donderdag 17 juli 2014

Fries zilver met alliantiewapen Idema, Leeuwarden, ca 1700

Bij veilinghuis Sotheby's in London werd op 29 april 2014 een zilveren schaal van de Friese zilversmid Pieter de Wit uit Leeuwarden geveild. Pieter de Wit was leerling van Johannes Foppes in 1670 en trad in 1682 toe tot het gilde van goud-en zilversmeden.
Het bord toont in het midden een alliantiewapen, van een echtpaar dus. Het zilveren bord zal vermoedelijk als huwelijksgeschenk gemaakt zijn.
Links een wapen met 3 klavers rechtsboven, linksboven de Friese halve adelaar en onder 3 vogels. Via de database met Friese wapens van Hessel de Walle en ons overzicht van Friese wapens op de verenigingswebsite zie je dan al gauw dat dit het wapen van de familie Idema moet zijn. De vogels zijn in andere afbeeldingen meestal zwanen.
De schaal is onderdeel van de collectie Gustav Leonhardt, oud-bewoner van Huis Bartolotti te Amsterdam. De collectie is na zijn overlijden in 2012 geheel geveild bij Sotheby's. In Huis Bartolotti, een van de mooiste panden in de Amsterdamse Grachtengordel, was ik nota bene recent nog binnen, als lid van Vereniging Hendrick de Keyser!
Het rechterwapen dat op de schaal staat afgebeeld levert meer hoofdbrekens op. De gekruiste ganzenveren (zowaar dezelfde als in ons verenigingswapen!) in combinatie met de lelie en 3 klavers kon zelfs door de Fryske Rie foar Heraldyk niet direct thuisgebracht worden. Mijn logica is dat er een relatie met een 'schrijver' of 'secretaris' moet zijn, mogelijk de vader of grootvader van de bruid. Een in aanmerking komend echtpaar is dan, gebaseerd op de DTB huwelijksgegevens van Tresoar:
Dokkum, huwelijken 1730
Vermelding: Bevestiging huwelijk op 27 augustus 1730
Bruidegom: Enneus Idema afkomstig van Leeuwarden
Bruid: Maria Went afkomstig van Dokkum
Opmerking : hij is Dr., advocaat voor het Hof van Friesland, klerk van de Heren Staten van deze provincie en schrijver van een compagnie infanterie
Bron:Collectie Doop-, Trouw-, Begraaf- en Lidmatenboeken(DTBL)
Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum 1722-1743. Inventarisnr.: DTB 196

Nu is er wel een familiewapen bekend van de familie Went/ De Wendt maar die ziet er toch anders uit. Deze bevat een roos en een lelie. Zou het wapen in de loop der generaties veranderd zijn en is het wapen op dit zilveren bord een vroege versie, gebaseerd op stamvader, grootvader van Maria en schrijver van een compagnie (rond 1685) Eyso Went/De Wendt en later veranderd door zijn in de VOC rijk geworden kleinzoon en naamgenoot Eyso de Wendt? Onwaarschijnlijk, want grootvader voerde het wapen met roos en lelie ook al.

Logischer is dan deze:
Tietjerksteradeel, huwelijken 1688
Vermelding: Bevestiging huwelijk op 16 december 1688 in Oostermeer
Bruidegom: Hermannes Idema afkomstig van Beetsterzwaag
Bruid: Lucia van Viersma afkomstig van Oostermeer
Bron: Collectie Doop-, Trouw-, Begraaf- en Lidmatenboeken(DTBL)
Trouwregister Hervormde gemeente Oostermeer Eestrum 1670-1811
Inventarisnr.: DTB 715.
Oostermeer (Eastermar) is overigens ook de geboorteplaats van Doutzen Kroes.

Hermannes en Lucia zouden dan in 1701 hun 12 1/2 jarig huwelijk gevierd kunnen hebben. Volgens de Fries zilverkenner Jan Schipper, mede-auteur van het recente standaardwerk Fries Goud en Zilver, is de de schotel namelijk van rond 1700.
Van de familie Van Viersma is een familiewapen bekend met 3 klavers, die ook in het rechterwapen voorkomen.  
Nicolaus van Viersma leefde van 1582 tot 1652. Zijn grafsteen in de NH Kerk te Kollum is nog bewaard gebleven. Helaas is zijn wapen op de grafsteen onleesbaar geworden. Hij was echter wel grietenijsecretaris van Kollumerland en lid van de synode te Leeuwarden! Nicolaus was getrouwd met Eelckje Eerckes van Haersma en de vader van Lutske ofwel Lucia van Viersma.
Van Nicolaus van Viersma en Eelkje Eerckes van Haersma is wel een zilveren gelegenheidslepel met beider wapens bewaard gebleven (zie afbeelding).
Van Geert van der Veer kreeg ik nog deze informatie: Eelckjen Eerckes Haersma is een dochter van Eercke Meynerts Haersma (overleden te Oostermeer) en Saap Wobbes (geboren te Lippenhuizen en overleden te Oostermeer). Eelckjen is gehuwd op 19 mei 1639 met Nicolaus van Viersma, overleden te Kollum in 1652. Hij is secretaris van Kollumerland en Nieuw Kruisland. Hij is begraven in de kerk te Kollum. Op zijn grafsteen staat: ANNO 1652 .... STERF NICOLAUS à VIERSMA IN LEVEN SECRETARIS VAN COLLUMERLAND (Dit laatste staat in het boekje van R. Bosgraaf uit 1973: De Maartenskerk te Kollum, op pag. 63). Lutske van Viersma had alleen nog een zus: Saapke van Viersma, gehuwd met dr. Nicolaus Poutsma.

Het familiewapen met de gekruiste ganzenveren zouden we dan ook moeten zien als een verwijzing naar en wellicht eerbetoon (haar vader overleed toen ze nog heel jong was) aan de prominente functie van Lutske's vader als grietenijsecretaris van Kollumerland.
En klinkt Viersma niet als Veersma?

dinsdag 15 juli 2014

De boeiende muntgeschiedenis van Dokkum en Klaarkamp

Museumdirecteur Ihno Dragt, van Museum Admiraliteitshuis in Dokkum en It Fiskershuske in Moddergat attendeerde mij op een nieuwe studie over de muntschat van Klaarkamp.
In 1932 werd in de kloosterterp bij Rinsumageest door de omwonenden een schat gevonden bestaande uit gouden en zilveren munten. Het waren munten van rond het jaar 1350 die in de periode 1360/65 begraven moeten zijn. In die eerste periode had de regio te lijden van een grote pestepidemie maar later ook van rondtrekkende roversbendes.
De zilveren munten zijn na de oorlog weer boven water gekomen.
U kunt ze bekijken in het museum Het Admiraliteitshuis. De gouden munten zijn vermoedelijk door de Duitse bezettingsmacht geroofd en nooit weer boven water gekomen.

Dit jaar zijn alle munten uitvoerig door professionals bekeken en in zijn geheel beschreven. Twee wetenschappers, Paul Torongo & Raymond van Oosterhout (bestuurslid van het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Munt- en Penningkunde, beschrijven de munten in hun Engelstalige 'paper' The Coins of the Dokkum (Klaarkamp) Hoard (1932).
De vondst van 344 munten uit de 14e eeuw bestaat merendeels uit Vlaamse leeuwengroten en Hollandse en Brabantse munten. Alle munten dragen de tekst: BeNeDICTVs SIT NOMEn DomiNI NostRI IHsV CHRIsti. Dit betekent: Gezegend zij de naam van onze Heer Jezus Christus.

Een van de bronnen voor deze publicatie was een Nieuwsbrief van Numismatische Kring Frisia 2, 2013:
Het Klooster Klaarkamp en zijn muntschat, door Gerrit Pasma.

De bekende Friese muntenkenner Ben te Boekhorst is de auteur van een ander, geheel online gezet, verhaal van de Numismatische Kring Frisia: De Middeleeuwse muntgeschiedenis van Dokkum. Zowel penningen als de aloude Brunonen, munten uit de 11e eeuw in de Dokkumer muntslag, worden hierin beschreven.
Het grootste deel van dit verhaal staat ook in het bij het Admiraliteitshuis verkrijgbare Dokkum op de penning. Daarnaast schreef hij Schatgraven in de kerk van Ee.

woensdag 9 juli 2014

Marten Jans Schaaf uit Dokkum, zeeheld van Drenthe in Tachtigjarige Oorlog

In de Navorscher van 1877 stelde de oud-archivaris van Drenthe een vraag over "het jacht of fregat Drenthe en zijn gezagvoerder Marten Jansen Schaef". In den Drenthschen Volksalmanak voor 1844, bladz. 48 et seq., en in zijne Kleine Opstellen over de Geschiedenis, Oudheden en het Bijgeloof in Drenthe, bladz. 99 en volgg., heeft wijlen mr. J. Pan, in leven raadsheer in ‘t gerechtshof van die provincie, eenige mededeelingen gedaan omtrent het, ten jare 1646, onder den luitenant-admiraal Marten Harpertszoon Tromp, geleverde zeegevecht in het Scheurtje ; omtrent hetgeen bij die gelegenheid door Marten Jansen Schaef, gezagvoerder van het fregat Drenthe, is verricht;
en omtrent eene vereering van honderd riksdaalders, aan dien kapitein, w ten aensien van sijne bewesene dapperheit ende vaillantise” in dat gevecht, den 22en maart 1647 geschonken door ridderschap en eigenërfden, de staten van het landschap Drenthe in wier vergadering, op dien dag te Assen gehouden, hij de door hem veroverde admiraalsvlag overleverde.
Genoemde schrijver besloot zijne mededeelingen met de vermelding, dat hij, in de geschiedenis van ons zeewezen, kapitein Schaef alleen had ontmoet in het Leven van de Ruiter, op het jaar 1656, bladz. 92.
Ik wensch hier nog het eene en andere bij te voegen, zoo omtrent het gevecht in het Scheurtje (de

Spotprent op het Spaanse verlies van Duinkerken, 1646,
Crispijn van de Passe (II), Collectie Rijks Museum

zeestroom naar Duinkerken
, HZ) als omtrent genoemden zeeofficier.
In de eerste helft der zeventiende eeuw was de provincie Gelderland, onder de admiraliteit te Amsterdam, in de kosten van het zeewezen onder anderen belast met een half jacht. Het landschap Drenthe droeg de wederhelft der kosten van dit schip, dat de Engel Gabriël was genaamd, onder bevel van kapitein Gerrit Veen of Peen stond en, ten jare 1638, als onbruikbaar voor ‘slands
dienst, is verkocht. Door tusschenkomst van de admiraliteit te Rotterdam, is de Engel Gabriël vervangen geworden door een vaartuig, dat, in de voorhanden stukken, bij afwisseling jacht, fregat, en vergadt wordt genoemd en den naam Drenthe ontving.
Het bevel over dien bodem werd, eenigen tijd daarna, aan kapitein Marten Jansen Schaef opgedragen.
De vereering der staten van Drenthe ia niet de eenige geweest,welke, ter gemelder zake, aan kapitein Schaef is ten deel gevallen.
In de - onder -de archieven van laatstgenoemd gewest berustende- rekening van Albert (Elbert) Spiegel, ontvanger generaal der admiraliteit te Amsterdam, over het tijdvak van augustus 1644 tot october 1647, wegens het beheer der schepen de Prince Hendrik en het jacht Drenthe, wordt de volgende post aangetroffen: Betaelt Jan Lutma, Goutsmith hier ter steede, de somme van seshondert ses en veertich ponden van XL grooten ‘t pont, voer een goude keten met een penningh, wegende 15 onsen een engels, daer mede bij desen Raede vereert is Capt. Marten Schaff, ter sake bg onlangs in ‘t Scheur voor Duijnkercken, heeft helpen veroveren een ‘groot Duinkerker Fregat, ‘t welcke bij hem alhier is opgebracht, ende daerbi noch eenige clijne Fregatgens verovert ende ander clijn vaartuigch verbrant, achtervolgende de ordonnantie dato den 22 septemb. 1646 ende quitancie comt . VICXLVI 9’.
Kapitein Schaef zal vermoedelijk een Fries, immers in de provincie Friesland woonachtig zijn geweest. Dat zijn vrouw eene Friezin, in allen gevalle van friesche afkomst was, meen ik te kunnen en te mogen aannemen, op grond der kwitantie, gesteld onder de ordonnantie tot betaling der voormelde honderd rijksdaalders, den 25sten maart 1647 door drost en gedeputeerde staten op den ontvanger van Welvelde afgegeven, welke kwitantie aldus is luidende :
Desen ordonñ is mij onderges volgedaen eñ betaelt wege mijn man.
tijelck Loeijes Sminia.”
Gaarne zoude ik iets meer weten omtrent kapitein Marten Jansen Schaef, zijne afkomst en zine nakomelingen, indien hij die gehad heeft. Indien mijn geheugen mij niet bedriegt, dan is tusschen de jaren 1820-1825, of daaromtrent, zekere Schaaf - ik meen, dat hij een Fries was en Sjoerd Pieter heette - commies bij ‘s rijks belastingen in Drenthe, en wel in eene eene gemeente in de nabijheid van Meppel, geweest. Misschien zal dit er toe kunnen leiden, om met vrucht nasporingen te doen.
Wassenaar. MAGNIN, Oud-Archivaris van Drenthe.

Meer informatie is te vinden op Drenthes strijd ter zee in 80 jarige oorlog:
Tijdens de Drentse Landdag, de vergadering van de Ridderschap en Eigenerfden, van 22 maart 1647, verhaalde Schaaf van de 'Periculeuse bataille die hij met des vijants schepen int Scheurtje heeft gehouden, waervan hij een goet deel inde brandt ende inde grondt gebracht heeft.
Toonende ten sulcks eynde mede een chaerte, daer de voorschreven bataille met de penne is afgetrocken. Oock overleverende de Admiraelsvlagge, die hij den vijandt daer ter tijt heeft afgenomen'. De aanwezigen op de Landdag waren onder de indruk van de daden van Schaeff en besloten hem wegens zijn betoonde dapperheid te belonen met honderd rijksdaalders. In de ordonantie waarbij hem dit bedrag wordt uitbetaald wordt gesproken van 'sijn goede couragie int slaen van 19 schepen, soo clein als groot voor Mardijk'.
Niet alleen Drenthe, maar ook de admiraliteit van Amsterdam vond dat Schaeff zich bij die actie goed geweerd had. Uit een rekening van de ontvanger-generaal van die instelling blijkt dat Schaeff door hen vereerd is met een gouden keten met een penning, 'ter sake hij onlangs int Scheur voor Duijnkercken heeft helpen veroveren een groot Duijnkercker fregat, 't welcke bij hem alhier is opgebracht, ende daer bij noch enige clijne fregatgens verovert, ende ander clijn vaertuijgh verbrant.
In december 1647 werd Schaaf met een vloot naar Brazilië gestuurd. Op 8 oktober 1648 kreeg het jacht een andere kapitein toen Schaeff, na herhaalde klachten van zijn scheepsvolk over zijn 'quade regieringe' door de krijgsraad ter zee tot ontzetting uit zijn post werd veroordeeld. Ondanks dit alles moet Schaeff echter later in zijn functie zijn hersteld, want in 1656 ontmoet luitenant-admiraal Michiel de Ruyter, die met een oorlogsvloot in de Middellandse Zee kruist, een aantal Nederlandse koopvaardijschepen en hoort van de bemanning dat zij tijdens een storm hun convooier, het schip van kapitein Maerten Schaeff, zijn kwijtgeraakt. Ook in 1657 is hij nog actief, want begin oktober van dat jaar ontmoet luitenant-admiraal Van Wassenaer, heer van Obdam, hem nabij Lissabon. Schaeff is dan nog steeds kapitein van een convooier en begeleidt een aantal koopvaarders.

Bij Tresoar vinden we meer over de achtergrond van onze zeeheld. Hij komt uit de plaats waar op dat moment de Admiraliteit van Friesland was gevestigd:
Dokkum, huwelijken 1624.Vermelding: Ondertrouw op 23 oktober 1624. Bruidegom: Marten Jansen Schaaff afkomstig van Dokkum. Bruid: Tiesck Boyesdr afkomstig van Dokkum
Gestandaardiseerde namen: Bruidegom: MARTEN JANS SCHAAF. Bruid: TJITSKE BOIENS
Bron:Collectie Doop-, Trouw-, Begraaf- en Lidmatenboeken(DTBL). Ondertrouwregister Gerecht Dokkum 1605-1628.
Ondertrouw Marten Jansen Schaaff te Dokkum, 1624, rechtsonder.

Dokkum, dopen, doopjaar 1626. Gedoopt op 17 september 1626 in Dokkum. Dopeling: Boije, zoon
Vader: Marten Jansen Schaaf. Gestandaardiseerde namen: Dopeling: BOIEN.   Vader: MARTEN JANS SCHAAF. Bron: Collectie Doop-, Trouw-, Begraaf- en Lidmaatboeken (DTBL)
Herv. gem. Dokkum, doop 1612-1674. Inventarisnr. : DTB 185

Dokkum, dopen, doopjaar 1629. Gedoopt op 15 februari 1629 in Dokkum. Dopeling: Hidtie, dochter. Vader: Marten Schaaff. Gestandaardiseerde namen: Dopeling: HITJE. Vader: MARTEN SCHAAF. Bron:Collectie Doop-, Trouw-, Begraaf- en Lidmaatboeken (DTBL) Herv. gem. Dokkum, doop 1612-1682. Inventarisnr. : DTB 188

In 1640 wordt in het Stemkohier een Marten Jans Schaaf genoemd als eigenaar van Plaets 3 te Hantumeruitburen. Volgens de Prekadastrale atlas waren Wopke Bartholomeus en Marten Schaeffs in 1640 eigenaar van Stemkohier 3 in Hantumeruitburen. Wopke Bartholomeus bewoonde de boerderij.
In 1700 is de boerderij verdwenen en stond er alleen een huis  (of eigenlijk een “huysstede”, het huis zelf lijkt ook al verdwenen). Van Stem 3, Floreen 15 is maar één kadastraal perceel bekend: Ternaard B 449.
Over Wopke Bartholomeus heeft Reinder Tolsma indertijd geschreven als eigenaar van de Poartepleats in Hantumeruitburen.(De Sneuper 45: De boerderij Jagtlust voorheen Germerhuis of de Poartepleats te Hantumeruitburen)

In de Quaclappen, 1603: Jan Andries zn Schaaff en Jantien Gerrijts dr e.l. te Dokkum, ook in 1606 en 1612. Mogelijk zijn dit zijn ouders.

En zelfs de grote Constantijn Huygens had een hoge pet op van Marten Jans Schaaf, getuige dit verzoekschrift aan Frans van Donia:
Brief Constantijn Huygens aan Frans van Donia:[p. 353]   
3162. F. van Donia1). (H.A.)
Wilt gij uit mijn naam Marten Jansz Schaef bij Z.H. recommandeeren, om kapitein Veen, die gediend heeft onder admiraal Tromp, op te volgen? Nimmegen, den 20/10 Sept. 1642. 1).
Franciscus van Donia te Hinnema in Hielsum was afgevaardigde ter Staten-Generaal voor Friesland en o.a. betrokken bij de Vrede van Munster in 1648.

vrijdag 4 juli 2014

Bernardus Accama nummerde zijn schilderijen. Wie heeft hoogste nummer?

Op Twitter stelde Manon Borst van Museum Martena in Franeker de vraag hoeveel schilderijen Bernardus Accama wel niet gemaakt zou hebben.
Hij schijnt namelijk al zijn werken genummerd te hebben. Zelf heeft Museum Martena in haar collectie een schilderij met het hun hoogst bekende
Nummer 959, Onbekende dame
nummer 1148, uit het jaar 1752. En dan te bedenken dat Accama daarna nog vier jaar leefde.
Het zou dan ook leuk zijn om uit te vinden wat het hoogste nummer van een werk van de Friese schilder Bernardus Accama (1697-1756), portrettist van de Friese elite, zou zijn. Dat overal vermelde geboortejaar 1697 is volgens mij fout. De DTB gegevens van Tresoar geven 1696:
Kollumerland c.a., dopen, doopjaar 1696. Gedoopt op 12 juli 1696 in Burum. Dopeling: Bennardus, zoon. Vader: Simon Accama, predikant
Gestandaardiseerde namen:
Dopeling: BERNARDUS
Bron: Herv. gem. Burum en Munnekezijl, doop 1680-1811. Inventarisnr. : DTB 447.
Zijn eveneens schilderende broer Mathijs Accama komt in het zelfde doopboek voor: Gedoopt op 13 november 1701. Vader: Simon Accama, predikant. Moeder: Aeltje Boetes Nievelt.

Uiteraard ben ik even online gaan zoeken. Helaas lijkt het RKD geen nummers te vermelden die op het schilderij staan.
Ook op de site van het Rijksmuseum word ik niet veel wijzer over genummerde werken.
Wel vond ik op een site van veilinghuis Christie's een vrouwenportret dat in 2010 verkocht werd en nummer 959 draagt.

Vraag aan alle museumconservatoren, sneupers en verzamelaars is dus: geef ons a.u.b. de nummers van de werken van Accama in uw bezit door, het liefst met een beschrijving en/of afbeelding (online). Of anders in ieder geval het hoogste nummer in die werken, met een beschrijving/afbeelding. In het commentaarblok van dit blog of direct via email.

Zo ontsluiten we gezamenlijk weer een stukje van de (Friese) kunstgeschiedenis!

Update: Zou dit het overlijden van Bernardus Accama zijn: Leeuwarden overlijden/begraven 1757. Begraven: Akema. Datum  : op 20 januari 1757. Begraven bij de Jacobijnerkerk. Gestandaardiseerde namen: Begraven:  ACCAMA. Invnr. : 920 register van begravenen of overledenen Gemeente Leeuwarden. Periode: 1756-1772. Dit zou zijn vaak vermelde overlijdensjaar 1756 dus ook corrigeren tot 1757!

Index op de Quotisatie:

Leeuwarden Quotisatie 1749
Wijk: Zuidvliet
Omschrijving : schilder, bestaat rijkelijk
Perso(o)n(en): B. Accama
Aant. volw.  : 2
Aant. kind.  : 0
Aanslag      : 28:7:00
Verhoging    : 7
Vermogen     : -

Leeuwarden, 1749
Wijk: Zuidvliet
Omschrijving : schilder, begoedigt
Perso(o)n(en): Matth. Accama
Aant. volw.  : 4
Aant. kind.  : 4
Aanslag      : 81:3:00
Verhoging    : 13
Vermogen     : -

Leeuwarden. Gemeentearchief. Aktenummer:c011-135
Soort bron: Informatieboeken
Samenvatting: Bernardus Accama, konstschilder, Grachtswal, alhier.
Zoon van: doctor Accama (Siemon), overleden en Margrieta Mathijssen, 60 jaren. Oud: 30 jaren.
Getuige inzake belediging van diverse personen, gepleegd door: Siouckien Gravius en haar dochter Itske Nicolaij. 1726-09-30

In de Leeuwarder courant van 14-03-1759: Men zal op Maandag den 19 Maart 1759. ten Huize van de Konstschilder M. ACCAMA op de Gragtswal te Leeuwarden by Boelgoed verkopen, veele Plaisante en Konstige Potraiten van de Hoogvorstelyke Familie van Orange en Nassau alle in magnifique Vergulde Listen; benevens verscheide History en andere stukken, meestendeel geschildert door de overledene Konstschilder B. ACCAMA, en vorders alderleye Meubelen en Huisgeraden , alles nagelaten door de Konstschilder B. ACCAMA tot Leeuwarden.

De familie had een Leeuwarder geschiedenis, gezien deze inschrijving in Lidmatenboek Leeuwarden, 1662: Simon Ackama. - Op 4 juni 1662 ingekomen. In 1669 wordt hij vermeld te Augustinusga.
Er werd in de Galileerkerk te Leeuwarden ook een Benne Accama begraven.

De portretten die Bernardus Accama maakte en nu in het bezit zijn van het Fries Museum staan ook deels online.

Engelbertus Martensz. baron van Harinxma thoe Heegh, heer van Onstein en Groot-Jarla, als zesjarige.‘B. Accama, Pinxit 1746’ met 'No 1048’ linksonder.

Het portret van Anna Maria van Burmania op Dekema State is mogelijk een van de laatste schilderijen van Bernardus Accama. Welk nummer zou daar op staan?

Update 2: Dekemastate meldt dat het portret van Anna Maria van Burmania door Bernardus Accama het nummer 1189 heeft. Het hoogste (ons) bekende tot nu toe!

Tjeerd Inia meldde:  de site van RKD meld bij het portret van Bekius nr. 1182, iig een late creatie van Accama (7 nummers voor 1189 en eveneens uit 1754), Francois Bekius is overigens overleden in Dokkum! http://explore.rkd.nl/nl/explore/images/record?filters[kunstenaar]=Accama%2C+Bernardus+%28I%29&filters[soort_signatuur][]=gesigneerd+en+gedateerd&query=&sort[sort_startdate]=asc&start=15

donderdag 26 juni 2014

11en30 en geneagrammen

Het mededelingenblad van NGV Friesland, 11en30, komt in juli 2014 uit met het gemeentewapen
van Terschelling op de cover. Dit nummer is met name gevuld met veel genealogische gegevens, waaronder enkele geneagrammen. Dit zijn overzichten waaruit de gemeenschappelijke afstamming van twee of meer personen blijkt. Deze vorm wordt vaak gebruikt voor het weergeven van gemeenschappelijke begaafdheid of beroepen. Of gewoon om verwantschap met één of ander bekend persoon weer te geven. In het geneagram Selie-Slof komen familienamen voor als Porte, Tekema, Wiersma en Pijpstra, samenkomend bij Ludzer Sjoerds die in 1733 te Suameer trouwde.
En het geneagram Huitema-Kist kijkt naar de afstammelingen van Hedzer Rinnerts die in 1726 te Suawoude werd geboren en in 1753 in Tietjerk trouwde. Familienamen o.a. Visser, Hiemstra, Spijkstra, Hooijenga, Harsta, Nauta en Dijkstra.
Het nieuwe lid Solkamans beschrijft hoe deze familienaam is afgeleid van de Friese familie Van Solckema.
Jan Fokko van der Wal beschrijft een kwartierstaat van Johannes de Boer uit Leeuwarden. Zijn gelijknamige vader werd in 1888 te Buitenpost geboren. Ook komt in dit overzicht een familie Wielsma uit Kollum voor en een Sytze Klazes Bouma die in 1787 te Oudwoude werd geboren. Een Johannes Pieters Sikkema trouwt in 1781 te Kollum met Rinske Rinses Rispens.
Mattie Bruining tenslotte laat zien hoe zij gezamenlijke voorouders heeft met de bekende weerman Piet Paulusma en bestuurder Joop Atsma.

maandag 23 juni 2014

De Friese schilder Wessel Pieters Ruwersma

In de online collectie van het Rijksinstituut voor Kunsthistorische Documentatie (RKD) in Den Haag kwam ik een voor mij onbekende Friese schilder tegen. Hij werd vermeld als Wessel Pieter
Ruwersma.
In een particuliere collectie komt in ieder geval een schoorsteenstuk voor van een Dorpsgezicht met een met bomen begroeide laan. Het is gedateerd op 1811. Is het Kollum?

Herkent iemand de kerk en het gebouw met gracht aan de linkerzijde? We horen het graag!

Update:
Op de Friese Wikipedia wordt wel een en ander vermeld bij Wessel Ruwersma: hij zou de autodidactische leermeester zijn van Willem Bartel van der Kooi! Dit is gebaseerd op de publicatie De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters, van den vroegsten tot op onzen tijd, auteur: Christiaan Kramm.
RKD meldt dat hij in 1751 in Holwerd is geboren: Westdongeradeel, dopen, doopjaar 1751. Gedoopt op 28 maart 1751 in Holwerd. Dopeling: Wessel. Vader: Pijter Wijbes. Moeder: Aaltje Wessels.

In de NH kerk van Kollum moet een schilderstuk van WP Ruwersma hangen, een voorstelling van putti, die uit de Schrift lezen en attributen van Geloof, Hoop en Liefde dragen, aan de westzijde, bij het orgel, volgens het boek van Herma vd Berg.
In het boek van C. Boschma, Willem Bartel van der Kooi en het tekenonderwijs in Friesland, wordt Van der Kooi, die in 1768 te Augustinusga werd geboren, zelf geciteerd als hij op blz. 135 zegt: "In den jare 1781 bestelde mijn Vader mij, ten zelfden einde, bij Wessel Pieters Ruwersma, een verwer in het nabuurig Dorp Buitenpost, bij welke ik een jaar doorbragt- Deeze beide perzoonen (ook verwer Beerent Alberts Faber uit Augustinusga wordt genoemd) (welke nog leeven) bezitten eene aangeborene neiging en veel geschiktheid tot de schilderkunst; dezelve oefenden zich daarin nu en dan eens, als hun verwers handwerk zulks toeliet, doch hebben het, bij gebrek aan onderwijs en gelegenheid om te schilderen, niet ver kunnen brengen.
In ditzelfde boek worden als levensjaren van Ruwersma ook 1750 (Kollum)-1827 (Buitenpost) opgegeven (zonder bronvermelding overigens). Hij was eveneens leermeester van schilder Albert Gerrits Swart uit Kuikhorne.
In noot 39 wordt vermeld over Ruwersma: Op de veiling Leeuwarden 13/14 juni 1849 (Koll. MPD baron van Sytzama e.a.) was van hem een paneeltje met drinkende en dobbelende lieden voor de tent van een zoetelaarster (kat.no. 121). Een supraporte op paneel van zijn hand met drie engelenfiguren die Geloof, Hoop en Liefde voorstellen, bevindt zich in de noordbeuk van de Maartenskerk te Kollum.
In de overlijdensacte van Wessel Pieters Ruwersma op 25 maart 1827 te Buitenpost op 76-jarige leeftijd wordt vermeld dat hij huisschilder was en geboren is te Holwerd en woonachtig was te Buitenpost. O.a. zijn broer Wiebe Pieters Ruwersma doet aangifte.
Wessel Pieters Ruwersma trouwde wel in Kollum: Kollumerland c.a., huwelijken 1772. Vermelding: Bevestiging huwelijk op 17 mei 1772 in Kollum. Bruidegom: Wessel Pijtters afkomstig van Buitenpost. Bruid: Antje Sweitses afkomstig van Kollum.
Er is in eerste instantie wat verwarring ontstaan omdat naast Wessel Pieters Ruwersma, de huisschilder, ook een Wiebe Pieters Ruwersma, verwer en glazenmaker (zijn broer of halfbroer) en een Hessel Pieters Ruwersma, verwer (en waarschijnlijk ook een halfbroer) bestaan.

De werkelijke leermeester van Willem Bartel van de Kooi is zeer waarschijnlijk toch gewoon Wessel Pieters Ruwersma (1750-1827).

Hieronder voor de volledigheid daarom ook de gegevens van Wiebe en Hessel:
Broer Wiebe Pieters Ruwersma wordt in 1832 in de kadastergegevens op HISGIS als verwer aangemerkt. Hij is tevens glazenmaker (ramen) zoals blijkt op www.altijdstrijdvaardig.nl :Ruwersma Wiebe, Verwer en Glasenmaker moet mee betalen omdat hij vermeld staat op de Repartitie der som van Driehonderd Negen en Zeventig guldens over de In en Opgezetenen (162 gezinshoofden)  van de voormalige gemeente Kollum enz. tot den leverantie van 2 Artillerie Paarden ten dienste van de Russische Armee, tot welke leverancie zij in opdracht van de Commissarissen Generaal verpligt waren, ook het huisnummer staat vermeld.enz.  jaar 1817 (3) dossier (11).
In de dossiers van het Kollumer Oproer van 1797 is hij waarschijnlijk Wijbe 'verwer'. En op de Lijst met Inwoners van Kollum in 1817 is hij ook aangemerkt als verver en glasemaker op nummer 194.
In de Lijst van Inwoners van Kollum in 1825 komt vreemd genoeg Hessel Pieters Ruwersma op nummer 160 voor als verwersknegt en Wiebe Pieters op nummer 167 als verwer, met zijn zoon Jacob Wiebes Ruwersma als verwersknecht.
Tenslotte in de Lijst van Inwoners van Kollum in 1844 komt Hessel Pieters Ruwersma, 2 jaar voor zijn dood, voor op nummer 146, perceel A151. Broer Wiebe woont dan nog op nummer 167, kadastraal perceel B451.
Hessel Pieters Ruwersma werd geboren op 24 oktober 1774, Gedoopt op 11 december 1774 in Kollum. Vader: Pytter Wybes. Moeder: Gaatske Hessels. Hessel was getrouwd met Hiltje Johannes Planting en woonde in Kollum. Hessel was eerder getrouwd: Kollumerland c.a., huwelijken 1799. Vermelding: Bevestiging huwelijk op 26 mei 1799 in Kollum. Bruidegom: Hessel Pieters afkomstig van Kollum. Bruid: Teetske Pieters afkomstig van Kollum. Opmerking : het huwelijk is bevestigd door het nedergerecht Kollumerland. Uit dit huwelijk werd in 1800 een zoon geboren, Pieter, die in 1834 trouwde met Aagje Jarigs Postma uit Murmerwoude. Teetske Pieters overleed op 8 mei 1811 in Kollumerland.
De vader van de 3 (half-)broers, Pieter Wybes  is 4x getrouwd geweest. In de Quotisatie-kohieren van 1749 is hij een “gemene costwinner” te Holwerd. Hij was later ook verwer te Kollum. De zoons hadden het dus niet van een vreemde!

Update 2: In de Leeuwarder Courant van 7 en 14 september 1827:  De openbare Notaris ROMEIN, te Buitenpost, zal op Zaturdag den 15 September 1827, des namiddags ten twee ure, ten huize van de wed. Wadman, kasteleinsche te Buitenpost, voor zoo verre het aandeel der afwezige betreft, daartoe benoemd bij Vonnis van de Regtbank van Eersten Aanleg, zitting houdende te Leeuwarden, en ten overstaan van het Vredegeregt van het Kanton Buitenpost, ter instantie vau de Erfgenamen van wijlen Wessel Pieters Ruwersma, bij strijkgeld verkoopen: 1. Eene welgereguleerde en net betimmerde HUIZINGE, bestaande in twee Onder- en eene Bovenkamer, Keuken, Achterhuis, Bleekveld en Regenwatersbak cum annexis, -staande en gelegen in de Buurt te Buitenpost, gekwoteerd 110. 79, bij wijlen W. P. Ruwersma bewoond geweest. 2. Een bunder en ruim 47 v. roeden GREIDLAND, gelegen in het Oost van Buitenpost. 

Update 3: Via Geert vd Veer kreeg ik een afbeelding van een aquarel die WP Ruwersma in 1804 maakte voor de familie Van Haersma. Hij publiceerde er een boekje over: Haersmastate 1767 – 1911, dat o.a. aanwezig is op ons Streekarchief en Tresoar. Met op de achtergrond Haersma State en de kerk van Buitenpost wordt op de voorgrond de genealogie in beeld gebracht dmv 5 letterlijke stambomen van de jubilerenden en hun kinderen met familiewapens, gemaakt door deze Ruwersma. De aquarel (51 X 67 centimeter) is  gemaakt ter gelegenheid van het 50-jarig huwelijksfeest van de stichter van Haersmastate mr. Daniël de Blocq van Haersma en zijn vrouw Maria Wybrandi. Zij is geboren te Kollum, dochter van Sybrandus Wybrandi en Trijntje Johannes. Hopelijk kunnen we dit ook t.z.t. publiceren in ons verenigingsblad De Sneuper.
In de database van RKD komt ook een mooi groepsportret van de kinderen van Daniël de Blocq van Haersma voor.

donderdag 12 juni 2014

De Sneuper 114 met drinkdobben, Opskuor en familieschilderij

Het zomernummer van ons verenigingsblad De Sneuper, nummer 114, heeft een bijzondere cover:
de wereld-unieke drinkdobben van Ferwerderadiel gefotografeerd met een vlieger! En uiteraard is het bijbehorende, wetenschappelijke, artikel gelardeerd met nog meer bijzondere foto's, van o.a. de Dijktempel van Ids Willemsma.
En wat te denken van de in 1889 in Morra veel ophef veroorzakende zaak van Jacob Douma die zijn vrouw spoorslags verliet en met zijn liefje en dienstbode naar de USA vertrok? Later dit jaar zal een van onze leden een reis in hun voetsporen gaan maken, langs enkele van de nakomelingen.
Jan Douwes Isema beschrijft een prachtig familieschilderij, de manier waarop hij het terug kreeg in de familie en het vermoeden dat de schilder Douwe Hansma zou zijn. Direct na publicatie reageerde ons lid Henk Goslings al dat het schilderij waarmee Douwes Isema zijn familieschilderij vergeleek niet van Hansma is maar van Gosling Posthumus. De toeschrijving aan Hansma door Peter Karstkarel in het standaardwerk Geschiedenis van Dokkum is incorrect! Hier komen we dus op terug. 

Zo is De Sneuper 114 weer gevuld met voor elk wat wils en gevarieerde artikelen, waar de volgende keer misschien ook uw onderzoek of tekst tussen kan staan. Want wij blijven afhankelijk van de kopij van onze leden! Dat en nog veel meer in dit lentenummer van De Sneuper:

Inhoudsopgave:
HISTORIE & STREEKGESCHIEDENIS
- De drinkdobben in Noard-Fryslan butendyks, Marjan Vroom (gebaseerd op haar scriptie Gras upt werp)
- Opskuor in Moarre- fictie & feiten, Hans Scholte
- Familieschilderij dominee Jan Douwes, Jan Douwes Isema

GENEALOGIE & FAMILIEGESCHIEDENIS
- Meindersma's en Meindertsma's, Sake Meindersma
- Op zoek naar (een foto van) Aaltje de Jong (echtgenote van schrijver Jan Eekhout), Lo van Driel
- Herkomst van familienaam Schoorstra, Peter Schoorstra
RUBRIEKEN & COLUMNS
- COLUMN: Je mutte mar hoare..., Ale Hansma

- De koffer van Mathilde: Aapjes kijken, Hilda Bouta
- HERALDIEK: dorpswapens van Foudgum & Hantum, Rudolf Broersma

- Oud nieuws: Meester Wamelink betrapt tonneur, Piet de Haan
DIGITAAL, ACTUEEL & VARIA
- Digitaal verhaal: Familiebijbel Geeske Harmens, Hans Zijlstra


Op de Praatstoel 2: verhalen uit NOF. Bestel dit fantastische boek! Slechts 20 euro voor ruim 400 pagina's hardcover (plus verzendkosten 6,75 ivm dikte boek. Af te halen in Dokkum en Oosternijkerk zonder verzendkosten).
 
Wilt u ook meegenieten van de interessante verhalen uit onze regio, dan kunt u zich eenvoudig aanmelden als lid (slechts 15 euro per jaar) via dit online formulier.  

Tevens kondigen we de Najaars-Ledendag van 2014 aan die door onze vereniging op zaterdag 4 oktober 2014 in het IJstijdenmuseum te Buitenpost wordt gehouden. Noteert u het alvast in de agenda!  
En, last but not least, onze leden kunnen De Sneuper ook als pdf ontvangen als ze dat willen (stuur een mail)! 

maandag 9 juni 2014

Index op de floreenkohieren van Oostdongeradeel.

Onze actieve leden zullen de prachtige online bronbewerkingen op onze website wel kennen, maar
Donia Sathe, Oosternijkerk
let op, er komen regelmatig nieuwe bij!
Ons erelid Reinder Tolsma heeft onlangs de floreenkohieren van Oostdongeradeel eens even netjes op een rijtje gezet.
Deze index betreft de namen van eigenaren en gebruikers van alle 325 stemdragende boerderijen in de 13 dorpen van Oostdongeradeel. Bedoeld worden: Aalsum, Anjum, Ee, Engwierum, Jouswier, Lioessens, Metslawier, Morra, Niawier, Oosternijkerk, Oostrum, Paesens en Wetsens.  In totaal worden 6083 regels weergegeven waarbij, alle dorpen  meegerekend, 4058 unieke namen worden vermeld. Gezegd dient te worden dat veel eigenaren in meerdere dorpen voorkomen, voor de gebruikers geldt dat meestal niet.
De floreenkohieren geven de eigenaren, gebruikers, naastlegers, grootte en de grondbelasting weer die voor elke boerderij betaald moest worden. Deze floreenrente gaat terug tot het Register van Aanbreng uit 1511, eigenlijk het eerste floreenkohier. In 1700 worden de floreenkohieren vernieuwd waarna in 1708 en daarna iedere 10 jaar de kohieren worden aangepast. Het jaar 1808 wordt overgeslagen maar daarna lopen de kohieren door tot 1858, het jaar waarin ook de kadastrale nummers per boerderij worden weergegeven waardoor localisatie van de boerderij mogelijk wordt. Via de “Kadastrale en Pre-kadastrale atlas van Friesland, deel 17 Oostdongeradeel, is dat door de Fryske Akademy in boekvorm uitgegeven en op internet te raadplegen via HisGis. Zo is in veel gevallen bezitsgeschiedenis van een boerderij van 1511 tot 1858 te volgen.
Het belang van de floreenkohieren voor de hedendaagse onderzoeker is velerlei. Omdat op de genoemde boerderijen ook het stemrecht in dorps- en grietenijzaken rustte,  kan worden nagegaan wie er in dorp en grietenij veel te zeggen had. Zo koopt secretaris Wilhelmus Bergsma rond 1750 veel boerderijen op waarna hij het land verkoopt en het hornleger, waarop het stemrecht rustte, voor zichzelf houdt. Het valt ook op dat er in veel dorpen een geregelde opvolging in eigenaren voorkomt. Een veel geziene is: Wilco van Holdinga, weduwe Schwartzenbergh, Ernst van Aylva, Hans Hendrik van Haersma, Sjoerd Talma, Wilhelmus Bergsma, diens weduwe, Johannes Casparus Bergsma, Petrus Adrianus Bergsma; zij bestrijken de periode 1700-1828. Vooral in het dorp Wetsens is dit duidelijk het geval, genoemde personen waren dus in dat dorp de baas en hadden daardoor stemrecht in de grietenij Oostdongeradeel.
Voor genealogen is ook veel uit deze index te halen omdat de gebruikers worden genoemd. Soms is iemand te volgen op meerdere boerderijen, een enkele keer in meerdere dorpen. Soms wordt een boerderij generaties lang door dezelfde familie gebruikt, maar er zijn ook boerderijen die vrijwel elke tien jaar een andere gebruiker hebben.

De index heeft wel een paar nadelen.
-de kohieren werden om de 10 jaar opgemaakt, als iemand in de tussenperiode op een boerderij zat, wordt hij niet genoemd (de juiste jaren dat iemand op een boerderij zat, kunnen gevonden worden in de reeelkohieren die vrijwel van elk jaar beschikbaar zijn: nummer van floreen- en reelkohier zijn gelijk)
-het kohier van 1808 ontbreekt
-niet altijd kan het kohier vertrouwd worden of is duidelijk wie er bedoeld wordt. Zo worden de leden van de familie Van Haersma aangeduid als: grietman Haarsma, kapitein van Haersma, Heere Haersma, mevrouw Haersma, H.H. van Haersma, enz. Soms zijn vermeldingen aantoonbaar onjuist. Daarnaar zal verder onderzoek nodig zijn.

De kolommen hebben de volgende betekenis:
A.    Plaats
B.    Nummer van de boerderij
C.    Eigenaar (e) of gebruiker (g) of eigenaar/gebruiker (e/g)  van de boerderij
D.    Jaren waarin deze persoon voorkomt
E.    De eerste keer dat de boerderij genoemd wordt, staat hier de grootte in 1640 en 1700, de floreenrente, de naam van de boerderij, sommige toponiemen en verdere bijzonderheden. De vermelding uit het jaar 1640 komt uit het Stemkohier
Wat de schrijfwijze betreft is zoveel mogelijk uniformiteit betracht, dus niet alle vormen van Pijter, Pijtter, Pyter, Pytter enz. die in de kohieren voorkomen, maar steeds: Pyter, Rienk, Freerk, Claas enz.

zaterdag 7 juni 2014

Audrey Hepburn, dochter van barones Van Heemstra, op cover Gen.magazine

Gen.magazine, het blad voor de Vrienden van het CBG komt in zijn juni 2014-nummer met een prachtige cover met Audrey Hepburn, wier moeder van Friese adel was: Van Heemstra. Het thematisch dossier is deze keer dan ook gewijd aan de Nederlandse adel, i.v.m. het tweehonderdjarig jubileum van het koninkrijk en dus ook tweehonderd jaar Nederlandse adel.

Inhoudsopgave:

Een museum over familie
In het Limburgse Eijsden staat het enige familiemuseum ter wereld. Op 16 mei opende daar het Internationaal Museum voor Familiegeschiedenis in een oud klooster. Het CBG heeft heel wat van zijn museale collectie in bruikleen afgestaan. Ruud Straatman vertelt wat er te zien en te doen is in en rond Eijsden.

Namen van adel
Adellijke familienamen zijn namen waar een adellijke titel of een predikaat aan verbonden is. Maar zijn ze ook op een andere manier herkenbaar? Leendert Brouwer laat zien hoe adellijke namen tot stand zijn gekomen, en hoe het kan gebeuren dat een ‘Meijer’ wél van adel is, en een ‘De Graaf’ niet.

Van Coeverden
De familie Van Coeverden is van heel oude adel. Al in de dertiende eeuw leerden ze de Hollandse heren ‘mores’. En nu? Hilbrand Rozema interviewde twee baronnen, die zich altijd erg bewust zijn geweest van hun positie – en die toch heel gewoon zijn gebleven.

De Ridderlijke Duitsche Orde
Tijdens de Derde Kruistocht (1189-1192) werd de Duitsche Orde opgericht. De tradities staan hoog in het vaandel in de orde. Binnenkort verschijnt een boek over de eretekenen en uniformen van de leden. Speciaal voor Gen. schreef auteur Fr. de Boer een voorpublicatie.

Audrey Hepburn en Nederland
Een van de grootste actrices van de westerse wereld is opgegroeid in Nederland als dochter van een Nederlandse barones. En toch vinden we amper sporen van haar aanwezigheid hier. Hanneke Ronnes en Ellen Lammers breken een lans voor het instellen van ‘herinneringsplaatsen’ voor Audrey Hepburn.

Merklappen
Walter van de Garde en Joke Visser doen al heel wat jaren onderzoek naar merklappen en stoplappen. Van de Garde beschrijft hoe de maaksters van een aantal van deze fraaie handwerkproducten met behulp van genealogisch onderzoek aan elkaar zijn te koppelen. Er is ook een mooie site met Friese merklappen.

En verder in het dossier:

Nederlandse adel

Het thema van het dossier is ‘Nederlandse adel’. Maar wat ís dat eigenlijk en hoe is die adel dan ontstaan? Robert Stiphout zet de geschiedenis van de adel in de Nederlanden uiteen.

Nederland’s Adelsboek
Guus van Breugel nam een kijkje in de keuken van de samenstellers van het ‘rode boekje’.

200 Jaar Hoge Raad van Adel
Secretaris Egbert Wolleswinkel beschrijft de geschiedenis en functie van dit Hoge College van Staat.

Zoals gebruikelijk in Gen. ook de rubrieken Nieuws, Gesignaleerd, CBG weet raad, Portret & Verhaal (van het RKD), Armoriaal, Kijk op Bronnen, Familiejournaal, Archiefwijzer, de lezerscolumn Familiekroniek en de vaste columns Memo, Favo, Digitaal, Vernoeming, Vrouwen en kinderen eerst. Nieuw is de column @EricHennekam van de bekende zoekspecialist, met tips over het zoeken naar historische persoonsinformatie op internet.

maandag 2 juni 2014

Mummies en aardappels uit Friesland

Historisch Tijdschrift Fryslan, het tweemaandelijkse ledenblad van het Koninklijk Fries
Genootschap voor Geschiedenis en Cultuur, heeft deze keer als thema De Friese aardappel.
Artikelen over De gerniers (gardeniers, keuterboeren), Akkerteeltcultuur, de Kleihoek als bakermat en Poters, Hettema en HZPC.
Daarnaast ook nog andere geschiedenisverhalen met de Mummies van Wiuwert opnieuw ontleed, Tramlijn Joure-Sneek en Het park van Rinsma State.
Kees Kuiken beschrijft in Van knol tot kampioen de mensen achter het succesverhaal van de aardappel. Het Bildt, bekend van de Bildtstar, speelt daarin natuurlijk een belangrijke rol. En wist u dat het Bintje genoemd is naar Bintje Pebesma-Jansma (1888-1976) uit Suameer/Sumar?
Teun de Jong, zelf akkerbouwer te Sint Annaparochie, schreef het artikel Poters op wereldreis. Hierin o.a. het kweekbedrijf Ropta bij Metslawier dat nu nog steeds als researchcentrum in eigendom is van HZPC uit Joure. Het door Prof. Ir. Dorst ontwikkelde ras Alpha wordt nog steeds op Malta verbouwd. En maar liefst zo'n 2/3 van de wereldhandel in pootgoed komt uit Nederland.
Philippus Breuker, zelf zoon van een gardenier, behandelt in het Friestalige artikel De gerniers op 'e klaai de kleine akkerbouwers op de Friese kleigronden (langs de kust). In de jaren '70 waren ze merendeels verdwenen door de schaalvergroting.
Gerrit Herrema, gepensioneerd docent Agrarische techniek, die bij onze vereniging ook wel eens over de vlasteelt heeft verteld, schreef Teelt op smalle akkers. Hij is nu vrijwilliger bij AFRON, de Friese vereniging voor historische landbouw. Tot het begin van de 20e eeuw werden aardappelen vaak op smalle akkers of 'bedden' verbouwd. Deze waren gescheiden door een voor. Later ging men over op ruggen, die door hun hogere ligging beter droog te houden waren. Het sproeien ging vaak met een pap van kopervitriool en kalk, vermengd met slootwater, tegen aardappelziekte fytoftora.
Pioniers in pootaardappels waren de heren Hettema uit Beetgum. Handelshuis Hettema en zonen fuseert eind jaren 90 met cooperatie ZPC tot HZPC.
In Kort Nieuws leuke nieuwtjes zoals de verwerving van een collectie moderne kunst van Libbe van der Kerk uit Wolvega door de Ottema-Kingma Stichting.
Het Museum Admiraliteitshuis heeft van de Protestantse gemeente Metslawier en Niawier de nodige zilveren stukken zoals avondmaalsbekers, doopbekkens en schotels in bruikleen gekregen.
Verder heeft Han Nijdam, onderzoeker bij de Fryske Akademy, een nieuw stuk Oudfries gevonden, een fragment uit de Codex Unia van 1485. Het zat in de papieren van de 17e eeuwse historicus Simona Abbes Gabbema.
En het Britse Nationaal Archief heeft dossiers vrijgegeven over Mata Hari, Margaretha Geertruida Zelle.
Een beetje vreemde eend in de bijt van dit nummer is Friese mummies ontleed. Hierin vertelt Jan van Zijverden over de in 1765 ontdekte mummies in de grafkelder van de kerk te Wiuwert  (Wieuwerd). In de Vrije Fries van 1853 werd gesproken over elf lijkkisten van zwaar eikenhout. Vijf van hen hebben gehele mummies en enkele zijn gevuld met botten. Het verhaal ging dat een van de mummies Anna Maria van Schurman zou zijn, maar dat is vermoedelijk een fabeltje omdat haar laatste wens was juist niet in de kerk begraven te worden. Inmiddels zijn er echter nog maar vier. Vermoedelijk zijn het leden van de familie Van Walta die in 1609 een grafkelder lieten aanleggen. Ophef was er toen er allerlei mensen beweerden dat aardstralen een rol speelden bij de mummificering van de lijken. Ene Johannes Bron verkocht zelfs anti-aardstralenkastjes, de Bron-corrector, die de mummies zou doen verdwijnen. De grafkelder in Wiuwert is van mei tot en met september van 10 tot 12 rn van 13 tot 16.30 uur open (niet op zondag). In het Drents Museum te Assen is ook een tentoonstelling over mummies, t/m 31 augustus 2014.

dinsdag 27 mei 2014

Friese schippers en de Deense ossenhandel

Tijdens de ledenvergadering van de Vereniging voor Zeegeschiedenis op de Bataviawerf in Lelystad
Schilderij De Os, 1564, schilder onbekend, Amsterdam Museum
presenteerde Wilma Gijsbers een verhaal over de Deense ossenhandel en de retourhandel in tegels en de rol van schippers daarin. In 1999 verdedigde zij aan de Universiteit van Amsterdam haar dissertatie Kapitale ossen. De internationale handel in slachtvee in Noordwest-Europa 1300-1750. (Als boek is het reeds uitverkocht).

Vanuit Denemarken, vooral Jutland, werden blijkbaar grote kuddes ossen verhandeld, vaak naar markten in Holland, bijvoorbeeld Hoorn en Enkhuizen. De reis kon te voet gemaakt worden, waarna vaak vanuit plaatsen aan de oostzijde van de Zuiderzee nog een transport over water plaatsvond. Er kon echter ook direct vanuit Denemarken een transport over zee en rivieren gemaakt worden. De ossen waren dan wel sterk vermagerd en moesten op de grazige weiden van vaak net drooggemalen polders weer aangesterkt worden (het vetweiden, nog bekend van de Friese Vetkopers).
Bij het vervoeren van de ossen speelden Friese schippers, immers bekend als de transporteurs van Noord-Europa, een vrij grote rol.
In de bijlagen van de online dissertatie van Wilma Gijsbers is o.a. een bijlage opgenomen met de namen van schippers die zij in de Notariële Archieven is tegengekomen. Daarin ook een aantal schippers uit onze regio, die met name voorkomen in het Notarieel Archief Amsterdam (NAA):

Arend Jakobs uit Anjum met de tjalk Abrahams Offerrande op 17 maart 1713, NAA 6801, a171. Deze vinden we terug in de DTB: Bevestiging huwelijk op 15 juli 1703 in Anjum. Bruidegom: Aarnt Jakobs afkomstig van Munnikezijl, Bruid: Aaltje Bernardus Schotanus afkomstig van Anjum (mogelijk dochter van chirurgijn Bernardus Schotanus uit Balk/ Sloten). Bron: Trouwregister Hervormde gemeente Anjum 1693-1810. Inventarisnr.: DTB 532.
Met thuishaven Anjum (ook wel gespeld als Anjun, Anjon, Anjou, Anium, Aniam en Anjam), wat in de praktijk het haventje van Ezumazijl zal zijn geweest, komt hij voor in de Sonttolregisters, waar zijn lading meestal bestaat uit ballast:
    13-4-1729    Arent Jacobsen,  Anjum,    Anjum - Kønigsbergen.
    15-5-1729    Arent Jacobsen    Anjum,    Pillau - Amsterdam.
    1-7-1729    Arent Jacobsen,    Anjum,    Anjum - Dantzig
    28-7-1729    Arent Jacobsen,    Anjum,    Dantzig - Amsterdam.
    7-10-1734    Aart Jacobs,    Anjum,   Abt - Østersøen

Albert Doekes uit Dokkum, wijdschip De Hoop op 17 feb 1676 NAA3864, f222. Ook hem vinden we in de DTB: Bevestiging huwelijk op 17 augustus 1673. Bruidegom: Albert Doeckes afkomstig van Dokkum. Bruid: Grijtie Ballings afkomstig van Kollum. Opmerking: grootschipper. Dokkum DTB 193 en 174. In 1674 en 1703 komen ze ook als lidmaat van de Remonstrantse Gemeente te Dokkum voor. Albert Doekes komt in de Sonttolregisters voor met een vermelding in 1695, nota bene met thuishaven Ameland!

Tede Doekes uit Dokkum (zijn broer?), wijdschip De Eikelboom 66x19 voet, op 8 feb 1676, NAA3864, f221

Wigbout Hermans (Wigbolt Harmens) uit Kollum, 26 maart 1713, costschip (kofschip?) NAA6801 a189

Wouter Teunis van Ameland, 17 maart 1713 smakschip De Emmausgangers NAA6801 a171
Pieter Saskers van Ameland 26 maart 1713 De Jozef en Maria NAA6801 a189

Er zijn prachtige schilderijen van ossen, zoals die van een prijsos in het Amsterdam Museum uit 1564 en een Blaarkop prijsos van rond 1650 die te koop is bij antiquair Bruil & Brandsma in Amsterdam. En we kennen natuurlijk allemaal De Stier van Paulus Potter, in het onlangs heropende Mauritshuis.

Update:
Aanvulling van Jan de Vries uit Koudum: Veel smakken en wijdschepen van betrekkelijk kleine laadvermogens vergeleken met fluiten. Scheepsnaam 'Grasmaaier' (p. 554) is wel een leuke in dit verband.
De onderstaande uit NAA staat niet in dit overzicht:
6 april 1644, Gabriel Marselis, commissaris van de Deense Koning in de Republiek der Zeven Provincieen bevracht 24 schepen om Ossen te laden in de Sont bij het kasteel van Elseneur. Onder de schippers: Joltje Froukes, Symen Jelles, Sierck Sipkes, Jarich Cornelis, Huyte Tjercks van Koudum. SAA 5075 nr. 1622 / 106. Dit gaat voorzover ik het kan overzien om de bevrachting van fluitschepen.
Over Gabriel Marselis verscheen in Amstelodamum van december 2012 een prachtig artikel van historicus Dudok van Heel die vermoed dat Marselis en zijn vrouw zijn geportretteerd door Bartholomeus van der Helst, rond hun landgoed Elswout in Overveen.

zondag 25 mei 2014

Zomer-expositie 2014 Oudheidkamer Kollum: Esonstad: Mythe of werkelijkheid?

Ooit lag er een bloeiende handelsstad in de voormalige Lauwerszee, niet ver van Ezumazijl, Esonstad. Deze plaats wordt in één adem genoemd met twee andere oude Friese steden, Stavoren en Dokkum. Esonstad ging evenwel ten onder, al in 1230, toen het werd verzwolgen door de zee. Zo vertellen oude kronieken. Maar is dit ook waar? Of is het een mythe?

In de jaren ’50 dachten archeologen sporen van Esonstad in de Lauwerszee te hebben gevonden. Later hebben andere archeologen hier weer vraagtekens bij gezet. Dus toch een mythe? Of toch werkelijkheid? Oudheidkamer Kollum laat aan de hand van oude kronieken, van oude kaarten, van vondsten van aardewerk, van een televisiedocumentaire, en zelfs van een heuse Vikingmuntschat zien wat mythe en wat werkelijkheid is. Boeiend zijn ook de ‘leugenverhalen’, waarin de bewoners van het oude Esonstad worden opgevoerd als zowel hooghartig als dom.

Speciale kinderactiviteiten maken ook deel uit van deze expositie. De expositie wordt zaterdag 31 mei om 16.00 uur geopend, door drs. Kerst J. Huisman, oud-journalist, publicist en historicus. U bent hierbij van harte welkom! 


Oudheidkamer ‘Mr. Andreae’, Eyso de Wendtstraat 9-11 in Kollum is geopend van 4 juni t/m 1 november 2014 op woensdag t/m zaterdag van 14.00 tot 17.00 uur. Bezoek ook de website: www.oudheidkamerkollum.nl

vrijdag 16 mei 2014

Expositie Windmotoren in Fries Landbouwmuseum Earnewâld

Van 25 mei tot 1 november 2014 organiseert het Fries Landbouwmuseum in Earnewâld een expositie over Amerikaanse windmotoren. In het Friese landschap staan nog op verschillende plaatsen deze stalen windmolens. Ze namen vanaf begin 1900 de plaats in van de oude houten watermolens zoals de tjasker, de spinnekop en de monniksmolen.
In eerste instantie werden veel windmotoren, met namen als 'Herkules Metallicus', geïmporteerd vanuit Amerika en Duitsland. Later gingen Friese bedrijven, zoals Gebroeders Bakker IJlst en Mous uit Balk, deze Amerikaanse windmotoren zelf verbeteren en bouwen. Het museum heeft bij deze expositie steun gekregen van de  stichting Windmotoren-Friesland en stichting Waterschapserfgoed.

De Amerikaanse windmotor dankt zijn naam aan de Amerikaan Daniel Halladay, die in 1854 het eerste ontwerp maakte van een stalen windmolen. Amerikaanse boeren gebruikten de molen in droge streken om water op te pompen om hun vee te drenken. Rond 1900 kwam de Amerikaanse windmotor vanuit Duitsland naar Nederland. De Duitsers hadden overigens van de Amerikaan een andere molen gemaakt: veel groter en niet meer bedoeld om water omhoog te pompen, maar juist om water mee af te voeren.
In Friesland werd de molen erg populair. In de eerste plaats vanwege het kleinschalige polderlandschap, er waren daardoor veel plaatsen waar een windmotor opgericht kon worden. Het had daarnaast te maken met het conservatisme van de Friese boeren. Die vonden stoommachines, die in die jaren ook beschikbaar kwamen, veel te ingewikkeld en kostbaar: de wind was immers gratis en steenkool was duur. Ook hadden deze gemalen bediening nodig. De Amerikaan daarentegen had bijna geen menskracht nodig, want de molen kan zichzelf door een slimme constructie naar de wind richten en bij harde wind zich aanpassen of zelfs automatisch uit de wind draaien.

Kort
Toch was de glorietijd van de windmotor maar van korte duur. Na WO II werden de windmotoren op grote schaal vervangen door gemalen die aangedreven werden door elektriciteit of dieselmotoren.
Door de concentratie van polders en waterschappen werden veel windmolens overbodig en daarna afgebroken. Gelukkig is er een aantal windmotoren gespaard gebleven. Veel daarvan zijn gerestaureerd, onder andere in opdracht van de Stichting Waterschapserfgoed. Zij zijn de stille getuigen van de laatste fase van de windbemaling in Fryslân.

Expositie
De expositie laat de geschiedenis van deze interessante ontwikkeling zien. Naast (echte) onderdelen en een tweetal modellen waarvan één uit 1916, is er filmmateriaal en kon er geput worden uit het omvangrijke bedrijfsarchief van de grootste bouwer van Friesland, de Gebr. Bakker in IJlst. Dit nog steeds bestaande bedrijf heeft sinds begin 1900 door de jaren heen meer dan 1.000 windmotoren geleverd.

Bertus Mulder de voorzitter van de stichting Waterschapserfgoed opent de expositie op 23 mei a.s..om 20:00 uur.
Naast de expositie staan er nog meer zaken in de planning: Omrop Fryslân (DOK) heeft een speciale documentaire gemaakt die op 25 mei op de landelijke tv komt.
Verder organiseert het museum in de zomermaanden een drietal wandelexcursies naar een windmotor.
In de herfst volgt een lezing over dit onderwerp. 
Bekijk ook deze filmpjes
 http://www.youtube.com/watch?v=xMvcEVnn8aQ
http://www.youtube.com/watch?v=uXaZEDNx0uU

zondag 11 mei 2014

Wat is mijn link met familie Schenck van Toutenburg?

Jaren geleden heb ik deelgenomen aan het Genographic Project van National Geographic. Ik kreeg een setje toegestuurd waarmee ik bij mezelf wangslijm kon afnemen en die in een buisje moest terugsturen naar de USA. Enige tijd later kreeg ik dan zowel per post als in de email een analyse van mijn DNA, in eerste instantie op zo'n 20 markers (mutatiepunten) over de mannelijke lijn Y. Afgezien van de aardige kaart waarop de 'Human Journey' vanuit Oost-Afrika stond afgebeeld, vond ik het eigenlijk wat teleurstellend. Een lange reeks cijfers en wat onduidelijk geneuzel over Haplo-groepen, en dat was het wel zo'n beetje.
Weer wat later kon ik mijn cijferreeks online delen via FTDNA, die mij mailden als er een (gedeeltelijke) match was met andere deelnemers aan Y-DNA-projecten. Daar zaten aardige links bij maar nooit een volledige match.
Toen het boek Zonen van Adam in Nederland werd gepubliceerd werd ook mijn stamreeks opgenomen en werd aansluitend een seminar georganiseerd aan de Erasmus Universiteit.
Op een gegeven moment werd ik gemaild door een coordinator van een DNA-groep met focus op het Verenigd Koninkrijk, het U198 Y-DNA Project, omdat ze zagen dat ik binnen hun profiel viel. Ze betaalden zelfs mee aan een uitbreiding van mijn profiel tot 67 markers. Op zich aardig, maar mij leverde het niet veel nieuwe inzichten op. Wel kreeg ik na verloop van tijd een melding van een 67 marker-match met iemand in de USA die ook aan het Friese Waddenproject deelnam, ene Paul Schenck. Dit leverde email-contacten op waarin mij werd uitgelegd dat de voorouders van Schenck al midden 17e eeuw vanuit de Republiek naar Nieuw-Nederland waren geemigreerd. In het Brooklyn Museum in Brooklyn, New York werd zelfs een tweetal huizen van de familie bewaard, afgebroken en weer opgebouwd. Het betrof een 17e eeuws huis van Jan Martens Schenck (geboren rond 1631) en een 18e eeuws huis van zijn kleinzoon Nicholas Schenck. Omdat ik vorige week toevallig toch voor mijn werk in New York moest zijn heb ik dan ook maar het museum bezocht en me uiteraard met de bewuste huizen op de foto laten zetten.
De theorie zegt dat bij een 67-marker match een zeer grote kans (90%) bestaat op een gemeenschappelijke voorouder (Most Recent Common Ancestor=MRCA) in mannelijke lijn binnen 15 generaties. Dan heb je het over een voorvader uit grofweg 1550.
De familie Schenck heeft haar stamboom uitgezocht en teruggevonden tot begin 17e eeuw tot een voorouder in Amersfoort terwijl ikzelf rond die zelfde tijd uitkom in Ee.
Wat zou dan de link zijn tussen onze families? Die moet dan theoretisch 1 of 2 generaties daarvoor liggen. De familie Schenck heeft al eens onderzocht of ze gelieerd zijn aan de familie Schenck van Nydeggen, maar dat lijkt niet het geval. Maar er is ook een familie Schenck van Toutenburg, met wie de link nog niet verder is uitgezocht. De Limburgse onderzoeker Willy Peters, die veel onderzoek heeft gedaan naar de familie Schenck van Nydeggen denkt namelijk dat dat een betere optie is. En dan is er in ieder geval geografisch al een logischer verband te vinden. Want wat blijkt namelijk? Georg Schenck van Toutenburg was een Duitse edelman die in 1521 Stadhouder van Friesland werd. Tijdens een van zijn veldslagen, met Jancko van Douwama, veroverde hij o.a. Dokkum! Nou, dan kun je verder wel je fantasie de vrije loop geven.
Voorlopig houden we het nog maar even op een vage hypothese. Zodra we bewijsmateriaal vinden zal ik het melden!

donderdag 8 mei 2014

Voorbereidingen nieuw boek over Dokkum in oorlog

Door Reinder Postma
Piet Eekhoff, gesneuveld bij de Woudpoort.*
Sinds ca. drie jaar zijn mijn vrouw en ik bezig met de voorbereiding van een boek over Dokkum in de oorlog. (Daarna zullen er meer delen over de gemeente Dongeradeel volgen.)

De voorlopige planning van publicatie was mei van dit jaar. Door een grote toestroom van steeds weer nieuwe gegevens lukt dit echter niet. We streven er momenteel naar het boek rond de herfstvakantie klaar te hebben, in ieder geval dit jaar.

We komen op een boek van ruim 300 pagina’s en ongeveer evenveel foto’s en een schat aan informatie. Voor meer details zie link naar het artikel in de Nieuwe Dockumer Courant.

Bij voorintekening zal het boek 25 euro kosten en daarna 27,50. (ex. Verzendkosten).

Wanneer u een exemplaar wilt bestellen, dan kan dat via de mail, later ontvangt u dan bericht over de verdere afhandeling,

Met vriendelijke groeten,
Reinder Postma
Yvonne te Nijenhuis

* Piet Eekhoff, gesneuveld bij de Woudpoort in Dokkum. Door de mannen van het verzet per ongeluk dood geschoten toen hij als menselijk schild door de landwacht op hun auto was gezet.

donderdag 1 mei 2014

Boeiende uitstalling en lezing over rouwgebruiken

Door Henk Aartsma.
Er waren op woendag een 45 tal bezoekers naar de bijeenkomst van Broodje KK in De Posthoorn in Dokkum gekomen om te luisteren wat IJsbrandt van Slooten had te vertellen omtrent de gebruiken rondom rouw. De inleider wist met zijn verhaal en met de uitstalling van diverse voorwerpen iedereen te boeien. Uit zijn verhaal kwam duidelijk naar voren dat heel veel gebruiken de laatste vijftig jaar verdwenen zijn, zonder dat we ons dat bewust zijn.

De bijeenkomsten van Broodje KK worden gehouden op de tweede woensdag van de maand in hotel De Posthoorn te Dokkum. Voor de prijs van €11,- wordt tussen 12.00 en 14.00 uur een lunchpauze programma aangeboden. De inloop met een kopje koffie is tussen 11.30 en 12.00 uur. Tussen 12.00 en 13.00 uur vindt het gastoptreden plaats, dat kan annex zijn met muziek, toneel, wetenschap, historie. Kortom kunst of cultuur in de ruimste zin. Na dit optreden kunnen de aanwezigen genieten van een uitgebreide lunch.
.
Programma:
WOENSDAG 14 Mei 2014
Mevr. Jansen (Wetterskip Fryslân) zal vertellen over de waterbeheersing, toegespitst op het waterbeheer in Noordoost Fryslân.

zaterdag 26 april 2014

Vlaskamp boek op basis archief boomkwekersfamilie Bosgra

In oktober 2011 verscheen tijdens onze ledendag in Ternaard Aly van der Mark op het toneel met een oproep over de verdwenen tuinen van tuinarchitect Gerrit Vlaskamp. Na een tip van Philippus Breuker had ze in het bedrijfsarchief van boomkwekerij Bosgra in Bergum ontdekt dat Vlaskamp in het Noorden van Nederland wel 350 tuinen heeft aangelegd. In tegenstelling tot tuinarchitect Roodbaard was Vlaskamp in de vergetelheid geraakt.
Uit eigen onderzoek weet ik dat er al rond 1600 op de plaats van boomkwekerij Bosgra in Bergum aan het kweken van bomen werd gedaan. Het oude toponiem Boshoff herinnert daar nog aan.
De afgelopen tijd heeft Aly van der Mark zoveel materiaal verzameld en mensen geinspireerd dat er nu via de uitgeverij van Afuk een boek gepubliceerd is over De Vergeten tuinen van Gerrit Vlaskamp.
Op een eigen Vlaskamp-blog houdt ze met enige regelmaat bij wat er zoal aan nieuws te melden is. Ook via Facebook en Twitter kunt u Vlaskamp volgen.

In het Fries Museum is zelfs een tentoonstelling aan hem gewijd. Ook is er een mooie documentaire via Fryslan Dok online te bekijken.
Voorwaar een prachtig resultaat van een echte sneuper!

vrijdag 18 april 2014

Bijna 1000 jaar oude munt geschonken aan Admiraliteitshuis in Dokkum

Op vrijdagochtend 18 april werd aan museum het Admiraliteitshuis in Dokkum een munt aangeboden. Mevrouw Van der Galiën-Metz van Ameland, weduwe van dhr. T.D. van de Galiën overhandigde een brunoon uit de periode 1068-1090 aan conservator Ihno Dragt.
De heer Van der Galiën wist dat het museum een munt als deze nog niet in de collectie had en wilde dat deze na zijn dood naar het museum ging. De heer Van der Galiën was een gepassioneerd verzamelaar van munten en kwam regelmatig als bezoeker in het museum.
Het betreft een zogenaamde brunoon, de eerste munten die met zekerheid zijn geslagen in Dokkum door Bruno III en Egbert I omstreeks 1040. De munt die geschonken is aan het museum is geslagen door Egbert II, in de periode 1068-1090. Te zien zijn een kruis en de opschrift ‘Doccuga’. Brunonen worden wel in de grond gevonden in Duitsland en Rusland, wat aantoont dat er handelsbetrekkingen waren tussen Dokkum en deze landen.

Conservator Dragt is erg blij met de schenking. Het voornemen is om de munt op korte termijn in de tentoonstelling op te nemen zodat deze te bewonderen is door het publiek.

Lees meer over de Friese muntslag in het interessante boekje van Anjumer Ben te Boekhorst 'In Friesland geslagen'.

dinsdag 15 april 2014

Niawier enthousiast over ledendag Historische Vereniging Noordoost-Friesland

Onder een prettig voorjaarszonnetje kwamen de leden van de Historische Vereniging Noordoost-Friesland bijeen voor de eerste ledendag van 2014, in dorpshuis Nij Sion te Niawier. Het dorp tussen Dokkum en de Waddenzee heeft een interessant verleden met het klooster Sion. Nog vele namen en plekken in het dorp herinneren aan dit klooster dat in de tijd voor de reformatie een van de vele in Friesland was. Zoveel zelfs dat het de provincie was met de meeste kloosters van allemaal!
Het feit dat Bonifatius in 754 na Christus met bruut geweld tot staan gebracht werd weerhield blijkbaar uiteindelijk de bisschoppen niet van een grondige kerstening van het voorheen weerbarstige gebied.
Maar na de reformatie, waarbij de eigendommen van de kloosters rond 1580 geconfisceerd werden en het
Oud-voorzitter Jan Walda met kloostermop
katholicisme officieel verboden werd (ook dat gebeurde grondig) bleef er weinig over van deze eertijds roemruchte plaatsen van devotie. Daarbij hoorde ook het in cultuur brengen van het land door de aanleg van dijken, het houden van vee en verbouwen van gewassen. Daarvoor werden echter met name lekenbroeders ingeschakeld, omdat de nonnen en monniken het vooral erg druk hadden met bidden.
Na de nodige verenigingsinformatie, waarbij in het kader van onze ANBI-erkenning (ja, u kunt belasting-gunstig aan ons schenken!) een beleidsplan gepresenteerd werd en de financiën werden toegelicht, evenals de redactieberichten en een verslag van de webmaster, was het tijd voor onze spreker en redactielid Hilda Bouta. Inmiddels was ook de uitgenodigde dorpsbevolking van Niawier aangeschoven, zodat het toeschouwersaantal ineens verdubbeld was van 50 naar 100!
In een levendig betoog beschreef zij hoe ze onderzoek heeft gedaan naar de familie Bouta/Bolta en de verbanden in en met de Friese adel. Hoogtepunt was de vondst van een religieus boek uit 1561 waarin Teth Bolta ook zelf een klein stukje geschreven lijkt te hebben. Van de maker/schrijver Augustinus van Leeuwarden blijkt uit dezelfde periode nog een boek bewaard te zijn, alhoewel hij toen te Wanswerd woonde.
Er werd gerefereerd aan een boek dat een dag eerder werd gepresenteerd over het voormalige klooster Klaarkamp (eveneens een klooster van de Cisterciënzer, schiere monniken) en dat er nog veel meer kloosters in de omgeving waren.
Voorzitter Haije Talsma noemde het ondersteunen van het initiatief van ons lid Einte Prins om de gesneuvelden bij het demonteren van een zeemijn uit de Tweede Wereldoorlog op passende wijze te herdenken. Mogelijk kunnen we bewaard gebleven en gedemonteerde zeemijnen uit de omgeving hergebruiken. Zowel op Ameland (bij museum Sorgdrager) als in Paesens (in een tuin) schijnt er nog een exemplaar te zijn.
Een van onze gasten had ook een interessante letterlap meegenomen van een dochter van de molenaar van Lioessens, Jeppe Harmens, van rond 1725. De lap vertoonde vele (regionale) overeenkomsten met een lap van Hilda Bouta maar had ook wel degelijk heel specifieke figuren en initialen. Doede Douma en Reinder Tolsma konden al de nodige aanvullende informatie geven over dit geborduurde familieverhaal!
Na de lekkere lunch nam onze oud-voorzitter Jan Walda het woord om een korte toelichting op de geschiedenis van Niawier en het klooster Sion te geven. Bij de kerk (zie het korte filmpje) is een oude priorzerk bewaard en op het voormalige kloosterterrein waar nu de boerderij/ pleats Kleaster Sion staat zijn ook nog resten van kloostermoppen teruggevonden. Een oude muur met blauwe verf in de boerderijschuur lijkt hiermee ook een link te hebben.
Na de excursie verzamelden de leden zich weer in het dorpshuis voor een afsluitend drankje. De stapel nieuwe boeken over het klooster Klaarkamp was binnen enkele minuten uitverkocht!
Ook de Sneuper 100, een boekwerk met tientallen foto's van alle dorpen in de Dongeradelen (nu in de aanbieding!) en Op de Praatstoel 2 vonden gretig aftrek. Mocht u ook Op de Praatstoel 1 nog willen nabestellen, laat het ons dan snel weten!