of kon men er niet bij, omdat de kapconstructie netjes was weggetimmerd. Bij de overige elf panden was vaak een prachtige balkconstructie aanwezig en meestal konden daaruit de nodige boringen gedaan worden. In alle geselecteerde panden werden vier of vijf monsters geboord en deze zijn vervolgens naar het laboratorium van Pressler Gmbh in Gersten (Duitsland) gestuurd om onderzocht te worden.
Onderzoeksresultaten
De oudste balk werd gevonden in de kloostervleugel van De Abdij en is gekapt in 1534. Waarschijnlijk is deze balk hergebruikt bij de verbouw van de vleugel tot weeshuis in 1610. Het grootste deel van de panden (Boterstraat 8, Kerkstraat 3, Grote Breedstraat 16 en 35, Vlasstraat 4, Diepswal 21, De Dijk 4) dateert uit de periode 1550-1565. Blijkbaar bloeide Dokkum in die periode en werd er flink gebouwd. De volgende bouwperiode viel vlak na de aanleg van de bolwerken in 1582. Een aantal panden dateert van rond 1600 (De Dijk 2, Legeweg 23, Hoogstraat 29 en Markt 30a).
De onderzoekers kunnen daarmee de hypothese voor het onderzoek bevestigen: de brand en verwoesting bij de Waalse Furie in 1572 heeft lang niet alle panden in de binnenstad in de as gelegd. Mogelijk dat alleen de westzijde van de stad (waaronder Legeweg 23) in brand heeft gestaan, maar de kern van de stad is grotendeels ouder dan 1572. Ook panden die er op het eerste gezicht niet zo oud uit zien (Grote Breedstraat 16 en Vlasstraat 4) kunnen dus een rijke historie herbergen!
Uitgave over bouwhistorie
In januari is Omrop Fryslân radio en tv bij de boringen in de oude kloostervleugel van De Abdij aan de Markt aanwezig geweest, en is het onderzoek provinciaal in het nieuws geweest. Dat het een belangrijk en voor Friesland bijzonder onderzoek is, werd overigens onderstreept door de provinciale subsidie die we hiervoor hebben toegezegd gekregen. Mede door particuliere bijdragen is het voor een vrijwilligersclub haalbaar om zo'n grootschalig onderzoek te kunnen doen.
De stichting Historia Doccumensis, die zich bezig houdt met het uitgeven van publicaties over de geschiedenis van de stad Dokkum en omgeving is al enige tijd bezig met het voorbereiden van een publicatie over bouwstijlen en bouwgeschiedenis in de oude binnenstad. Hiervoor heeft het bestuur architect Siebe van Seijen als auteur benaderd. Van Seijen is werkzaam bij Adema Architecten en vaak betrokken bij restauraties en historische bouwprojecten. Hij heeft verschillende bouwstijlen in Dokkum beschreven aan de hand van panden die uit zo’n periode in de binnenstad te vinden zijn. Het boekwerk verschijnt eind 2013 in de reeks ‘Dockumer Granaetsjes’ van de stichting.
Voor inlichtingen:
Ihno Dragt – voorzitter Historia Doccumensis giwdragt@museumdokkum.nl 0519 – 29 31 34
Siebe van Seijen – Adema Architecten s.vanseijen@adema-architecten.nl 0519 – 29 56 65
vrijdag 17 mei 2013
Vele Handen of een enkele hand
Het fenomeen crowdsourcing krijgt steeds meer voet aan de grond in de wereld van genealogen en historici. Het project Velehanden.nl is daar een mooi voorbeeld van, met de recente toevoeging van de transcripties van de Friese bevolkingsregisters uit het tijdvak 1850-1939. U kunt zich trouwens nog opgeven om mee te doen!
In alle stilte hebben we binnen onze vereniging een vrijwilligster, Theunie Wijnstra, die een transcriptie gemaakt heeft van een van de journalen van de Friese kapitein ter zee en later schout-bij-nacht Hendrik Brunsvelt. Hij diende in de jaren 1659-1660 onder de fameuze Admiraal De Ruyter en deed ook mee aan de Tocht naar Chatham in 1667, waarbij Hans Willem baron van Aylva het Friese smaldeel aanvoerde (als transcriptie verschenen in De Navorscher van 1898).
Vooral in het gebied rond de Sont werden vele uitvallen gedaan op vijandelijke troepen, om de zee open te houden voor de belangrijke handel op de Oostzeelanden. De Nederlanden steunden daarbij Denemarken tegen de Zweden, die de controle over de Sont wilden nemen. Dit was onderdeel van de omvangrijke Noordse Oorlog (1655-1660). Het interessante van deze specifieke transcriptie is dat er diverse namen van Friese zeelui in voorkomen die waarschijnlijk nog niet eerder gepubliceerd zijn.
De transcripties zullen we t.z.t. online ter beschikking stellen via onze site, voor studie en eventuele publicaties. Of vraag nadere info op via ons emailadres.
In alle stilte hebben we binnen onze vereniging een vrijwilligster, Theunie Wijnstra, die een transcriptie gemaakt heeft van een van de journalen van de Friese kapitein ter zee en later schout-bij-nacht Hendrik Brunsvelt. Hij diende in de jaren 1659-1660 onder de fameuze Admiraal De Ruyter en deed ook mee aan de Tocht naar Chatham in 1667, waarbij Hans Willem baron van Aylva het Friese smaldeel aanvoerde (als transcriptie verschenen in De Navorscher van 1898).
Vooral in het gebied rond de Sont werden vele uitvallen gedaan op vijandelijke troepen, om de zee open te houden voor de belangrijke handel op de Oostzeelanden. De Nederlanden steunden daarbij Denemarken tegen de Zweden, die de controle over de Sont wilden nemen. Dit was onderdeel van de omvangrijke Noordse Oorlog (1655-1660). Het interessante van deze specifieke transcriptie is dat er diverse namen van Friese zeelui in voorkomen die waarschijnlijk nog niet eerder gepubliceerd zijn.
De transcripties zullen we t.z.t. online ter beschikking stellen via onze site, voor studie en eventuele publicaties. Of vraag nadere info op via ons emailadres.
woensdag 15 mei 2013
De oudste kaart van Dokkum?
Door Richard Keijzer
De kaarten van Joannis Blaeu uit het midden
van de 17e eeuw zijn bekend, maar zijn dat ook de oudste
plattegronden van de stad? In de periode voor Blaeu denken we al snel aan
cartografen zoals Mercator en zijn leermeester Gemma Frisius. Mogelijk dat een
van de twee een kaart van Dokkum heeft gemaakt, maar die heeft de tand des
tijds waarschijnlijk niet overleefd.
Nee, voor een zeer oude kaart moeten we het
zoeken in Spanje. En wel in de Nationale Bibliotheek van Madrid. Daar ligt een
in zwart leer gebonden atlas, gemaakt door Jacob van Deventer. Het werk is,
volgens de catalogus van de bibliotheek gemaakt in 1545, maar er circuleert ook
een jaartal 1565. Van Deventer tekende zijn kaarten in opdracht van de Spaanse
koning Felipe Segundo, hier beter bekend als Filips II. Hij kreeg pas in 1558 de opdracht en maakte de kaart dus waarschijnlijk rond 1560.
De atlas is op hoge resolutie gescand en de resultaten zijn op internet gezet. Hieronder een uitsnede uit zijn kaart,
gecombineerd met een hedendaagse opname. De knik in de Ee is er nog steeds en
ook andere elementen op de oude kaart zijn nog terug te vinden.
Dat de kaarten van Jacob van Deventer zo exact
zijn, komt doordat hij gebruik maakte van driehoeksmeting. Deze techniek is
door Gemma Frisius bedacht rond het jaar 1530. Of Frisius en Van Deventer
elkaar ooit hebben ontmoet is onzeker, maar in elk geval zal Jacob wel het boek
van Frisius hebben gelezen, waarin de triangulatie uitgebreid wordt beschreven.
maandag 13 mei 2013
Nieuw boek Kwartierstaat van Sape van der Ploeg en Gryt Tamminga
Ons lid Douwe Halbesma deed uitgebreid genealogisch onderzoek rond de kwartierstaat van Sape van der Ploeg en zijn vrouw Gryt Tamminga. Het resultaat vindt zijn weerslag in een boek van 250 pagina's. Sape-en-Gryt zijn afkomstig van Ternaard en Wierum maar verhuisden in 1921, kort nadat ze getrouwd zijn, naar Oudwoude. Daar kregen ze dertien kinderen.
Het boek vertelt over het wel en wee van de familie in Oudwoude maar gaat terug tot ongeveer 1424. Het is het relaas van arbeiders en schoenmakers die vooral verbleven in Westdongeradeel. It skuonmakkerspaad in Wierum dankt zijn naam aan het feit dat één van de voorouders daar de schoenen voor de Wierumers maakte. Na de Ramp van Wierum (1893) maakt Lucas van der Ploeg, die net als schoenmaker begonnen is, moeilijke tijden door. Omdat veel geleverde laarzen op afbetaling werden geleverd komt er amper meer geld binnen. Lucas van der Ploeg besluit dan zijn zaak naar Ternaard te verplaatsen.
In het boek is veel informatie te vinden over de dorpen Ternaard, Fiskbuoren, Wierum, Nes en Anjum. Familienamen die veel voorkomen: Van der Ploeg, Tamminga, de Roos, Huizenga, Visser, Elzenga, Plat, Aagtjes.
Halbesma publiceerde enkele verhalen in De Sneuper over de emigratie van de Huizenga's naar Noord- en Zuid-Amerika en over de vermissing van Harmen Gerbens. Deze verhalen zijn terug te vinden in het boek.
ISBN 978-90-82050-30-1
Meer informatie vragen en bestellingen doen kan via email met de auteur.
Het boek vertelt over het wel en wee van de familie in Oudwoude maar gaat terug tot ongeveer 1424. Het is het relaas van arbeiders en schoenmakers die vooral verbleven in Westdongeradeel. It skuonmakkerspaad in Wierum dankt zijn naam aan het feit dat één van de voorouders daar de schoenen voor de Wierumers maakte. Na de Ramp van Wierum (1893) maakt Lucas van der Ploeg, die net als schoenmaker begonnen is, moeilijke tijden door. Omdat veel geleverde laarzen op afbetaling werden geleverd komt er amper meer geld binnen. Lucas van der Ploeg besluit dan zijn zaak naar Ternaard te verplaatsen.
In het boek is veel informatie te vinden over de dorpen Ternaard, Fiskbuoren, Wierum, Nes en Anjum. Familienamen die veel voorkomen: Van der Ploeg, Tamminga, de Roos, Huizenga, Visser, Elzenga, Plat, Aagtjes.
Halbesma publiceerde enkele verhalen in De Sneuper over de emigratie van de Huizenga's naar Noord- en Zuid-Amerika en over de vermissing van Harmen Gerbens. Deze verhalen zijn terug te vinden in het boek.
ISBN 978-90-82050-30-1
Labels:
Aagtjes,
boek,
de Roos,
douwe halbesma,
Elzenga,
Friesland,
genealogie,
Huizenga,
kwartierstaat,
Oudwoude,
Plat,
sneuper Van der Ploeg,
Tamminga,
ternaard,
Visser,
Westdongeradeel,
Wierum
woensdag 8 mei 2013
Prachtige ode aan vissers in Paesens-Moddergat
Afgelopen vrijdagavond, exact 130 jaar na de Ramp van Moddergat, vond in de Hervormde kerk van
Paesens een bijzonder concert plaats. Documentairemaker Johann de Graaf liet, in samenwerking met zanger/kunstenaar Gerrit Breteler, een oud visserslied herleven dat in de vergetelheid was geraakt. De geschiedenis van het lied zal in de documentaire Arme Visschers belicht worden op 4 juni aanstaande via Omrop Fryslân en op zondag 9 juni op Nederland 2.
Het middeleeuwse Paesumer kerkje was al rond 19.45 uur goed gevuld met tegen de 100 mensen. Dat was ook het tijdstip waarop Breteler en de overige muzikanten pas arriveerden. Gelukkig ging de soundcheck heel vlot ("Ja, klinkt goed!") en kon er vlak na achten (de kerkklokken luidden) worden begonnen. Onder het publiek o.a. onze leden Gerard de Weger (de puttoloog van Moddergat), museumdirecteur Ihno Dragt, wethouder Pytsje de Graaf en Ciska Hoekstra met familie.
Organisator Johann de Graaf gaf een korte introductie en meldde dat er niet geflitst moest worden tijdens de opname van het hoogtepunt van de avond, het visserslied.
De Friese Tukker Breteler werd begeleid door toetseniste Clara Rullmann en een accordeonist. Om de stem en stemming wat op te warmen zong hij eerst enige nummers van zijn bekende werken, o.a. Catarsis, uit het Requiem van Moddergat 'Ivich Boppedat', een lied over Semarang waar zowel Gerrit als Clara een familielid op het kerkhof heeft liggen en een Fries/Twents lied 'Op een dag drink je geen Grolsch meer'.
Ook vertelde Breteler een mooie anecdote over oud-koningin Beatrix die tijdens een saaie lezing een boekje doorbladerde met een Friese tekst van Breteler die het verzoek van de RVD om een Nederlandse vertaling te maken simpelweg genegeerd had met de reactie: "Onmogelijk". Bea had wel waardering voor die eigenwijsheid. Een mooie reden trouwens voor onze nieuwe koning om Fries te leren. Niet voor niets stammen alle Europese koningshuizen af van de Friese stadhouder Johan Willem Friso.
En toen kwam het hoofdnummer Arme Visschers. Voorwaar geen eenvoudig lied, dat vanuit het Nederlands van componist Maurice Hageman in het Fries vertaald is door Breteler. Voor de opnamen moest het lied dan ook enige keren overgedaan worden, wat het publiek helemaal niet erg vond. Na aanvankelijk aarzelend applaus (mocht dat wel?) was er uiteindelijk een staande ovatie van de vele aanwezigen in het intieme kerkje. Koster Jan met de pet keek het alles met tevredenheid aan. Het zou wel leuk zijn als nog ergens online de tekst van het lied beschikbaar wordt gesteld!
Paesens een bijzonder concert plaats. Documentairemaker Johann de Graaf liet, in samenwerking met zanger/kunstenaar Gerrit Breteler, een oud visserslied herleven dat in de vergetelheid was geraakt. De geschiedenis van het lied zal in de documentaire Arme Visschers belicht worden op 4 juni aanstaande via Omrop Fryslân en op zondag 9 juni op Nederland 2.
Het middeleeuwse Paesumer kerkje was al rond 19.45 uur goed gevuld met tegen de 100 mensen. Dat was ook het tijdstip waarop Breteler en de overige muzikanten pas arriveerden. Gelukkig ging de soundcheck heel vlot ("Ja, klinkt goed!") en kon er vlak na achten (de kerkklokken luidden) worden begonnen. Onder het publiek o.a. onze leden Gerard de Weger (de puttoloog van Moddergat), museumdirecteur Ihno Dragt, wethouder Pytsje de Graaf en Ciska Hoekstra met familie.
Organisator Johann de Graaf gaf een korte introductie en meldde dat er niet geflitst moest worden tijdens de opname van het hoogtepunt van de avond, het visserslied.
De Friese Tukker Breteler werd begeleid door toetseniste Clara Rullmann en een accordeonist. Om de stem en stemming wat op te warmen zong hij eerst enige nummers van zijn bekende werken, o.a. Catarsis, uit het Requiem van Moddergat 'Ivich Boppedat', een lied over Semarang waar zowel Gerrit als Clara een familielid op het kerkhof heeft liggen en een Fries/Twents lied 'Op een dag drink je geen Grolsch meer'.
Ook vertelde Breteler een mooie anecdote over oud-koningin Beatrix die tijdens een saaie lezing een boekje doorbladerde met een Friese tekst van Breteler die het verzoek van de RVD om een Nederlandse vertaling te maken simpelweg genegeerd had met de reactie: "Onmogelijk". Bea had wel waardering voor die eigenwijsheid. Een mooie reden trouwens voor onze nieuwe koning om Fries te leren. Niet voor niets stammen alle Europese koningshuizen af van de Friese stadhouder Johan Willem Friso.
En toen kwam het hoofdnummer Arme Visschers. Voorwaar geen eenvoudig lied, dat vanuit het Nederlands van componist Maurice Hageman in het Fries vertaald is door Breteler. Voor de opnamen moest het lied dan ook enige keren overgedaan worden, wat het publiek helemaal niet erg vond. Na aanvankelijk aarzelend applaus (mocht dat wel?) was er uiteindelijk een staande ovatie van de vele aanwezigen in het intieme kerkje. Koster Jan met de pet keek het alles met tevredenheid aan. Het zou wel leuk zijn als nog ergens online de tekst van het lied beschikbaar wordt gesteld!
maandag 29 april 2013
Erelid Reinder Tolsma benoemd tot Lid in Orde van Oranje-Nassau
| Vlnr: Burgemeester Marga Waanders, Reinder Tolsma, Willem Wittermans, Broor Adema |
Hieronder een samenvatting van de verdiensten op basis waarvan hij gedecoreerd werd.
Dhr. Reinder Tolsma (21-06-1950) uit Oosternijkerk
Tolsma is auteur van diverse boeken over de geschiedenis van de gemeente Oosternijkerk en diverse verenigingen en organisaties binnen die gemeente. Als zodanig was betrokkene auteur van “Hark ris wat kinne dy mannen spylje” (100-jarig jubileum van de Brassband UDI te Oosternijkerk); auteur van een boek over 125 jaar Christelijk Onderwijs in Oosternijkerk; auteur van het boek “Kan er iets goeds uit Nazareth zijn” (75 jaar UDI); mede-auteur van “Een geschiedenis van Oosternijkerk” en mede-auteur van “Als dat niet het doel is” ……. Het Samen op Weg-proces in Oosternijkerk.
Van 1981 tot 2004 was hij oprichter en eindredacteur van de Dorpskrant te Oosternijkerk. Als zodanig was decorandus verantwoordelijk voor de lay-out, de eindredactie en schrijver van diverse artikelen over het Oosternijkerk van weleer. Hij levert nu nog altijd historische artikelen aan.
Van 1986 tot 2011 was hij medeoprichter, eindredacteur van het verenigingsblad “De Sneuper” van de Historische Vereniging Noordoost-Friesland te Dokkum. In de periode 1979-2012 organiseerde betrokkene drie dorpsreünies in Oosternijkerk.
maandag 22 april 2013
Kerkmuseum Jannum een bezoekje waard!
Tussen Dokkum en Birdaard ligt het terpdorpje Jannum (of Janum). Op de terp staat een 13e eeuwse kerk die als museum dient van kerkhistorische voorwerpen. Zo vindt u er het enige in Friesland nog bewaard gebleven Romaanse doopvont en een verzameling zandstenen sarcofagen. Ook heeft het kerkje nog een ouderwetse klokkenstoel.In 2005 is de kerk van Jannum voor het laatst gerestaureerd. Wilt u meer weten over het gebouw en zijn vroegere gebruikers? In 2009 is een geheel herziene versie van het boekje Kerkmuseum Jannum verschenen. Een digitale versie hiervan kunt u bekijken op de website van terp Hegebeintum.
De voorwerpencollectie van het kerkmuseum is eigendom van het Fries Museum, dat Jannum vroeger als uithof had.
Voor sneupers dus een mooie gelegenheid om eens kennis te maken met dit prachtige stuk historie op de terp van Jannum. In de online database van Hessel de Walle worden de inscripties in de kerk ook beschreven.
Van april t/m september zijn ze elke zaterdagmiddag open van 13 tot 17 uur.
Kosten € 2 p/p, kinderen tot 12 jaar gratis. Groepen vanaf tien personen zijn ook buiten deze tijden welkom voor een rondleiding. Kosten € 1,50 p/p. Meer info bij Yvonne via 06-41425228.
Labels:
birdaard,
dokkum,
hogebeintum,
jannum,
kerk,
kerkmuseum,
museum,
sarcofagen
vrijdag 19 april 2013
Zwanen op Landgoed Borg Verhildersum te Leens
Vijf jaar geleden schreef ik een blogartikel over het Recht van Zwanenjacht in Friesland. Dat leverde toen al leuk reacties op, o.a. van Reinder Postma met een zwanenring van Landgoed Fogelsangh te Veenklooster.
Een paar maanden geleden werd ik gemaild door Jeanine Oostland van Landgoed Borg Verhildersum te Leens met de vraag of ik wist hoe het zwanenboek uit 1635 van Barthold Tjaerda van Starkenborgh in bruikleen gekregen zou kunnen worden. Ik bracht haar in contact met Otto Kuipers van Tresoar die voor haar op zoek ging in het archief. In het boek werd door de pluimgraaf bijgehouden, met tekeningen, welke bezitter van het Recht van Zwanenjacht welke merktekenen voerde (in poot en snavel).
Het resultaat is te zien in de prachtige tentoonstelling die sinds kort geopend is op de borg: Terugkomst van de bewoners. Er is o.a. een schitterende zwanehalsband (foto hieronder) te zien.
Elke lente trok de hele familie vanuit de stad naar hun zomerhuis. Zilver, porselein, de mooie lakens, alles werd ingepakt in grote koffers en kisten en op de koetsen gehesen. En natuurlijk op de plaats van bestemming weer uitgeladen. Ook deze zomer keren de oud-bewoners van Borg Verhildersum terug naar Leens. De Onsta’s, de Tjarda Van Starkenborghs, de Van Bolhuis’ en de Frima’s, u kunt alle families ontmoeten op het landgoed. In deze tentoonstelling keren de voorwerpen en verhalen van vroegere bewoners terug naar het landgoed. Voor de meeste voorwerpen is het een weerzien met de families en de belevenissen en omstandigheden waarin zij het dagelijkse leven hebben vormgegeven.
De tentoonstelling is samengesteld na uitgebreid onderzoek naar de borg en zijn bewoners en vertelt het verhaal van de Groninger elite door de eeuwen heen. Veldslagen, huwelijken, overdadige banketten en de heerlijke zomers op het platteland. Voor deze gelegenheid wordt er ook in de Borg extra aandacht besteed aan de objecten en de verhalen van de vroegere bewoners
Voor leden van onze vereniging is een speciale 20% korting beschikbaar (mail ons daarvoor even om de digitale coupon te ontvangen) maar de Museum(jaar)kaart is ook geldig!
Leens is natuurlijk maar op een steenworp afstand gelegen van Noordoost-Friesland, aan de oostkant van de voormalige Lauwerszee. Via Lauwersoog bent u er zo!
Het landgoed is trouwens nog op zoek naar enkele vrijwilligers die op de prachtige borg willen meehelpen.
Een paar maanden geleden werd ik gemaild door Jeanine Oostland van Landgoed Borg Verhildersum te Leens met de vraag of ik wist hoe het zwanenboek uit 1635 van Barthold Tjaerda van Starkenborgh in bruikleen gekregen zou kunnen worden. Ik bracht haar in contact met Otto Kuipers van Tresoar die voor haar op zoek ging in het archief. In het boek werd door de pluimgraaf bijgehouden, met tekeningen, welke bezitter van het Recht van Zwanenjacht welke merktekenen voerde (in poot en snavel).
![]() |
| Zwanenboek Barthold Tjaerda van Starkenborgh, 1635, collectie Tresoar EVC 5466 |
Elke lente trok de hele familie vanuit de stad naar hun zomerhuis. Zilver, porselein, de mooie lakens, alles werd ingepakt in grote koffers en kisten en op de koetsen gehesen. En natuurlijk op de plaats van bestemming weer uitgeladen. Ook deze zomer keren de oud-bewoners van Borg Verhildersum terug naar Leens. De Onsta’s, de Tjarda Van Starkenborghs, de Van Bolhuis’ en de Frima’s, u kunt alle families ontmoeten op het landgoed. In deze tentoonstelling keren de voorwerpen en verhalen van vroegere bewoners terug naar het landgoed. Voor de meeste voorwerpen is het een weerzien met de families en de belevenissen en omstandigheden waarin zij het dagelijkse leven hebben vormgegeven.
De tentoonstelling is samengesteld na uitgebreid onderzoek naar de borg en zijn bewoners en vertelt het verhaal van de Groninger elite door de eeuwen heen. Veldslagen, huwelijken, overdadige banketten en de heerlijke zomers op het platteland. Voor deze gelegenheid wordt er ook in de Borg extra aandacht besteed aan de objecten en de verhalen van de vroegere bewoners
Voor leden van onze vereniging is een speciale 20% korting beschikbaar (mail ons daarvoor even om de digitale coupon te ontvangen) maar de Museum(jaar)kaart is ook geldig!
Leens is natuurlijk maar op een steenworp afstand gelegen van Noordoost-Friesland, aan de oostkant van de voormalige Lauwerszee. Via Lauwersoog bent u er zo!
Het landgoed is trouwens nog op zoek naar enkele vrijwilligers die op de prachtige borg willen meehelpen.
| Zwanehalsband Borg Verhildersum |
maandag 15 april 2013
Vondst bladmuziek 1883 leidt tot nieuw concert in Paesens-Moddergat
Documentairemaker Johann de Graaf, oud-Dokkumer, herontdekte vorig jaar bladmuziek van Maurice Hageman, muzikant , dirigent en directeur van de muziekschool in Leeuwarden ten tijde van de Vissersramp in 1883. Hageman besloot na het horen van de ramp om met een speciaal gecomponeerd lied geld in te zamelen voor de nabestaanden van de 83 omgekomen vissers in de dorpen.Maurice Hageman voerde het muziekstuk weliswaar ook uit op 4 mei 1883 maar faalde in zijn missie om geld in te zamelen. Het stuk raakte in de vergetelheid maar zal nu wederom, 130 jaar later, worden uitgevoerd!
Vrijdagavond 3 mei organiseren Johann de Graaf en zanger Gerrit Breteler dan ook een bijzonder concert, van 20:00 tot 21:00 uur, in de Hervormde kerk van Paesens-Moddergat. Tijdens het concert speelt Breteler samen met muzikanten dit vergeten lied voor de nabestaanden van de vissersramp in het dorp. Het concert is speciaal gewijd aan de inwoners van Paesens-Moddergat. Adres van de kerk: De Buorren 9,9136 PT Paesens.
In 2008 was ik aanwezig bij een van de uitvoeringen op het wad bij Moddergat van het Friestalige Oer de Seedyk. Ook toen speelde Gerrit Breteler een hoofdrol in de muzikale uitvoering. De belangstelling was groot en het spektakel eveneens. Zie de beeld- en geluidsfragmenten van het begin, het lied Ivich Boppedat en de slotscene (zonder geluid).
De toegang tot het concert in Paesens-Moddergat is gratis. Ik heb me al aangemeld. Let op, er is plaats voor honderd aanwezigen. Mocht u interesse hebben om aanwezig te zijn, stuur dan een e-mail naar Johann de Graaf: concert@johanndegraaf.nl.
Reageer snel, want vol is vol. Inwoners van Paesens-Moddergat hebben bij aanmelding voorrang.
Tijdens het concert worden opnames gemaakt voor de documentaire Arme Visschers. Deze wordt 4 juni aanstaande uitgezonden op Omrop Fryslân en op zondag 9 juni op Nederland 2. Noteer deze data in uw agenda! De documentaire wordt gefilmd door cameraman Shaun Layden van Mintamatics.
vrijdag 12 april 2013
ANBI-status. En dan?
De Historische Vereniging Noordoost-Friesland is sinds vorig jaar officieel een Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI). En wel nog iets specifieker: een culturele ANBI. Hiermee geeft de Belastingdienst een faciliteit die het aantrekkelijk maakt om schenkingen te doen!
Op de recente jubileumdag vroeg ik de penningmeester hoeveel schenkingen hij via deze regeling afgelopen jaar had ontvangen. Nou, een stuk of 4 a 5. Dat is op zich een hoopgevend begin maar volgens mij zijn nog weinig Sneupers op de hoogte van de mogelijkheden van de ANBI.
Waarom zou je een schenking doen? Voor de hand liggend is dat je onze vereniging een warm hart toedraagt. En met een schenking geef je onze ongesubsidieerde vereniging, waarvan de contributie nog steeds maar 15 euro per jaar is (met een verenigingsblad in full-colour, zonder advertenties), de mogelijkheid een keer iets extra's te doen. Zoals bijvoorbeeld een extra (dikke) Sneuper, een bijzondere ledendaglocatie etc.
Concreet biedt de Belastingdienst bij een culturele ANBI de mogelijkheid om 150% van de gift als aftrekbaar bedrag op te voeren. Een simpel voorbeeld: u schenkt 100 euro. U mag dan 150 euro op uw belastingopgave opvoeren. Stel dat u rond de 50% Inkomstenbelasting betaalt, dan betaalt de Belastingdienst dus 50% mee= 75 euro.
Per saldo betaalt u dus maar ongeveer 25 euro om de vereniging met 100 euro te steunen! Dat is nog eens een rendement!
Mocht u nu al van plan zijn iets te doen of er in uw testament rekening mee willen houden, bedenk dan dat we sinds kort een nieuw bankrekeningnummer hebben: Het nummer is: 177.8581.41 (Rabobank Dokkum). IBAN: NL08 RABO 0177 8581 41 t.n.v. Historische Vereniging Noordoost-Friesland te Dokkum (het oude ING nummer vervalt in de loop van het jaar). Kleine moeite, groot plezier!
Update: Een van de lezers reageerde. Nuancering: de 150% geldt voor ondernemingen en 125% voor particulieren. Bij een schenking van 100 euro zou u dan als particulier 125 euro kunnen opvoeren. Bij 50% IB betaalt de Belasting dus ca 62 euro mee. Per saldo betaalt u dan dus ongeveer 100-62 euro=38 euro.
Op de recente jubileumdag vroeg ik de penningmeester hoeveel schenkingen hij via deze regeling afgelopen jaar had ontvangen. Nou, een stuk of 4 a 5. Dat is op zich een hoopgevend begin maar volgens mij zijn nog weinig Sneupers op de hoogte van de mogelijkheden van de ANBI.
Waarom zou je een schenking doen? Voor de hand liggend is dat je onze vereniging een warm hart toedraagt. En met een schenking geef je onze ongesubsidieerde vereniging, waarvan de contributie nog steeds maar 15 euro per jaar is (met een verenigingsblad in full-colour, zonder advertenties), de mogelijkheid een keer iets extra's te doen. Zoals bijvoorbeeld een extra (dikke) Sneuper, een bijzondere ledendaglocatie etc.
Concreet biedt de Belastingdienst bij een culturele ANBI de mogelijkheid om 150% van de gift als aftrekbaar bedrag op te voeren. Een simpel voorbeeld: u schenkt 100 euro. U mag dan 150 euro op uw belastingopgave opvoeren. Stel dat u rond de 50% Inkomstenbelasting betaalt, dan betaalt de Belastingdienst dus 50% mee= 75 euro.
Per saldo betaalt u dus maar ongeveer 25 euro om de vereniging met 100 euro te steunen! Dat is nog eens een rendement!
Mocht u nu al van plan zijn iets te doen of er in uw testament rekening mee willen houden, bedenk dan dat we sinds kort een nieuw bankrekeningnummer hebben: Het nummer is: 177.8581.41 (Rabobank Dokkum). IBAN: NL08 RABO 0177 8581 41 t.n.v. Historische Vereniging Noordoost-Friesland te Dokkum (het oude ING nummer vervalt in de loop van het jaar). Kleine moeite, groot plezier!
Update: Een van de lezers reageerde. Nuancering: de 150% geldt voor ondernemingen en 125% voor particulieren. Bij een schenking van 100 euro zou u dan als particulier 125 euro kunnen opvoeren. Bij 50% IB betaalt de Belasting dus ca 62 euro mee. Per saldo betaalt u dan dus ongeveer 100-62 euro=38 euro.
maandag 8 april 2013
Jubileumdag Historische Vereniging Noordoost-Friesland een succes
Door Arjen Dijkstra, Nes.
De jubileumdag van de Historische Vereniging Noordoost Friesland is zaterdag druk bezocht. De vereniging organiseerde deze dag vanwege haar 25-jarig bestaan. De dag bestond uit twee delen. De dagactiviteiten waren geconcentreerd in het Historisch Informatiecentrum bij de bibliotheek in Dokkum. Tijdens het avondprogramma stond een jubileumconcert van het Oeralkozakkenkoor op het program.
De jubileumdag van de Historische Vereniging Noordoost Friesland is zaterdag druk bezocht. De vereniging organiseerde deze dag vanwege haar 25-jarig bestaan. De dag bestond uit twee delen. De dagactiviteiten waren geconcentreerd in het Historisch Informatiecentrum bij de bibliotheek in Dokkum. Tijdens het avondprogramma stond een jubileumconcert van het Oeralkozakkenkoor op het program.
Open dag historisch
informatiecentrum
Van
10 tot 16 uur was het historisch informatiecentrum open voor publiek. Er waren in
samenwerking met Binne Reitsma van Tresoar workshops georganiseerd voor de
jeugd. Enkele kinderen zijn nu volledig op de hoogte van hoe je iets moet bewaren. Tresoar verzorgd de workshop
‘Triedsjes nei it ferline’ ook op scholen. Meer informatie daarover is te
verkrijgen bij Tresoar in Leeuwarden.
Het
historisch informatiecentrum heeft een tentoonstelling ingericht over “200 jaar
Koninkrijk en Noordoostfriesland”. Aan de hand van archiefstukken en foto’s
wordt de band tussen het koningshuis en de regio getoond. Deze tentoonstelling
is zeker tot de komende kroningsdag te zien op de Brokmui 62. Jan de Jager,
toonde –net als in de vrijdagkrant- oude foto’s. Doel daarvan was achterhalen
van namen. Veel portretten zijn nog onbekend gebleven. De fototentoonstelling
blijft tijdelijk nog beschikbaar om meer namen te kunnen achterhalen.
’s
Middags was er een workshop Social Media, waarin redacteur en webmaster Hans Zijlstra de wereld
van online bronnen en haar mogelijkheden opende voor de aanwezigen. Theo Kuipers
vertelde over de herkomst van familienamen in de regio. Dit leidde tot
verrassende uitkomsten.
Oranjekenner en begenadigd verteller (alles uit zijn hoofd) Bearn Bilker deed ons vervolgens uit de
doeken hoe de eerste koningen van Nederland de basis hebben gelegd voor de constitutionele
monarchie. Ook de link met Dokkum (via Fulda!) met het koningshuis werd gelegd.
De heren Jongsma en Boersma van het archief verzorgden rondleidingen in het
archiefdepot. De plek waar je normaal als bezoeker niet komt. Bezoekers werden
daar verrast met een mysterie guest.
De
historische vereniging gaf de hele dag door informatie over de vereniging en de
historie van Noordoost Friesland. Zij werden daarin gesteund met stands van de
4H-dorpen en Cultureel Erfgoed Trynwâlden. De 4H-dorpen hebben veel kennis
opgebouwd over de dorpen Hantum, Hantumhuizen, Hantumeruitburen en Hiaure. Ze
beschikken over beeld- en filmmateriaal over hun regio en publiceren daar ook
over. Cultureel Erfgoed Trynwâlden bewaart werkelijk alles over de
verschillende dorpen in de Trynwâlden. Men had de gelegenheid vragen te stellen
aan experts van de vereniging over hoe men een familieonderzoek kan starten.
Soms bleken zaken ook al te zijn uitgezocht, waardoor mensen snel geholpen
konden worden. Een aantal interessante
ontdekkingen gaan leiden tot een artikel in het verenigingsorgaan ‘de Sneuper’.
Het was vooral een dag om contacten te leggen. Dat is zeker geslaagd!
Jubileumconcert
Oeralkozakkenkoor
Omdat
de kozakken ons land in 1813 hebben bevrijd van de Fransen, was de titel van de
jubileumdag ‘de Kozakken komen!’. Die kozakken konden dan ’s avonds niet
ontbreken. Na de felicitaties van burgemeester Waanders aan de voorzitter Haije
Talsma kregen de vele aanwezigen een goed concert te horen van het OeralKozakkenkoor onder leiding van Gregor Bak. Ook vanuit het Kozakkenkoor kwamen
felicitaties voor de Историческое общество Восточной Фрисландии (historische vereniging NOF). Deze
felicitaties kwamen in het Russisch uiteraard.
Overige
activiteiten jubileumjaar
De Historische Vereniging Noordoost
Friesland heeft in dit jaar nog meer activiteiten. In het najaar zal
bijvoorbeeld tijdens de ledendag het tweede deel van ‘Op de Praatstoel’ verschijnen, onder leiding van ons erelid Reinder Tolsma. Hierin worden
mondelinge verhalen (oral history) opgetekend, zodat er weer een stuk verleden voor geïnteresseerden
toegankelijk wordt gemaakt.
vrijdag 29 maart 2013
11en30 april 2013
gemeentewapen van Ooststellingwerf, een griffioen met tussen de voor- en achterpoten een rode bal met een gouden ster.
Het aantal leden van de afdeling bedraagt per 1 maart 2013 een totaal van 487 (398 leden plus 89 bijkomende leden). Dit is een dalende trend die aan de toegankelijkheid van gegevens op internet wordt gewijd. Persoonlijk betwijfel ik dit omdat we met onze Historische Vereniging Noordoost Friesland het tegendeel bewijzen (we groeien nog steeds).
Op zaterdag 11 mei organiseert de afdeling een excursie naar Burgum, waar de Kruiskerk en het Streekmuseum-Volkssterrenwacht worden bezocht. Hier is een tentoonstelling over Amerikagangers: Emigranten uit Tytsjerksteradiel.
Dan de verdere inhoud van 11en30: Genealogie Gelke Foekes van der Wal, geboren 10 juli 1833 te Nijega. In 'Een laat huwelijk' wordt beschreven hoe Jan Dirks en Bauck Emkes uit Murmerwoudster Broek na 29 jaren 'in hoerdom geleefd te hebben' eindelijk in 1723 trouwden. Ze hadden inmiddels 3 kinderen, in de leeftijd van 16 tot 26.
Oorkonden voor trouw lidmaatschap (40 jaar lid!) kregen o.a. de heer Bernard van Haersma Buma en De Boer.
Anton Musquetier publiceerde een artikel over Een diefstal uit armoede. In 1814 stal zeilmakersknecht Hendrik Cornelis Haagsma goederen uit de winkel van de zeilmakers Rienk en Sjoerd Sleeswijk te Lemmer.
Tineke Hartman schrijft over Werk in Rüstringen, Duitsland, waar haar grootouders Jacobus Scholten en Trijntje Bruinsma rond 1912 kort werkten. Al op 17-jarige leeftijd kreeg ze haar eerste kind.
Stamreeksen van Elfstedentochtwinnaars Sipke Castelein (uit Suawoude) en Abe de Vries (uit De Knipe) zijn opgenomen door Sytze Giezen.
Antonia Veldhuis uit Veenwouden schrijft over Twee vroege twitteraars: De tweets van Petrus Eekma en Jan Georg Semler die in 1789 een conflict uitvochten via pamfletten en korte krantenberichten in o.a. de Leeuwarder Courant.
Als laatste een artikel over Ruurd Taedes Fortuin en Adriaantje Rozendaal die naar de USA emigreerden en daar Roy en Jennie genoemd werden. Via online passagierslijsten en US Census Bureau lijsten is meer over het echtpaar achterhaald.
dinsdag 26 maart 2013
Auke Benedictus Visser, Sontvaarder rond 1820
De Sonttolregisters zijn recent weer aangevuld met nieuwe gegevens, nu ook van 19e eeuwse doorvaarten van de Sont.
Een van de meest frequente Sontvaarders die Dokkum rond 1820 als thuishaven had was Auke Benedictus Visser. Hij was de zoon van Benedictus Jenses Visser en Geertruid Pieters.
Ooit, in 2003, had ik contact met ene David Craik uit Wales. Hij mailde mij met een vraag over ene Benedictus Jenses (Benedict Jones) uit Dokkum (ongetwijfeld familie van bovengenoemde heren). Deze zou begin 18e eeuw met zijn schip gestrand zijn aan de kust van Wales. Vervolgens ontmoette hij een lokale schone en werd de stamvader van een grote clan Welshmen met de familienaam Jones, overigens de meest voorkomende achternaam in dat land. Zijn graf van rond 1730 zou nog bestaan in het plaatsje Llanddwywe.
In onderstaande lijst uit de Sonttolregisters ziet u o.a. de reizen van Auke Benedictus Visser. Er zitten een paar transcriptiefouten tussen, meest opvallend is die van Ulsser i.p.v. Visser. In de lijst staan ook enkele Dokkumer collega's uit dezelfde periode.
Auke's kofschip was genaamd 'De Jonge Trijntje', groot 95 ton, althans het schip dat in 1829 in herberg het Wapen van Amsterdam te Dokkum werd verkocht en in 1813 nieuw gebouwd was. Zou het schip vernoemd zijn naar zijn schoonmoeder Trijntje de Lang?
De kolomkoppen zijn: Datum doorvaart Sont, Naam schipper, Thuishaven, Vertrekhaven, Aankomsthaven.
Hij komt vaker voor in de Dokkumer archieven:
Voor een model van een kofschip zie de site van het Rijksmuseum.
Een van de meest frequente Sontvaarders die Dokkum rond 1820 als thuishaven had was Auke Benedictus Visser. Hij was de zoon van Benedictus Jenses Visser en Geertruid Pieters.
Ooit, in 2003, had ik contact met ene David Craik uit Wales. Hij mailde mij met een vraag over ene Benedictus Jenses (Benedict Jones) uit Dokkum (ongetwijfeld familie van bovengenoemde heren). Deze zou begin 18e eeuw met zijn schip gestrand zijn aan de kust van Wales. Vervolgens ontmoette hij een lokale schone en werd de stamvader van een grote clan Welshmen met de familienaam Jones, overigens de meest voorkomende achternaam in dat land. Zijn graf van rond 1730 zou nog bestaan in het plaatsje Llanddwywe.
In onderstaande lijst uit de Sonttolregisters ziet u o.a. de reizen van Auke Benedictus Visser. Er zitten een paar transcriptiefouten tussen, meest opvallend is die van Ulsser i.p.v. Visser. In de lijst staan ook enkele Dokkumer collega's uit dezelfde periode.
Auke's kofschip was genaamd 'De Jonge Trijntje', groot 95 ton, althans het schip dat in 1829 in herberg het Wapen van Amsterdam te Dokkum werd verkocht en in 1813 nieuw gebouwd was. Zou het schip vernoemd zijn naar zijn schoonmoeder Trijntje de Lang?
De kolomkoppen zijn: Datum doorvaart Sont, Naam schipper, Thuishaven, Vertrekhaven, Aankomsthaven.
Hij komt vaker voor in de Dokkumer archieven:
Huwelijksakte Dokkum, 1827
Bruidegom: Auke Benedictus Visser, oud 64 jaar, geboren te Dokkum
Vader: Benedictus Jennes. Moeder: Geertruid Pieters. Bruid: Gertje Symens van Boerum, oud 36 jaar, geboren te Dokkum. Vader: Symen Jans van Boerum. Moeder: Trijntje Jans de Lang. Datum: 22 november 1827, akte nr. 25.
Kadastrale gemeente: Dokkum, Sectie: A Minuutplan: Dokkum A1
Eigenaar: Auke Benedictus Visser
Beroep: Kofschipper
Woonplaats: Dokkum
Legger nr: 33.Voor een model van een kofschip zie de site van het Rijksmuseum.
donderdag 21 maart 2013
Sneuper 109 met rococo op Het Loo en tsaar Peter
Zo vlak voor het 25-jarig jubileumfeest van onze vereniging op 6 april in Dokkum is ons paradepaardje De Sneuper weer naar de meer dan 500 leden verstuurd.
Bijzondere verhalen deze keer over een Dokkumer rococo-interieur dat uit het gesloopte hoofdpostkantoor verdween en in Paleis Het Loo in Apeldoorn opdook en een vervolg op het populaire cover-artikel uit Sneuper 105, Maaltijd te Dokkum met tsaar Peter de Grote. Maar was het wel de Russische tsaar, of toch een ander, minstens zo interessant persoon?
Dat en nog veel meer in dit lentenummer van De Sneuper:
Inhoudsopgave:
HISTORIE & STREEKGESCHIEDENIS
- Rococo uit Dokkum op paleis Het Loo, Sytse ten Hoeve
- Mosterd of toetje na de Maaltijd? Hans Zijlstra
- Opgravingen in de Anjeliersstraat, Edwin Hoven
GENEALOGIE & FAMILIEGESCHIEDENIS
- Dokkum en India: de Canter Visschers, Bauke vd Pol
- Groeten uit Moddergat: ansichtkaart uit 1909, Gerard de Weger
- Douwe Hansma: de stal van Beslinga State, Klaas Pera
RUBRIEKEN & COLUMNS
- COLUMN: Je mutte mar hoare..., Ale Hansma
- BONIFATIUSBEELDEN: Monnik met ambities, Lammert de Hoop
- HERALDIEK: Dorpswapens & -vlaggen, Rudolf Broersma
- DIACONIEREKENINGEN: familie De Vries, Piet de Haan
DIGITAAL & ACTUEEL & VARIA
- Digitaal verhaal: website en blognieuws, Hans Zijlstra
Wilt u ook meegenieten van de interessante verhalen uit onze regio, dan kunt u zich eenvoudig aanmelden als lid (slechts 15 euro per jaar) via dit online formulier.
Bijzondere verhalen deze keer over een Dokkumer rococo-interieur dat uit het gesloopte hoofdpostkantoor verdween en in Paleis Het Loo in Apeldoorn opdook en een vervolg op het populaire cover-artikel uit Sneuper 105, Maaltijd te Dokkum met tsaar Peter de Grote. Maar was het wel de Russische tsaar, of toch een ander, minstens zo interessant persoon?
Dat en nog veel meer in dit lentenummer van De Sneuper:
Inhoudsopgave:
HISTORIE & STREEKGESCHIEDENIS
- Rococo uit Dokkum op paleis Het Loo, Sytse ten Hoeve
- Mosterd of toetje na de Maaltijd? Hans Zijlstra
- Opgravingen in de Anjeliersstraat, Edwin Hoven
GENEALOGIE & FAMILIEGESCHIEDENIS
- Dokkum en India: de Canter Visschers, Bauke vd Pol
- Groeten uit Moddergat: ansichtkaart uit 1909, Gerard de Weger
- Douwe Hansma: de stal van Beslinga State, Klaas Pera
RUBRIEKEN & COLUMNS
- COLUMN: Je mutte mar hoare..., Ale Hansma
- BONIFATIUSBEELDEN: Monnik met ambities, Lammert de Hoop
- HERALDIEK: Dorpswapens & -vlaggen, Rudolf Broersma
- DIACONIEREKENINGEN: familie De Vries, Piet de Haan
DIGITAAL & ACTUEEL & VARIA
- Digitaal verhaal: website en blognieuws, Hans Zijlstra
Wilt u ook meegenieten van de interessante verhalen uit onze regio, dan kunt u zich eenvoudig aanmelden als lid (slechts 15 euro per jaar) via dit online formulier.
dinsdag 19 maart 2013
Verslag lezing Molens in Achtkarspelen
Woensdag 13 maart jl. hield de heer Sjerp de
Jong een interessante lezing over molens in Achtkarspelen voor zo’n 30
belangstellenden.
In het verleden hebben er heel wat molens in Achtkarspelen gestaan. Op dit moment zijn er nog vier over: de korenmolen te Kortwoude, de molen bij de ijsbaan in Buitenpost, de Tjasker bij Augustinusga en de windmotor te Sarabos onder Gerkesklooster.
In het verleden hebben er heel wat molens in Achtkarspelen gestaan. Op dit moment zijn er nog vier over: de korenmolen te Kortwoude, de molen bij de ijsbaan in Buitenpost, de Tjasker bij Augustinusga en de windmotor te Sarabos onder Gerkesklooster.
De molens kunnen naar hun functie onderverdeeld
worden in industriemolens en poldermolens. De poldermolens werden gebruikt om
de polder droog te malen. Er waren vroeger veel kleine waterschappen in
Achtkarspelen, waarvan de meeste de beschikking hadden over een poldermolen.
Bij industriemolens kan gedacht worden aan korenmolens, pelmolens , oliemolens
en houtzaagmolens.
Vanouds stond er in
elk dorp een korenmolen. De andere industriemolens stonden vooral in
Kootstertille en Stroobos.
Meer informatie over alle molens vindt u in de Molendatabase.
Abonneren op:
Berichten (Atom)








