dinsdag 27 januari 2015

Historisch Tijdschrift Fryslân januari 2015 met Dr. Straat, Edele Kinderen en Terpenpaard

In het eerste nummer van 2015 van het tijdschrift van het Koninklijk Fries Genootschap voor Geschiedenis en Cultuur wordt Dr. Hendrik Straat onder de loep genomen. De stad-Groninger werd landelijk bekend door zijn werk als chirurg bij de scheiding van de Siamese tweeling Tjitske en Folkje uit Mûnein (Tietjerksteradeel) in 1954. Als beginnend dokter werkte hij nog als invaller in Ternaard. Hij was ook een kunstliefhebber die vooral moderne kunst verzamelde, o.a. van Gerrit Benner.
In de rubriek Cold Case gebruikt Nelleke IJssennagger een zwaardschedepuntbeschermer uit de collectie van Norwich Castle Museum in Engeland als voorbeeld voor een vergelijkbaar exemplaar in de collectie van het Fries Museum. Het tegenkomen van zelfde exemplaren in verschillende gebieden leidt tot nieuwe inzichten.
Egge Knol van het Groninger Museum laat een tweeduizend jaar oude merrie tot leven komen in zijn artikel Paard op Reis. Het dier van het Landbouwmuseum in Earnewald komt uit Wageningen. Maar het zou zo maar kunnen dat dit oude paardenskelet uit de afgegraven terp van Ferwerd komt en aan een Wageningse ingenieur is verkocht!
De stinsen van Hessel van Martena worden door Ruud Spruit beschreven. O.a. de stadstins in Franeker, het huidige Museum Martena, komt aan bod. Daarin worden momenteel prachtige schilderijen van Friese kinderen tentoongesteld uit de periode 1550-1800: Pjutten en Beukers.
De rubriek Historici in Friesland zet de specialist godsdienstgeschiedenis Wiebe Bergsma in de schijnwerpers. Hij is o.a. auteur van De wereld volgens Abel Eppens, een Ommelander boer uit de zestiende eeuw, Tussen Gideonsbende en publieke kerk, en ook For uwz lân, wyv en bern, De patriottentijd in Friesland.
Deze laatste spreuk staat op een vlag uit de 18e eeuw, een van de weinige Friestalige culturele uitingen uit die tijd. Symen Schoustra bespreekt het boek van Philippus Breuker, Opkomst en bloei van het Fries nationalisme 1740-1875, over die tijd van Cultuurnationalisme en Friese intellectuelen.
Uit de rubriek Kort Nieuws is nog vermeldenswaard dat een ontwerptekening van tuinarchitect Roodbaard van een tuin in Kollum die in de jaren 1828-1838 werd aangelegd voor apotheker Riedel, geschonken is aan Tresoar.

zondag 25 januari 2015

Expositie Museum Admiraliteitshuis: Dood in Dokkum, graven in de Bonifatiusterp

In het museum Admiraliteitshuis te Dokkum is t/m maart 2015 de expositie ‘Dood in Dokkum, graven in de Bonifatiusterp’ te zien. Met als onderwerp de geschiedenis van de Markt in Dokkum.

De Markt is nu een niet heel erg aantrekkelijk plein waar veel auto’s parkeren. Maar het oudste gebouw van Dokkum, de Grote of Sint Martinuskerk, staat er als resultaat van een ontstaansgeschiedenis die zijn weerga niet kent in Friesland. Hier werd namelijk na de dood in 754 van Bonifatius en zijn gezellen een groot platform gemaakt van kwelderzoden. Niet alleen als een soort landmark voor de martelplaats, zoals katholieken dat noemden, maar ook om het gedachteniskerkje te vrijwaren voor overstromingen.

De expositie laat de veranderingen zien die deze plaats in de loop der eeuwen onderging. Op de martelplaats werd een houten kerkje gebouwd, al gauw omringd door een kerkhof; het eerste kerkje werd vervangen door grotere kerken van steen; er kwam een klooster dat weer afgebroken werd aan het einde van de 16de eeuw; en ga zo maar door.

De subtitel van de expositie verklapt dat de nadruk ligt op archeologie, wat is er gevonden tijdens opgravingen en wat vertelt ons dat. Zo zijn er opgravingstekeningen te zien, eeuwenoude grafkisten met hun inhoud en resten van grafzerken. Maar ook bouwfragmenten van het oude klooster, afbeeldingen van de grote abdijtoren die er tot 1830 stond en resten van het prachtige Gotische steenhouwerswerk dat de parochiekerk eens sierde.

De expositie begint met de uitleg over het gebruik van kwelderzoden voor verhogingen in het landschap en middeleeuwse woningen en eindigt met foto’s uit de tijd rond 1900, toen de Markt nog een echte veemarkt was, geplaveid met kinderkopjes en met het café De Beurs als beeldbepalend element aan de zuidzijde.

Een aansluitende lezing is in het Hellinghûs te Dokkum op donderdag 29 januari om 20.00 uur een lezing over uitvaarttechnieken, ondersteund met veel afbeeldingen. De lezing wordt gehouden door Hans Kemperman en sluit aan bij de expositie ’’Dood in Dokkum: graven in de Bonifatius terp’’ die t/m maart te zien is in museum Dokkum.

Dhr. Kemperman uit Terherne was in zijn carrière o.a. prosector (voorsnijder, een ontleder van menselijke lichaam) bij een medische faculteit, betrokken bij lijkopgravingen en lichaamsidentificaties (o.a. de Bijlmerramp en de giframp in Bhopal).

Zijn lezing gaat over verschillende moderne uitvaarttechnieken zoals vriesdrogen en balseming en andere manieren om na het overlijden het menselijk lichaam te bewaren. Hij ondersteund zijn verhaal met veel afbeeldingen.

Het verhaal en afbeeldingen kunnen confronterend zijn.

Aanmelden verplicht i.v.m. beschikbare ruimte en catering. via het contactformulier of bellen naar: 0519 293134

Donderdag 29 januari om 20.00 uur bent u van harte welkom in het Hellingshûs, Zuiderbolwerk 79, Dokkum. De kosten zijn voor donateurs € 4,- voor anderen € 6,- (incl. koffie/thee en iets lekkers).

vrijdag 23 januari 2015

Symposium: Maritieme Geschiedenis van Harlingen

De Werkgroep Maritieme Geschiedenis van de Fryske Akademy organiseert op zaterdag 31 januari 2015 een symposium over Harlingen als zeehaven. Het wordt gehouden van 14.00-17.30 uur, met daarna, vanaf 18.00 uur, een stamppotbuffet.
Het symposium wordt gehouden in de Maritieme Academie Harlingen (Almenumerweg 1, 8861 KM Harlingen).
‘Zuiderhaven’, W.G.F. Jansen.
Foto: Collectie Gemeentemuseum
Het Hannemahuis, Harlingen
Harlingen heeft zich in de loop der eeuwen ontwikkeld tot de belangrijkste zeehaven van Friesland. Door de aanleg van de Harlinger Trekvaart - nu het Van Harinxmakanaal -kreeg het in feite de hele provincie als achterland.
De stad profiteerde in de Gouden Eeuw volop van de ligging aan de vaarroute naar wereldhaven Amsterdam, maar deelde na 1780 ook in de neergang van die stad. In de 19de eeuw werd Harlingen een belangrijke exporthaven voor Friese landbouwproducten als boter, pootaardappelen en stamboekvee.
De aanleg van de Willemshaven en de spoorlijn naar Leeuwarden wekten verwachtingen van verdere groei, die echter uitbleef. De crisis van de jaren 1880 gooide roet in het eten. Ook de uitbreiding van de haven in de jaren na 1975 bracht aanvankelijk geen groei, later wel.

Programma
13.30 uur ontvangst met koffie/thee
14.00 uur welkom en opening door Rob Leemans (voorzitter Werkgroep Maritieme Geschiedenis),
Arjen Mintjes (Maritieme Academie Harlingen) en Roel Sluiter (waarnemend burgemeester
Harlingen)
14.15 uur Yme Kuiper - ‘Handel in zeegezichten in 18de-eeuws Harlingen’
Jeanine Otten - ‘Zeil en stoom in de IJzeren Eeuw: 19de-eeuwse Harlinger reders’
Thea Roodhuyzen - ‘De Admiraliteit van Harlingen’
15.45 uur pauze met koffie/thee
16.00 uur Clé Lesger - ‘Harlingen en Amsterdam: havenfuncties in het Zuiderzeegebied’
Meindert Schroor - ‘Harlinger havens’
Gerald de Weerdt - ‘Nova Zembla Experience’
17.20 uur afsluiting met aansluitend borrel en vanaf 18.00 uur stamppotbuffet
De lezingen zijn in het Nederlands.

Toegang en opgave
Deelnemen aan het symposium kost slechts € 5.
De kosten voor het stamppotbuffet bedragen € 15.

Opgave voor het symposium en/of het stamppotbuffet kan tot en met vrijdag 23 januari 2015 bij de Fryske Akademy, via het mailadres: baly@fryske-akademy.nl. Graag duidelijk aangeven of u voor het symposium én het stamppotbuffet (wel of niet vegetarisch) komt of alleen voor het symposium.

woensdag 21 januari 2015

Tentoonstelling Pjutten en Beukers in Franeker een lust voor het oog

Afgelopen woensdag kwam het er eindelijk van. Op weg naar Leeuwarden voor een bijeenkomst van De Vrije Fries bracht ik een bezoek aan Museum Martena in Franeker. In goed gezelschap van Piet Bakker, gepromoveerd op de Friese kunstgeschiedenis in de Gouden Eeuw, bekeek ik de tentoonstelling over Friese kinderportretten tussen 1550 en 1800: Pjutten en Beukers.

Omdat we gelijk bij de opening om 11 uur binnenkwamen hadden we het rijk alleen. Al gauw kwam Manon Borst, directeur van het museum, even langs en discussieerden we over de diverse aspecten van de getoonde schilderijen, zoals familiewapens en signatuur.
Opvallend bij diverse schilderijen is dat de kleding van de kinderen soms vrij vlak is, wat volgens Bakker mogelijk wijst op de invloed van decoratieschilders op de compositie. Ofwel deze decoratieschilders schilderden alleen de kleding van de kinderen ofwel ze schilderden het geheel, naast hun reguliere werk in het schilderen van decoraties op wanden en meubelstukken.

Noordoost-Friesland is vrij goed vertegenwoordigd. Een van de meest levendige schilderijen is dat van de kinderen uit de rijke boerenfamilie Botma uit Morra.
En wat te denken van het prachtige schilderij van het jonge meisje Luts van Harinxma thoe Slooten, afkomstig van Huize Tjessens te Waaxens in Westdongeradeel, bij Holwerd.

Koopt u ook vooral het bijbehorende boek annex de catalogus Pjutten en Beukers, die onder redactie van curator Marjan Brouwer tot stand gekomen is.

Overigens is het museum druk bezig de collectie te digitaliseren. Een deel vindt u al online bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
Nu het Fries Museum nog!

zondag 18 januari 2015

Criminele Sententies Hof van Friesland 1649-1699

Op dit blog heb ik al een aantal keren gewezen op een bron die voor genealogen en streekhistorici van onschatbare waarde is. Het gaat hier om de dossiers bij Tresoar van de Criminele Sententies.
Sinds jaar en dag zijn van deze omvangrijke dossiers naamlijsten/indexen gemaakt, echter in digitale vorm alleen voor de periode 1700-1811.
Al voor deze digitalisering waren ware sneupers als R.S. Roarda, W.Tsj. Vleer en Han Hietkamp bezig om op basis van deze archiefbron de meest bijzondere verhalen met een breed publiek te delen middels hun publicaties.
Zo publiceerde R.S. Roarda namenlijsten en korte samenvattingen van de vergrijpen en veroordelingen in Nammen fan Dokkumers ut earder tiid, Criminele Sententies Kollumerland 1700-1811 , Criminele Sententies Dantumadeel en Achtkarspelen 1700-1811 en Achttiende eeuwse criminaliteit in de Friese Wouden. Een oudere bronbewerking van hem betreft de Rentmeestersrekeningen.

W.Tsj. Vleer publiceerde o.a. de boekjes uit de RAKO-reeks (Rare Kostgangers) met daarin Dokkum en omliggende gemeenten, Achtkarspelen, Opsterland en Smallingerland. Zijn zoon liet onlangs weten dat wellicht 1 of meerdere deeltjes binnenkort opnieuw uitgegeven gaan worden.

Han Hietkamp tenslotte was de auteur van Kerfstokjes van onze voorouders, met daarin vele voorbeelden uit onze regio.

Van recentere tijd is de database met criminele rolboeken bij Tresoar die de periode 1833-1934 beslaat.


Aangezien ik zelf graag de namenlijsten van Friese voorouders online publiceer richtte ik mij onlangs op de indexen op de Criminele Sententies van het Hof van Friesland die juist voor de al bekende periode 1700-1811 liggen. Ik wist nog dat er in de leeszaal van Tresoar een groen gekaft boek met kopieën in de kast moest staan van dergelijke lijsten. 
Toen ik recent toch in Leeuwarden moest zijn had ik even kort de tijd om foto's te maken. Al snel vond ik uit dat het de Nadere Toegang 14.09 betrof. 
Al doorbladerend zag ik dat eigenlijk alleen de periode 1649-1699 nog redelijk leesbaar is voor de gemiddelde sneuper. En aangezien ik ook niet veel tijd had, heb ik die periode fotografisch vastgelegd. Niet alle foto's zijn even scherp, maar hopelijk geeft het u genoeg inspiratie om op zoek te gaan naar een voorouder. En als u iets leuks vindt vraag dan het dossier op en schrijf er een artikel over! De volgorde is ogenschijnlijk wat vreemd maar gaat in tijdsperioden terug van 1692-1698 tot 1649-1666.
U kunt hier de namenlijsten, gealfabetiseerd op voornaam, online doorbladeren van:
Criminele Sententies Hof van Friesland 1649-1699.
Klikt u op de afbeeldingen voor een vergroting! Vervolgens met het wieltje op uw muis kunt u verder inzoomen.Veel beklaagden waren vrouw of kwamen van buiten Friesland zoals Amsterdam, Breda, Zwolle, Kampen of zelfs Praag.


Laat ons weten als u wat interessants vindt of een deel heeft getranscribeerd!

De Criminele Sententies gaan nog veel verder terug, tot wel 1516, want met wat meer inspanning in het archief kunt u zelfs vinden dat een Dokkumer in 1526 te pronk moest staan.

Verder vindt u via het Fries Foto-archief oude foto's van voorouders die vaak kleine misdaden als landloperij en diefstal pleegden, zoals bv deze Sippe Boukes Elzinga uit Oostdongeradeel, inclusief beschrijving in pdf van het vergrijp!

zaterdag 10 januari 2015

Roddelboeken: Quaclappen 1527-1620 prachtige bron voor Friese streekhistorie en genealogie

Tresoar heeft online een bron die bij vele sneupers nog onbekend is en daarom aandacht verdient. Zeker omdat het een periode beslaat die vaak een eeuw verder teruggaat in de tijd dan de meeste DTB boeken. Zo zou je dus toch voorouders kunnen vinden van wie je Doop, Trouw of Begraven niet meer kunt vinden. Want er staan prachtige zaken in deze bron. Het betreft hier de Quaclappen.

Volgens de overlevering werden de quaclappen (quaet clappen = kwaadspreken, roddelen) zo genoemd omdat ze aangeven welke raadsheren aanwezig waren bij de beraadslagingen over een vonniswijzing, en dus indirect ook welke raadsheren absent waren.

De oude archiefstukken zijn door onderzoeker Jan Post getranscribeerd en als database en pdf op de Tresoar website beschikbaar. Slechts het deel 1527-1591 is via een zoekveld doorzoekbaar. De latere delen zijn als pdf beschikbaar en vervolgens per stuk met Ctrl F te doorzoeken.
Zoeken in de jaren 1600-1620:
Enkele willekeurige voorbeelden met betrekking tot Noordoost-Friesland:
Adie Lambertsz, ‘It is mei sizzen net to dwaen’,
21 november 1601.
Syds van Scheltema als vomacht van Laas Jongema; His Feitsma als moeder en als wett.voorst van haar kinderen bij Hessel Meckmans.; Jacob Jacob als armvoogd binnen Dokkum,
Jan Jans .... Gerrijt Harmens en Mewis Jacobs Req. CONTRA De Magistraat van Dockinge. Het HOFF ord. partijen te compareren voor Hillema: Poincten; Wien de Fontein toekomt; en in wiens land die gelegen is. en of de stad Dokkum daertoe enich recht heeft; indien (ja?) door wat titel. Oft de Fontein limiten (?) genoempt als de westerse loten in de westzijden werden affgegraven en door wat oorsaken. Oft (door) het soute water de Fontein geheel bedorven is....; dan ofte sulks alleen geschied voor een vr... tijden?

Barbara Jans dr. wed wln. Mewis Jacobs als wett voortst v.d. knn bij de vs Mewis. te Dokkum. CONTRA Jelger van Feitsma raad en rentmr. generaal. EN Dirck Douwes en Jan Hendriks voormond over de weesknn van wln. Adie Lamberts. In factis. (Adie Lambertsz was vermoedelijk geboren in Kollum in 1521/22 en overleed te Leeuwarden in 1594. Koopman en burgemeester van Leeuwarden.)

328.
Andries Paulij wonende te Hantumhuizen vanwege Mock Tamme dr zijn huisvr. onder
verband van goederen en de rato caverende, mede recht hebbende van Tyepcke Tamme dr.
zijn huisvrouw. CONTRA Tseetse Peima voor zich en dr Jacob Bouricius en Sixtus Peima
als cur. over Beydske Peima en Worp Peima mede voor hen zelven. Het HOFF ord. de
gerequireerden te gehengen en te gedogen dat bij commissaris van den hove voorts anders
geprocedeerd wordt tot scheidinge van de partijen van de buitendijks landen, en aangevende
en de req. daarvan te laten volgen hen bij teatament toegemaakt, met schaden etc.
12 dec 1601.

330.
Taecke van Hettinga wonende tot Hantum; bijzitter W. Dongeradeel; CONTRA Jr. Worp
van Tyessens
. Het HOFF cond de gedaagde aan de impt te betalen ter zake van injuratien
de somma van 40 g.glds; absolverende de gedaagden van de vordere eis; en verklaart de impt
verder niet ontvangbaar.

Pier Johannes en Swaene Tyerks dr. e.l. te Aengium in Dongeradeel als cessie hebbende van
Folkert Tyerks en zijn huisvrouw. CONTRA Coene Hendriks voor hem en onder verband
van zijn goederen en de rato caverende voor Sijts Jacobs dr. zijn e.h. en Jacob Scheltis burger
te Dokkum. ... de ged. om aan de impt te betalen 53 g.gld met schaden etc. Reserverende de
gevoegde zijn recht bij nieuwe instantie.
398.

donderdag 8 januari 2015

Fries kaartenkabinet online met kaarten 15e tm 20e eeuw

Tresoar meldt in een persbericht:
Fries kaartenkabinet online.
7.000 Friese kaarten en bouwtekeningen nu online beschikbaar vanuit ‘Wurkje foar Fryslân

Vanaf vandaag is het Fries Kaartenkabinet beschikbaar. Het gaat hierbij om een website www.frieskaartenkabinet.nl) met bijna 7.000 kaarten en bouwtekeningen uit de vijftiende tot en met de twintigste eeuw uit de collectie van Tresoar. De nadruk ligt op materiaal uit de achttiende en negentiende eeuw. De collectie geeft een gedetailleerd en vaak verrassend beeld van de Friese dorpen, steden en landschappen in het verleden, maar is ook voor de huidige discussie over de inrichting van openbare ruimte, architectuur en landschap van groot belang. Het kabinet groeit naar zo’n 10.000 kaarten in 2015.

Het Fries Kaartenkabinet is het eerste zichtbare resultaat van het Deltaplan Digitalisering. In 2014 stelde de provincie Fryslân vanuit het project ‘Wurkje foar Fryslân’ 5 miljoen euro beschikbaar voor het digitaliseren en online presenteren van cultureel erfgoed uit de Friese erfgoedinstellingen. Het project draagt bij aan de creatie van het virtuele Fryslân dat in 2018 door iedereen, waar ook ter wereld bezocht kan worden. Het project levert niet alleen digitale informatie, maar in de komende jaren ook werkgelegenheid voor tientallen mensen. Vanaf februari komen alle projecten op gang en komt er steeds meer materiaal beschikbaar uit de musea en archieven, maar ook uit bijvoorbeeld de omvangrijke collectie van Omrop Fryslân.

Commentaar HZ: Een prima initiatief. Ik mis nog even de connectie met een eerder initiatief Friesland op de Kaart. Nu is daarin alleen materiaal over Friesland gekoppeld met Google Maps terwijl het Fries kaartenkabinet ook veel materiaal van buiten Friesland bevat.
Verder lijkt de aankondiging dat er in de loop van dit jaar steeds meer bij komt uit musea en archieven veelbelovend.
Maar dat heb ik al vaker gehoord. Tijdens de sluiting van het Fries Museum voor de huidige nieuwbouw zou ook een groot deel van de collectie digitaal beschikbaar worden gesteld. Daar is echter niks van terecht gekomen! Laat wat dat betreft het initiatief van het Rijksmuseum om de collectie in hoge resolutie online te zetten voor algemeen gebruik een lichtend voorbeeld wezen voor Friesland!
Overigens levert zoeken op het woord Dokkum in het Fries kaartenkabinet al diverse pareltjes op!

woensdag 7 januari 2015

De Franse kazerne te Anjum

De Leeuwarder Courant van 4 januari 1815 meldde de verkoop van 80 legerbedden in Anjum/Oostmahorn. Griffier A. van Slooten doet de aankondiging van de verkoop op drie plaatsen in de buurt van de oude Franse kazerne. Bij Jan Bakker, kastelein op Oostmahorn. Bij Taeke Pieters van der Herberg, kastelein te Anjum en Klaas Nauta, kastelein op de (Dokkumer) Nieuwezijlen.
Wat was er aan de hand?
In 1813 bevrijdden de Kozakken Noordoost-Friesland van de Fransen.

Links de voormalige Franse kazerne te Anjum
Uitgaande Stukken van de Maire te Anjum dd 19 november 1813.
Brief aan de prefekt van het departement van Vriesland: ik bericht u dat direct na het vertrekken van de douanes alhier door mij de nagelaten goederen in beslag zijn genomen en geïnventariseerd, tesamen met de twee visaken die werden gebruikt om over het wad te kruisen. Deze twee schepen zijn afkomstig van Urk (Durk Pieters Romkes) en van Ameland (Douwe Jacobs de Vries), de roeren zijn door mij in bewaring genomen. De kustkannonniers wilden hun wapenen neerleggen om naar huis te gaan omdat ze geen soldij meer kregen. Ik heb de sergeant en de korporaal en 4 of 5 man op kosten van de gemeente aangenomen om de batterij te bewaken tot ik nader order van u ontvang.

En dd 29 november 1813:
Brief aan H. van Sminia, waarnemend prefect van Friesland: ten gevolge van de proclamatie van Russisch Keizerlijke overste Rosen dd 22-11-1813 stuur ik u de opgave van goederen welke door de douanes in deze gemeente zijn achtergelaten en door mij in bewaring genomen, ook een opgave van Jan Engberts Botma op Ezumazijl van de goederen die bij hem in bewaring zijn genomen en eigendom van de weduwe van Vlieme Crepin te Duinkerken, verder vraag ik mij af of de goederen misschien publiek verkocht moeten worden of opgezonden naar een adres waardoor transportkosten nodig zijn: hoe te handelen? (afschrift gestuurd naar de commandant van het departement Friesland).

Hedentendage is de Kruitkelder uit 1810 in de dijk van Oostmahorn bij vakantiepark Ezonstad nog te bezichtigen.

vrijdag 2 januari 2015

Porselein met wapen De Wendt in Rijksmuseum

Het is altijd leuk om het nieuwe jaar te beginnen met een kleine 'ontdekking'. Ik was even met mijn zoon in het Rijksmuseum om nu eens de bibliotheek en het Azië-paviljoen te bekijken. Het is ondoenlijk om het museum in een keer geheel te bekijken dus is het wel zo leuk om per bezoek, zeker als je een museumkaart hebt, een klein deel wat beter te bekijken.
Om de prachtige historische Cuypersbibliotheek, met uiteraard veel boeken en tijdschriften over kunstgeschiedenis, te bereiken moet je via de Waterloo-zaal lopen. Niet alleen hangt daar een immens schilderij van de Slag bij Waterloo die nota bene groter is dan de Nachtwacht, maar ook onze Friese kunstschilder uit Augustinusga, Willem Bartel van der Kooi is met een aantal prachtschilderijen prominent daar recht tegenover te zien op zaal. Naast elkaar hangen De Minnebrief (1808) en Het gestoorde pianospel, uit 1813. Het museum vermeldt bij de kinderen op het schilderij met de piano dat niet bekend is wie zijn afgebeeld, maar ik vind het jongetje rechts wel erg op de zoon van Van der Kooi, Haije (geboren in 1807) lijken. Zijn portret is momenteel te zien op de tentoonstelling in Museum Martena, Pjutten en Beukers.

Het Azië-paviljoen ligt wat verstopt bij de vernieuwde Philipsvleugel van het museum en heeft nog een groot deel dat met een lange trap naar beneden leidt. En ik had nog nauwelijks de eerste vitrine bekeken of mijn oog viel op een porseleinen theebus met familiewapen. Die kwam me bekend voor. Uit het vrij uitgebreide bijschrift bleek echter niet van welke familie dit was. Ik vermoedde dat het van de familie De Wendt was, een gedachte die bij thuiskomst bevestigd werd. Al snel vond ik namelijk de website van ons lid Tymen Wierstra die diverse stukken porselein, zogenaamd Chine de Commande, toont met het wapen van de familie van Eyso de Wendt, de Kollumer koopman die in de Oost via de VOC rijkdom vergaarde. Zelfs een theebus (dezelfde?) staat afgebeeld.
Blijkens de vermelding van de theebus in de online collectie van het Rijksmuseum weten ze trouwens zelf ook wel dat dit een De Wendt stuk is. Jammer dat ze dat niet vermelden in het bijschrift in de vitrine.

Update: De afbeelding heeft niet alleen het familiewapen maar ook, niet geheel toevallig, cartouches met bloeiende (pioen)planten in Chinese stijl. De Wendt had aandelen in de Amfioensocieteit, ofwel de opiumhandel. Eigenlijk uit de papaver van de klaproos dus.
Piet Visser reageerde met: Langzamerhand wordt wel duidelijk dat Eyso de Wendt een volledig servies heeft laten maken. Hij hield ook niet van halve maatregelen, getuige wat hij in Kollum heeft laten aanleggen. Een park bij zijn huis tot aan de Strooboschertrekvaart en een robuuste bank in de kerk. Dat zijn familie na zijn overlijden een rouwbord heeft laten maken van buitennormale afmetingen past daar eveneens bij. Overigens wellicht ter compensatie van een fraaie grafsteen die men zou verwachten. Een zerk ter herinnering aan hem boven de grafkelder ontbreekt.

Het is bekend dat enkele kisten met het De Wendt servies aan boord waren van de Geldermalsen, een VOC-schip dat verging op de retourreis naar patria.
De commerciële duiker Mike Hatcher dook het wrak op en schonk een deel van de lading aan het Groninger Museum. Deze collectie wordt ook wel de Nanking Cargo genoemd.

zondag 28 december 2014

Friese dame Baard in Indiaas museum

In het boek VOC in India van sneuper Bauke van der Pol staan diverse Friezen vermeld. De
Dokkumer gebroeders Canter Visscher, over wie hij apart Mallabaarse Brieven publiceerde, komen prominent in het boek voor. Het Rijksmuseum heeft vele afbeeldingen, afkomstig van Adrianus Canter Visscher.
In India is nog een enorm grafmonument bewaard van Tammerus Canter Visscher. Tammerus was ‘secunde’, de tweede man, van het VOC-gewest Bengalen.
Van der Pol noemt ook anderen.
Zo komen in Indiase musea werken voor van Friese kunstschilders, zoals (mogelijk) Wybrand de Geest. In het Baroda Museum Vadodara Gujarat zou een schilderij moeten hangen van een Friese dame uit circa 1630 die een familiewapen toont dat vermoedelijk tot de familie Baard behoort (en gezien de molensteenkraag misschien nog iets eerder te dateren is).
Ook heeft ze naast zich op tafel een prachtige familiebijbel met weelderig zilverwerk
Kijk voor het familiewapen de online database met Friese familiewapens van Hessel de Walle er maar op na: de halve Friese adelaar en drie sterren, gescheiden door een wassenaar (halve maan) komt voor op diverse voorwerpen van de familie Baard rond 1600, zoals grafstenen en lepels.
De Stichting Cultuur Inventarisatie heeft over de schilderijen in India een uitgebreid rapport opgesteld en scans met beschrijvingen gemaakt.
Maar welke dame uit de familie Baard is het precies? Of komt ze toch uit een andere Friese familie?

woensdag 24 december 2014

Liefdesbrieven uit Feitsma-archief over Eerste Wereldoorlog

Het blad voor Vrienden van Tresoar, genaamd Letterhoeke, meldt in een artikel van Ids de Jong dat uit de nalatenschap van oud-hoogleraar Frysk aan de VU in Amsterdam, Tony Feitsma (1928-2009) vele brieven zijn geschonken.

De brieven bevatten de correspondentie tussen Sytske Bierma en haar vriend Durk Feitsma tijdens de Eerste Wereldoorlog.
Durk was tijdens WO1 gelegerd in Fort Vuren, bij Gorinchem. Zowel de brieven van Sytske aan Durk als de retourbrieven zijn bewaard gebleven en nu in de collectie van Tresoar.
Ook zit er een fotoalbum bij met afbeeldingen van Brantgum, waar Tony Feitsma geboren werd. Het materiaal is geschonken door het echtpaar Piet en Bea Jellema-Visser uit Nieuwe Niedorp.
Zie ook het online Feitsma Fuuns fwar it Frysk.
Wellicht mooi bronmateriaal voor onze Eerste Wereldoorlog-expert Kees Bangma!

dinsdag 23 december 2014

11en30 NGV Friesland met themanummer Criminele Voorouders

Mededelingenblad 11en30 nummer 77, jaargang 20, januari 2015 van NGV Friesland is een themanummer over Criminele Voorouders.

Tresoar heeft prachtige dossiers van de Criminele Sententies die zeer interessant zijn voor genealogen. Zie voor een index van het Hof van Friesland 1700-1811 ons overzicht met namen.
Zie ook bv Criminaliteit in Kollumerland of Criminaliteit in Dantumadeel.

Inhoudsopgave:
- Tseard Bakker (1863-1943), in rimpen mantsje ut de Walden.
- Roelof Franses crimineel?
- Jan de Boer, tussen crimineel en kansloze.
- De ouders van Maria Catharina Piron.
- Een dappere vrouw met veel pech?
- De vader verbleef in het tuchthuis. Wytze Jeens.
- Criminele voorouder. Taeke Brandts, Surhuisterveen.
- Criminele gein. Jacob Noordstra, Elias Hommes en Andries Doem/Daum.
- Bernardus A.A. Geestman in tweevoud.
- De vagebond en de bigamiste, Klaas Davids en Saakje Alberts (Stiens).
- Zo woonde Jan Nannes (Workum), met dank aan Claas Claasens (Marrum), kleine crimineel.

zondag 21 december 2014

Monumentenroute langs 24 historische panden in Kollum

Zaterdag 13 december om 10:00 uur opende wethouder Jelle Boerema samen met burgemeester Bearn Bilker (beide lid van onze vereniging) de Monumentenroute langs vierentwintig historische panden in Kollum.

De opening vond plaats bij de Oudheidkamer, Eyso de Wendtstraat 9 te Kollum. Het gemeentebestuur van Kollumerland c.a. heeft een route laten ontwikkelen, waarbij de inwoners en bezoekers extra worden geattendeerd op de vele rijksmonumenten en de geschiedenis van Kollum. Dit project is gerealiseerd met financiële steun van de Provincie Fryslân.

Wandeling
Na de officiële opening werden alle belangstellenden uitgenodigd om onder deskundige leiding van architect Broor Adema een wandeling langs de bijzondere gebouwen in Kollum te maken. Het bureau Loft ruimtelijke ontwikkeling en Adema Architecten hebben de rijke historie van Kollum onder de aandacht gebracht door een historische wandelroute in Kollum te ontwikkelen. Een route bedoeld voor de eigen inwoners, bezoekers, toeristen en liefhebbers van architectuur, cultuur en historie. Dit hebben zij gedaan in samenwerking met de stichting Erfgoed Kollumerland, ondernemersvereniging HIM, Plaatselijk Belang Kollum en de gemeente. Doel is de historie leefbaar te houden, de rijksmonumenten onder de aandacht te brengen en ook om meer bezoekers naar het centrum te trekken.
 
Monumentenroute
De monumentenroute voert de bezoekers langs de eeuwenoude geschiedenis van Kollum. Op ieder monumentaal pand is een plaquette (overzichtsbord) bevestigd met  hierop historische informatie over het gebouw en/of een aanduiding van de bijzondere eigenschappen. Ook is op deze wijze aandacht besteedt aan de Wallen en het voormalige Rechthuis in Kollum.

Kollum, een stukje geschiedenis
“Kollum is een dorp met een rijke geschiedenis en monumentale gebouwen. De historische dorpskern van Kollum is goed bewaard gebleven en samen met de diverse monumentale gebouwen lijkt het alsof de tijd hier heeft stilgestaan. Een stukje geschiedenis, maar zeker geen museum. Het bruist hier van de levendigheid!”
U kunt de historische wandelroute Kollum als pdf downloaden.

maandag 15 december 2014

Vrije Fries 2014, nummer 94, met Wybrand de Geest, Abraham Ferwerda, Wopke Eekhoff en Heringastate

Van de redactie Vrije Fries:
De snelle veranderingen in het Friese landschap tijdens de laatste decennia blijven de gemoederen bezig houden. In De Vrije Fries van 2010 verwoordde Goffe Jensma zijn visie op dit thema. Zijn boodschap was dat de Friese gemeenschap een eigentijdse visie op het ‘Frysk eigene’ dient te ontwikkelen. Jensma’s beschouwing, getiteld ‘Plat land, diepe geschiedenis: Friesland als trauma’, was voor het Fries Genootschap aanleiding tot het organiseren van een symposium op 23 november 2012. De toen gestelde vraag was of Fryslân het jaar 2034 zal halen. Een van de sprekers, Geert Mak, verkondigde daarna zijn opvattingen ook elders. In het Friesch Dagblad van 30 april 2013 verscheen bijvoorbeeld zijn tekst van een eerder in Wommels gehouden toespraak, met de intrigerende kop: ‘Het Friese landschap interesseert ons geen bal’, gevolgd door de lead: ‘Fryslân bevindt zich in een identiteitscrisis. De bouwsels op het platteland zijn daar een voorbeeld van.’
Wat is nu de stand van zaken en hoe hoog is de nood? Ook al verandert het Friese landschap snel, toch ook weer niet zo vlug dat het geen geschikt onderwerp is voor voortgaand debat in een jaarboek. Voor deze aflevering van De Vrije Fries vonden wij Geert Mak bereid om opnieuw aan te geven hoe hij denkt over de landschappelijke transformatie van Fryslân.
Maks openingsessay wordt in het eerste deel van dit jaarboek gevolgd door een vijftal, chronologisch gerangschikte artikelen over uiteenlopende onderwerpen. In hun artikel ‘All Change’ onderzoeken Marcus Roxburgh, Hans Huisman en Bertil van Os de mogelijkheden van materiaalanalyse met een XRF-scanner om meer te weten te komen over de mogelijke organisatie van broche-productie in vroegmiddeleeuws Fryslân. Zij analyseren de koperlegering van 600 broches en bekijken de veranderingen in de samenstelling van het metaal door de tijd heen. Hiermee komen zij tot een idee over de productie-organisatie en toekomstige onderzoeksmogelijkheden.
Suzanne Rus geeft vervolgens betekenis aan het album amicorum van Wybrand de Geest, Fryslâns bekendste schilder uit de Gouden Eeuw. Vanaf 1611 liet De Geest dit vriendenboek negen jaar lang invullen met allerlei persoonlijke teksten, heraldiek en tekeningen. Dit vond plaats tijdens zijn reis naar Utrecht en Rome, voordat hij zich weer in Leeuwarden vestigde. Alleen al door de verscheidenheid aan bijdragen betreft het een uniek document.
De uitgever Abraham Ferwerda is vooral bekend als founding father van de Leeuwarder Courant in 1752. Matthijs Droog onderzocht echter de andere uitgaven in het fonds van deze Leeuwarder ‘pommerant’. Hij toont onder meer aan dat er heel wat meer publicaties van Ferwerda’s persen rolden dan de eerst wekelijkse en later tweewekelijkse edities van Fryslâns oudste krant.
Volgens hem had er dan ook allang in Leeuwarden een straat naar Ferwerda vernoemd moeten zijn.
Ben Broos brengt ons daarna via Wopke Eekhoff bij de beroemdste Nederlandse schilder uit de Gouden Eeuw, Rembrandt van Rijn, of beter gezegd bij diens echtgenote Saskia Uylenburgh. Zij was een achternicht van Hendrickje Uylenburgh, de vrouw van de al genoemde Wybrand de Geest. Een kleine wereld dus, waarvan men zou denken dat de genealogische verhoudingen bekend bleven in het publieke domein. Toch raakte Saskia als echtgenote van Rembrandt in de vergetelheid, totdat Eekhoff haar in de negentiende eeuw weer op de juiste plek zette. Hiertoe was hij in staat doordat hij een identificerende notitie aantrof in het album amicorum van de Friese jurist Rombertus Ockema.
Aan het eind van het eerste deel in dit jaarboek vraagt Gunar Boon zich af of de verbouwing van Heringastate in Marsum, beter bekend als het Poptaslot, in het begin van de twintigste eeuw een restauratie of reconstructie was. Vanwege verzakking van de state werd destijds de architect Johan F.L. Frowein, een leerling van Pierre Cuypers, aangetrokken. Froweins beslissingen en activiteiten moeten volgens Boon getypeerd worden als ‘historiserende reconstructie’.
De tweede helft van deze aflevering staat in het teken van de Beneficiaalboeken uit 1543. Van deze uitzonderlijke bron met allerhande gegevens over inkomsten uit geestelijk bezit verscheen vorig jaar een nieuwe, ook digitaal doorzoekbare editie, bezorgd door Peter van der Meer en Hans Mol. Deze uitgave werd op 18 oktober 2013 gepresenteerd tijdens een studiedag van de Fryske Akademy. Acht sprekers bogen zich toen over de vraag hoe deze bron in historisch en taalkundig onderzoek benut kan worden. Zij werkten hun voordrachten om in artikelen, die wij in samenwerking met de bezorgers van de broneditie redigeerden. Voor nadere introductie verwijzen we hier naar de inleiding van Mol en Van der Meer die vooraf gaat aan de acht artikelen. Een aankondiging van deze bijdragen over de Benificaalboeken stond al in het afgelopen septembernummer van Fryslân, het andere blad dat onder auspiciën van het Frysk Genoatskip verschijnt. Met de redactie van dit tijdschrift spraken wij de wens uit de banden aan te halen en in de toekomst meer gezamenlijk te opereren waar dit mogelijk is.
Als redactie namen wij in het voorjaar afscheid van Ernst Taayke. We bedanken hem hartelijk voor al zijn inbreng sinds zijn aantreden in 2009, in het bijzonder voor de archeologische kronieken die hij steeds energiek samenstelde. Hoewel afwezig in deze aflevering betekent zijn vertrek niet het einde van de archeologische kroniek in De Vrije Fries. Het gemis van Ernst Taayke werd dit jaar gecompenseerd door de komst van Marijn Molema in de redactie, eerder dit jaar benoemd als historicus voor de negentiende en twintigste eeuw aan de Fryske Akademy.

Inhoud
Van de redactie, 7
ESSAY
  • Geert Mak, Het Friese landschap: geen trauma maar een open wond, 9
BIJDRAGEN
  • Marcus Roxburgh, Hans Huisman, Bertil van Os, All change: The end of a metalworking tradition in Dark Age Frisia, 19
  • Suzanne Rus, Het album amicorum van Wybrand de Geest, Een uniek reisdocument, 31
  • Matthijs Droog, Drukwerk voor iedereen. Het fonds van de Leeuwarder uitgever Abraham Ferwerda (1716-1783), 61
  • Ben Broos, Wopke Eekhoff en ‘de ontdekking’ van Saskia Uylenburgh als de vrouw van Rembrandt, 85
  • Gunar R. Boon, De verbouwing van Heringastate in Marsum, 1906-1912, Restauratie of reconstructie?, 107

THEMA: STUDIES OVER DE BENEFICIAALBOEKEN VAN 1543
  • J.A. (Hans) Mol en Peter van der Meer, Inleiding, 129
  • Paul Noomen, Enkele lijnen in de ontwikkeling van het parochiewezen in Oostergo, 133
  • Jan Kuys, Vrijgesteld maar vaak ook niet, Belasting op kerkelijke inkomens in het laatmiddeleeuwse bisdom Utrecht, 147
  • J.A. (Hans) Mol, Het inkomen van zielzorgers in Friesland, 1511-1543 . 165
  • Otto Roemeling, De geestelijken van 1543: cijfers over studie en afkomst . 175
  • Henk Bloemhoff, Nedersaksische elementen in de Stellingwerver Beneficiaalboekteksten 183
  • Karel. F. Gildemacher, Het Friese landschap volgens de toponiemen in de Beneficiaalboeken 201
  • Philippus H. Breuker, De hemrik lokalisatie, datering en betekenisontwikkeling 229
  • Merijn Knibbe, De kerk, de staat en het vredesdividend, De pachtopbrengsten van kerkelijke goederen in Friesland, 1511-1543, 251
  • Dennis Worst, Hooi halen stroomafwaarts. Het belang van hooiwinning voor de veenboeren in Zuidoost-Friesland, 279
  • Geraadpleegd materiaal bij de thematische bijdragen, 299
  • Jaarverslag Koninklijk Fries Genootschap over 2013, 313
  • Over de auteurs, 317
Ook lid worden van het Koninklijk Genootschap voor Geschiedenis en Cultuur, en daarmee de Vrije Fries en tijdschrift Fryslan ontvangen? Meldt u nu aan via het online Lidmaatschapsformulier.

zaterdag 13 december 2014

Gen.magazine CBG december 2014 met focus op België

Het Centraal Bureau voor Genealogie meldt een nieuw nummer van het kwartaalblad Gen.magazine
Het thematisch dossier is deze keer gewijd aan België, buurland met een rijke genealogische traditie. In twee bijdragen kunt u lezen over oudheidkundigen en wapenkoningen uit het ancien régime, die hun stambomen soms met hele verzinsels en halve waarheden opstelden. Het dossier bevat ook artikelen over het meer recente verleden. Bijvoorbeeld over de vele Belgen die tijdens WO I op de vlucht in Nederland terecht kwamen, en het verhaal over de Belgische emigranten naar de Nieuwe Wereld dat verteld wordt in het Red Star Line Museum.
Inhoudsopgave:

Helden en veteranen van Waterloo
In juni 2015 is het tweehonderd jaar geleden dat Napoleon bij Waterloo definitief werd verslagen.
Militair historicus Louis Sloos vertelt over de Nederlandse helden en veteranen van deze slag.

Lutske Wester
Friesland heeft een lange traditie als het gaat om schaatswedstrijden of hardrijderijen. Lutske Wester uit Eernewoude was met afstand de beste hardrijdster van haar tijd en won maar liefst 43 wedstrijden. Ron Couwenhoven vertelt het hele verhaal.

In het kielzog van Bestevaêr
Op 29 januari komt de film Michiel de Ruyter van regisseur Roel Reiné in de bioscoop. De film belooft een historisch epos te worden over de bekendste zeeheld van de Gouden Eeuw. Otto van der Meij sprak met nazaat en ondernemer Frits de Ruyter de Wildt, voorzitter van de stichting die de nagedachtenis van de admiraal wil bevorderen.

Verborgen in het DNA
Een grootschalig genetisch en genealogisch project in België toont aan dat veel genealogen er belang bij hebben om genetische gegevens te koppelen aan hun stamboomonderzoek. Evolutionair geneticus Maarten Larmuseau legt uit waarom.

Doodstraf voor een stamboomvervalser
In 1722 werd in Gent de stamboomvervalser Cornelis van Bourgoigne terechtgesteld. Deze talentvolle schrijfkunstenaar vervalste genealogische bewijzen om er zelf financieel beter van te worden. Maarten van Bourgondiën (géén familie) deed onderzoek naar zijn ‘schaedelycke misdaeden’.

Belgen in Amerika
Tussen 1820 en 1975 emigreerden ongeveer tweehonderdduizend Belgen naar Amerika. Veel landverhuizers reisden met de Red Star Line. In oktober vorig jaar ging in Antwerpen het Red Star Line Museum van start. Het museum toont de verhalen van de Belgische migranten. Marie-Charlotte Le Bailly en Lien Vloeberghs, medewerkers van het museum, zijn steeds op zoek naar verhalen van migranten die met Red Star Line de grote oversteek maakten.

Overige artikelen In het Dossier:
Nakomelingen van Belgische vluchtelingen. Een eeuw later, door Rob Wolf
De valstrikken van de oude Belgen, door Jan Caluwaerts
De Grote Oorlog in een Hollands dorp. De opvang van Belgische vluchtelingen in Lisse, door Laura Bemelman

Verder zoals gebruikelijk in Gen. ook de rubrieken Nieuws, Gesignaleerd, NostalGen., CBG weet raad, Portret & Verhaal (van het RKD), Armoriaal, Kijk op Bronnen en de vaste columns Memo, Digitaal, Vernoeming, Vrouwen en kinderen eerst en @EricHennekam.

vrijdag 12 december 2014

De Sneuper 116, december 2014, met Foudgum, schilderijen en mobilisatie 1914

Het winternummer van ons verenigingsblad De Sneuper, nummer 116, heeft een prachtige coverfoto van een groep soldaten uit Noordoost-Friesland die tijdens de Eerste Wereldoorlog in Brabant gemobiliseerd waren. Wederom schrijft Kees Bangma een meeslepend verhaal over dit onderwerp.
Jaap Heeringa neemt ons mee naar het kleine terpdorpje Foudgum en laat het boeiende historische centrum zien.
Over de verwer/schilder Ruwersma schreef Hans Zijlstra een inventariserend verhaal waarin enkele van diens schilderijen voor het voetlicht gebracht worden. O.a. een zeer bijzonder genealogisch waterverfschilderij en een schoorsteenstuk worden besproken en getoond. De vraag is of er nog meer werken bekend zijn bij onze leden of verzamelaars.
In het beeldrijke nummer ook een interessant maar treurig verhaal over dominee Pybo Talma, een rouwbrief uit 1774 en een verwantschapsreeks.
Onze vaste rubrieken staan weer vol met onderhoudende verhalen en verrassende foto's.

Zo is De Sneuper 116 weer gevuld met voor elk wat wils en gevarieerde artikelen, waar de volgende keer misschien ook uw onderzoek of tekst tussen kan staan. Want wij blijven afhankelijk van de kopij van onze leden. Stuur dus vooral uw bijdrage in!
Dat en nog veel meer in dit najaarsnummer van De Sneuper dat binnenkort bij de leden op de mat valt (en u kunt ook een digitale versie als gratis extra krijgen!):

Inhoudsopgave:
HISTORIE & STREEKGESCHIEDENIS
- Noordoostfriezen bij mobilisatie in 1914, Kees Bangma
- Historische centrum Foudgum, Jaap Heeringa
- Schilder Wessel Pieters Ruwersma, Hans Zijlstra

GENEALOGIE & FAMILIEGESCHIEDENIS
- Dit zijn rampvol leven, Pybo Talma, Sylvia Binch-Talma
- Een rouwbrief uit 1774, Hans Zijlstra
- Twee portretten en een diploma, Albert Stol/Hans Zijlstra

- Verwant aan Jan Ritskes Kloosterman, Mattie Bruining
RUBRIEKEN & COLUMNS
- COLUMN: Je mutte mar hoare...,Ale Hansma

- De koffer van Mathilde: Volkenkunde in Ludwigs foto-album, Hilda Bouta
- HERALDIEK: stadswapens van Dokkum 2, Rudolf Broersma

- Diaconierekeningen: Bosck sonder boomen, Piet de Haan
DIGITAAL, ACTUEEL & VARIA
- Digitaal verhaal: Scans en databases, Hans Zijlstra

- Ingeboekt: De oorlog een gezicht gegeven, deel 3 (Dokkum), Warner B. Banga

Op de Praatstoel 2: verhalen uit NOF. Bestel dit fantastische boek (leuk als kadootje)! Slechts 20 euro voor ruim 400 pagina's hardcover (plus verzendkosten 6,75 ivm dikte boek. Af te halen in Dokkum, Oosternijkerk en Amsterdam zonder verzendkosten).
 
Wilt u ook meegenieten van de interessante verhalen uit onze regio, dan kunt u zich eenvoudig aanmelden als lid (slechts 15 euro per jaar) via dit online formulier. 

donderdag 4 december 2014

Jan Jellema over vroege genealogie en geologie van Friesland, bij NGV

Zaterdag 13 december 2014. Lezing door Jan Jellema:
VROEGE GENEALOGIE EN GEOLOGIE VAN FRIESLAND

Helaas is het aantal geschreven teksten uit de Middeleeuwen minimaal. Elke stamboom bestaat uit enkele feiten en veel gissingen. De logische opeenvolging van woonplaatsen van families kan iets ondersteund worden door nieuwe inzichten van de GEO-logische ontwikkeling van Friesland in de Middeleeuwen. Van de meeste terpen is bekend hoe oud ze zijn en hoe de Friese migratie is verlopen. Mijn belangstelling gaat uit naar de landschappelijke en culturele ontwikkeling van Friesland in de eerste duizend jaar.
 
Jan Jellema, geboren in Harlingen, studeerde Waterbouwkunde in Delft. Eerste tien jaar in het buitenland, stedelijk en landelijk drinkwaterprojecten gebouwd en opgezet. Daarna als manager IT bij de Rijksoverheid gewerkt en voor zijn pensionering Europese IT-projecten gedaan voor de geologie bij TNO. - Hij vertelt: “Helaas ben ik een belabberde stamboomonderzoeker/genealoog. Ik ben ongeschikt voor archiefonderzoek. Maar ik ben vol bewondering voor de echte onderzoekers en verwerk elk advies en elke opmerking, met als doel een achtergrondbestand te krijgen voor query's en verdere studie.”

Enkele stellingen:
Het hart van Friesland ligt bij Wommels - Friese herenboeren zijn hoogstaande ondernemers – De familie-naam is méér dan identificatie - Migranten uit Friesland zijn terug te vinden van de Far Oer tot Zwitserland.

Na afloop van de lezing is tot 5 uur gelegenheid voor informatie-uitwisseling. Het zou leuk zijn als iedereen zijn eigen genealogie, kwartierstaat, foto’s en andere gegevens zou meenemen, in de computer of op papier, om er een gezellige middag van te maken.

Leden van de NGV Friesland en belangstellenden zijn van harte welkom op deze bijeenkomsten!

De lokatie is het HISTORISCH CENTRUM LEEUWARDEN, bij de Prinsentuin.
Aanvang 13.30 uur. Toegang is vrij. Parkeren kunt u in de parkeergarage Oldehove.

dinsdag 2 december 2014

Bloemlezing uit de brieven van rector Reinerus Neuhusius (1608-1679)

Reinerus Neuhusius (1608-1679) studeerde in Franeker en werd daarna rector van de Latijnse school in Harlingen. In 1638 werd hij rector in Alkmaar,waar hij zijn school tot grote bloei bracht. De eraan verbonden kostschool trok leerlingen van heinde en ver: veel Friese adellijke families stuurden hun zonen er naar toe. Reinerus beschikte over een groot netwerk, zowel in Friesland als in Holland, en hechtte daaraan kennelijk veel waarde. Hij zorgde zelf voor de uitgave van achthonderd eigen brieven, en daarbij 121 van anderen, alle in het Latijn.

Uit deze grote verzameling zijn voor deze bloemlezing 28 brieven met zorg gekozen, onderverdeeld in de volgende categorieën: landelijke coryfeeën, hoogleraren van de Franeker universiteit, Friese notabelen, familieleden en leden van de Friese adel, de ‘nomenclatura’, zoals Reinerus ze zelf noemde. Als bijlagen bij de brieven werden soms verzen verzonden, gelegenheidsgedichten bij het verschijnen van een nieuw boek, of rouwverzen. Hiervan zijn een aantal ook gepubliceerd, met zowel de Latijnse tekst als een vertaling.

De brieven worden voorafgegaan door een uitvoerige biografische inleiding, een studie over Reinerus’ werkwijze als correspondent, een alfabetische lijst van alle correspondenten, een bibliografie van het werk van Reinerus en een bibliografie van literatuur over hem. Tenslotte volgt een beschouwing over Reinerus’ bibliotheek, waarvan de auctiecatalogus bewaard is gebleven.

SYBREN SYBRANDY, eertijds verbonden aan de Universiteitsbibliotheek van de Rijksuniversiteit Groningen, is classicus en lid van de Fryske Akademy.
PITER VAN TUINEN, oud-rector van het Christelijk Gymnasium te Utrecht, is classicus en expert op het gebied van Latijnse scholen in Friesland.
 
Geldzucht en godsvrucht, Bloemlezing uit de brieven van rector Reinerus Neuhusius (1608-1679)
ingenaaid / ca. 200 pagina's / zwartwit
15,5 x 23 cm / € 19,50 / NUR 616 /
ISBN 978-90-6273-895-3 / Opmaak Jan Tiemersma
Verschijning begin december.
Te koop bij de Afûkwinkel, via www.afuk.nl en op het Fryske Filologekongres.

donderdag 27 november 2014

Nieuw boek Warner Banga over geschiedenis van molen Windlust te Burum

Deels overgenomen (met toestemming) van artikel Johanna Kommerie-Gercama in de Streekkrant Friesland

Het was niet de eerste keer dat Banga een boek samenstelde over molens. In 2010 publiceerde hij het boek “Jim mutte komme: ut waait!” over de bijna honderd molens die de gemeente Dongeradeel ooit rijk was. Aan dat boek werkte hij elf jaar. Voor het boek over molen Windlust had hij minder tijd nodig, ruim anderhalf jaar. 'Ik ben jarenlang bestuurslid geweest van de Stichting Monumentenbehoud Dongeradeel. Deze stichting heeft in Dongeradeel 26 kerktorens en 7 molens in haar beheer. Zo kwam ik aanraking met molens. Vanaf de eerste keer dat ik een molen instapte kreeg ik 'een klap van de molen'. Molens zijn levendige monumenten. Het kraakt, het piept, het ruikt, het draait, het leeft! Nadat ik het boek over de molens en molenaars in Dongeradeel klaar had, heb ik een jaar nagedacht over wat het volgende project ging worden. Ik heb toen het plan opgevat om een boek te maken over de molens op Ameland en was daar ook al mee begonnen. Maar toen brandde Windlust af. Dat zou de plannen flink gaan veranderen.' Banga had in een eerder stadium het molenarchief van Kollumer Willem Entrop overgenomen, waarin ook een hoop informatie over Windlust te vinden was. Met Franc Hylkema van de gemeente Kollumerland c.a. sprak ik over het idee om een klein boekje te maken voor wanneer Windlust heropend zou worden. Hij bracht me in contact met Jacqueline Brauwers van Stichting Erfgoed Kollumerland en Nieuwkruisland. Met haar besprak ik wat we zouden kunnen doen voor een boekje. Dat is uiteindelijk wat uit de hand gelopen. Inmiddels is het een hardcover boek van 200 pagina's geworden in fullcolour!' lacht Banga.

Voor het boek deed Banga samen met Piet de Haan van de Historische Vereniging Noordoost-Friesland, die goed is in genealogie, uitvoerig onderzoek naar de geschiedenis van de molen in Burum en zijn molenaars. Verschillende woensdagmiddagen zat het duo in het archief in het gemeentehuis in Kollum. Verder interviewde Banga betrokken Burumers over de molen. 'Het allereerste interview deed ik met Gerrit Bremer, oud-molenaar van Windlust. Hij is inmiddels 84 jaar, maar kon me van alles vertellen over hoe de molen was toen deze nog zijn originele functie had. Willem Kloppenburg, een rasechte Burumer, lijfde mij vervolgens in in de geschiedenis van zijn dorp. Hij nam mij mee naar mensen die in plakboeken uniek beeldmateriaal hadden. Veel Burumers gaven mij hun foto's zo in bruikleen mee om in te scannen, waardoor het boek een hoop uniek beeldmateriaal heeft.'

Ook met de vier huidige molenaars van Windlust, Meindert Broersma, Pieter Anko de Vries, Marco Hiemstra en Tjerk van der Veen, hield Banga interviews. 'Dat waren soms hele emotionele gesprekken. Alle vier zijn ze enorm blij met dat de molen in ere hersteld wordt, maar de molen zoals die was, krijgen ze nooit meer terug. In de oude molen waren bijvoorbeeld een hoop inscripties, wat echt een traditie is onder molenaars. Deze komen nooit terug. ‘Eén van de molenaars huilde tijdens ons gesprek, omdat dit stuk geschiedenis nooit weer terug kan komen. Dat was een waardevolle kijk in het privéleven van de molenaar en dat maakte het ook een bijzonder gesprek.' Naast emotionele verhalen kreeg Banga uit Burum ook een hoop andere bijzondere verhalen. 'De brand in 2012 was natuurlijk een regelrechte ramp, maar veel Burumers vertelden dat het een wonder was dat er niet al eerder brand was geweest in de molen. Veel mensen zeiden dat ze vroeger wel stiekem hadden gerookt op zolder. Het was eigenlijk dom geluk dat er nooit eerder iets gebeurd was.'

Tijdens het onderzoek van Banga naar de molen kwam hij achter veel leuke wetenswaardigheden. Zo ontdekte hij waar nou eigenlijk de naam 'Windlust' vandaan kwam. Deze naam bleek al veel eerder te zijn gebruikt dan tot voor kort werd aangenomen. Ook Reinder Dirks Hamming, een molenaar die een belangrijke rol had gespeeld in de kerkelijke Afscheiding in de 19e eeuw, is een naam die Banga niet snel zal vergeten. 'Ik heb heel lang gezocht naar wat er verder met hem was gebeurd. Op een gegeven moment was er niets meer over hem te vinden. Uiteindelijk kwam ik erachter dat hij naar Dokkum is verhuisd en daar ook is overleden. Hij blijkt tegenover mijn huis op de dwinger te zijn begraven!'

Wat Banga het meest bij zal blijven van de periode van herstel van Windlust is hoeveel waarde de Burumers hechten aan hun molen. 'Daar heb ik me echt over verbaasd. Men heeft zich zo massaal ingezet voor deze molen. Iedereen heeft zijn eigen herinneringen, maar er is niemand die vroeger niet in die molen heeft gespeeld. Het hele dorp wist bijvoorbeeld waar de sleutel lag. Iedereen voelt zich verbonden met de molen. Ik ben er dan ook van overtuigd dat iedere huishouding straks een boek in huis zal hebben.'

Het boek De geschiedenis van koren- en pelmolen Windlust, Burum is verdeeld in drie delen; deel één gaat over de standerdkorenmolen die in 1785 door brand verwoest werd, deel twee over de molen die in Burum stond van 1786 tot 2012 en het derde deel over de herstelwerkzaamheden. In het boek is ook een namenindex opgenomen met bijna vijfhonderd namen van mensen die met de koren- en pelmolen Windlust in Burum te maken hebben gehad en die Banga tijdens zijn historisch onderzoek tegenkwam.

dinsdag 25 november 2014

Historisch Tijdschrift Fryslan met Friese walvisvaart, prentkunst en zilversmeden

De cover van het jongste nummer van Historisch Tijdschrift Fryslan (november/december 2014) wordt gesierd door een winters walvisvaarderstafereel.
In het kielzog van het recent gepubliceerde boek van Louwrens Hacquebord over de Noordsche Compagnie (1614-1642) schrijft Ruud Spruit over de Friezen aan boord van de walvisvaarders. In 1624 traden de Friese kamers Harlingen en Staveren tot de compagnie toe. Vanuit deze plaatsen maar ook vanuit Workum, Hindeloopen, Molkwerum en Makkum werden schepen uitgereed ter walvisvaart. Ene Wybe Jansz was al in 1612 aan boord van een walvisvaarder en later volgden Amelanders als Rijk Cornelis IJs (die enkele eilandjes voor de kust van Spitsbergen ontdekte, o.a. Ryke Yseoyane) en Hidde Dirks Kat. Ook Vlielander Willem de Vlamingh ging eerst ter walvisvaart om later in dienst van de VOC de westkust van Australië te verkennen.

Overigens wordt de afbeelding van het bekende schilderij van Cornelis de Man uit 1639 (in bezit Rijksmuseum) met traankokerijen nog steeds vermeld als zijnde op Smeerenburg (Spitsbergen). Inmiddels heeft Louwrens Hacquebord al aangetoond dat dit op Jan Mayen gesitueerd moet zijn!

Hans Koppen verhaalt over de Zoutepoel, ofwel de zoutwinning in Friesland die tot het einde van de Middeleeuwen een belangrijke activiteit was. Het nadeel was echter wel dat het kon leiden tot dijkdoorbraken!
Politicus Dirk Okma wordt door Doeke Sijens in de schijnwerpers gezet. Hij was gedeputeerde en in 1951 advocaat van Fedde Schurer tijdens het proces dat uitliep op het Kneppelfreed. Zijn moeder was Catharina Oberman, van de bekende Dokkumer houthandel Oberman.

De beroemdste Fries die in London begraven is, is Lauren Alma Tadema, ofwel Sir Lawrence Alma Tadema, bekend geworden als kunstschilder in Engeland. In St. Paul's Cathedral ligt hij begraven tussen de groten der aarde.
In het artikel Copy, edit & paste gaat Harm Nijboer in op de prentcultuur en het zilverwerk in Friesland. Het waren in het begin van de 17e eeuw Jan Jansz Starter en Wybrand de Geest die prenten uitgaven. Starter (London 1594- Hongarije 1626) was de sleutelfiguur in het culturele leven van Leeuwarden tussen 1614 en 1620. Hij richtte de rederijkerskamer 'Och mocht het rijsen' op, die al snel zo'n 80 leden telde, onder wie de schilder en graveur Pieter Feddes van Harlingen.

Arjen Dijkstra uit Metslawier beschrijft het Fries onderzoek aan de RUG, dat samenkomt in de zogenaamde Sukerbole-akademy. O.a. Han Nijdam gaf er een lezing, op initiatief van Goffe Jensma en Nanna Hilton.

Als laatste grote artikel gaat Ron Couwenhoven in winterse sferen met het verhaal van de schaatskampioene van Veenwouden, Houkje Gerrits, ook wel de snelste vrouw in onderkleding genoemd! Op zaterdag 21 januari 1809 maakte zij zoveel indruk op de duizenden toeschouwers dat Johannes Rienks van Hallum er een lang gedicht in het 'boerenfries' aan wijdde en in druk liet uitgeven.

Rest nog te melden dat op vrijdag 12 december het Syperda-symposium van het Koninklijk Fries Genootschap wordt gehouden in Leeuwarden met als centrale vraag 'Hoe verder met de Friese media?'